Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 170

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 170

2 minuten leestijd

DE BF.KEERING.

160

Evangelie,

dat op zich zelf niet genoegzaam zou wezen de levendmaking en waarachtige bekeering des zondaars, zoo Hij dit niet vergezeld deed gaan van Zijne e v e n d=

tot

I

makende

kracht.

Alzoo moet dan volgens onze Belijdenisschriften, de beop de levendmaking d a d e lij k volgen. Of zou het mogelijk zijn, dat iemand, door middel van het gepredikte Woord Gods en de daarmede vergezeld gaande kracht des Heiligen Geestes aan zich zelven ontdekt en levend gemaakt zijnde, zich niet terstond zou af keeren van de zonde, om zich naar God uit te strekken om genade in Christus te ontvangen en te doen wat God in Zijn Woord van hem eischt, al is het ook, dat hij tot de ontdekking keering

moet komen, dat hij daartoe in zich zelf krachteloos is, maar toch aanvankelijk de geboden des Heeren zóó bemint, dat hij d a d e lij k, hoewel met veel gebrek, dezelve beoefent ?

Daarom is het ook, volgens het antwoord op de 64ste vraag van onzen Heidelb. Catech., o n m o g e k, dat zoo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid. Nergens leeren onze Belijdenisschriften ons, dat er na die inplanting, bij hen die tenminste het gebruik hunner redelijkheid hebben, nog wel eenige, ja soms vele jaren kunnen verloopen, vóór zij vruchten der dankbaarheid voortbrengen. Deze vruchten der dankbaarheid zijn de goede werken, welke volgens het antwoord op de 91ste vraag van den ij

!

Catechismus,

uit

een waar geloof, naar de

Wet Gods, Hem

ter eere geschieden.

Dat de eisch tot bekeering volgens den Catechismus gegrond is op onderstelde wedergeboorte, wordt ons zeer duidelijk geleerd in Zondag IV van den Catechismus. Daar wordt immers (zie vr. 9) gevraagd „Doet dan God den mensch geen onrecht, dat Hij in Zijne Wet van hem eischt, wat hij niet doen kan ?" en geantwoord „Neen niet

:

:

Hij

;

want God heeft den mensch alzoo

schapen, dat heeft

zich

zelven

h

ij

en

dat

k o n d e

g e=

doen; maar de nwnsch

al zijne nakomelingen,

door het in-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Monday 1 January 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van Monday 1 January 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken