Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 67

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 67

2 minuten leestijd

HET GELOOF.

57

eenen gedanen vooruitgang, nader, en alzoo des te zekerder aanscliouwen, dat ons ook door een gedurig aanhouden, gemeenzaam gemaakt v/ordt. Aldus zien wij dat tot Zijn

het gemoed, door de kennis van God verlicht, bij den aanvang in groote onwetendheid gewikkeld is, die allengs wordt weggenomen. En echter wordt het, door sommige dingen niet te weten, of door hetgeen het ziet wat duister te aanschouwen, niet verhinderd, eene klare kennis van den Goddeliiken Vvil te zijnen opzigte te genieten, hetgeen het meeste en het voornaamste is in het geloof. Want

iemand,

die in eene gevangenis is opgesloten, wel door eene naauwe opening slechts zijdelings en als ten halve de stralen der zon ziet blinken, van het onbelemmerd aanschouwen der zon beroofd wordt, maar nogthans een onmiskenbaren glans met zijne oogen ontwaar wordt, en deszelfs gebruik geniet, zoo worden ook wij, schoon v/ij door de boeijen van dit aardsche ligchaam omgeven, met veel donkerheid van alle zijden worden overschaduwd, evenwel door Gods licht, al beschijnt het ons tot betooning Zijner barmhartigheid maar een weinig, zooveel verlicht, als tot onze grondige gerustheid voldoende is." Uit deze woorden van Caivijn blijkt toch waarlijk voldoende, dat ook hij tusschen het ontvangen van het geloof, als eerste levensbeginsel en de vrucht of de openbaring daarvan geen tijdruimte stelt; want met de minste drup van geloof, kan Caivijn toch niet anders bedoeld hebben, dan het beginsel des geloofs, dat (gelijk hij zegt) in ons valt of door ons ontvangen wordt, hoe gering dat ook wezen moge." Hier toch is geen sprake van eene ,,ontplooiïng" of „openbaring" van een geloofskiem, die te voren in ons was terwijl Caivijn hier niet onduidelijk laat uitkomen, dat de kennis, die hij hier beschrijft, het meeste en het en dus een van de wezenlijkvoornaamste in het geloof heden is, die tot het wezen des geloofs behooren. Bijna hetzelfde als Caivijn, zegt Comrie in zijne „Eigenschappen des zaligmakenden geloofs," op blz. 10 v.v. 1ste gelijk

indien

hij

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 67

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken