Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 305

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 305

2 minuten leestijd

HET HEILIGE AVONDMAAL. beweent,

daarvan met verfoeiïng van zichzelven,

zich

om

keert,

295 af-

alleen Christus toe te behooren, in Zijne onuit-

sprekelijke schoonheid zich te verlustigen en

met vrijmoe-

digheid Zijne deugden te vermelden.

Op blz. 1019 zegt Brakel „De ware geloovigen alleen hebben voor zichzelven regt aan de beloften, aan Christus, aan de gemeenschap der heiligen, en zoo ook aan de bondteekenen maar de Kerk oordeelt niet van het inwendige de kennis van eens anders wedergeboorte is de grond niet waarop zij iemand aan de heilige tafel laat gaan maar zij laat toe allen, die verstandige belijdenis doen van de ware leer des Evangelies, en die een leven leiden, dat met :

;

;

de belijdenis overeenkomt." De Kerk kan nimmer oordeelen over hetgeen voor haar verborgen is. Daarom heeft zij alléén te letten op de zuivere

belijdenis des

monds en op het Maar

overeenkomen moet.

leven dat met die

kan en mag de Kerk niet oordeelen over het hart, toch moet zij zeer ernstig op een nauw zelfonderzoek aandringen, uit het Woord van God aantoonende de eigenschappen van het oprecht geloof en waaraan het schijngeloof te kennen is, opdat toch niemand tot zijne eeuwige schade zich valschelijk geruststelle, en de ware geloovigen tot volharding op den weg des belijdenis

mogen worden aangemoedigd. Voor oprechte, doch bekommerde

al

geloofs

niet

ondienstig

zielen, zal het

zeker

wat Brakel ten hunnen behoeve zegt op blz. 1031 „Men heeft niet noodig eer men aangaat (n.1. aan het Avondmaal), eene volkomene, vaste, werkzame verzekering, zonder bekommernis, dat men in den staat der genade is, en een wederkeeren op die verzekering maar het is genoeg dat men overtuigd is van de uitgaande daden des geloofs en der zijn

hier

te

vermelden, :

;

bekeering,

al

ik geloof, ik

durft

men

dit besluit

daaruit niet

opmaken

ben bekeerd.

Een waar geloovige zal in zich bevinden, a. dat hij met geheel zijn hart, den eenen tijd wel gelooviger dan den anderen tijd, uitgaat naar den Heere Jezus, om door Zijn bloed geregtvaardigd, om door Zijne volbrenging van de wet met Zijne heiligheid bekleed,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 305

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken