Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 42

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 42

2 minuten leestijd

DE WEDERGEBOORTE.

32

de gronden vele, waarop de belijdenis der Kerk steunt, dat bij verreweg de meeste personen, die ten leven verordineerd zijn, de instraling van dit nieuwe leven reeds plaats greep vóór den heiligen Doop.'^ Op blz. 134: „Deze (nl. de uitverkorenen) worden op enkele uitzonderingen na, allen geboren in de kerken en Ze komen niet eerst op later slechts zelden buiten haar. leeftijd tot het genadeverbond toe, maar staan er in van Ze zijn uit het het eerste oogenblik van hun aanzijn af. zaad der Kerk en dragen op hun beurt het zaad der toekomende Kerk in zich. En dit nu is oorzaak dat aan dit zaad der Kerk (hetwelk altoos helaas met veel onwezenlijk kaf vermengd in de wanne ligt), meestentijds de eerste kiem des nieuwen levens reeds in den moederschoot of terstond na hun geboorte wordt ingeplant." In Dr. Kuypers „E Voto, Toelichting op den Heidelbergschen Catechismus," 2de deel, blz. 397 o. a. „Zoolang dus de kiem der wedergeboorte nog in ons sluimert, groeien de wilde takken nog onbesnoeid over de heilige kiem heen en is er van een roemen in Christus nog geen sprake. Maar dreef het leven der wedergeboorte tot bekeering uit, en is dientengevolge het echte, het waarachtige geloof in ons bewustzijn opgewaakt, en de bezieling onzes levens geworden, dan prikkelt liet besef van dankbaarlieid voor Gods onuitsprekelijke gave en perst het levenssap uit den Wijnstok in de rank." Voorts in het 3de deel blz. 18 en 19: „Onder den grond schuilt de kiem, de wortel, het vermogen van ons geloof. .... Nu kan zulk een kiem zeer lang in ons aanwezig zijn, zonder dat er iets van naar buiten komt .... Niet, dit verstaat ge wel, alsof deze geloofskiem ons uit de natuurlijke geboorte kon toekomen. Van nature is elk mensch ongeloovig en tegen alle geloof gekant. Maar God is vrijmachlig, om door de tweede of geestelijke geboorte, deze graankorrel, die kiem. des geloofs, reeds in den moederschoot in ons te brengen, of het te doen kort na onze En al is het dan, dat het nog twintig, dertig geboorte. of zestig jaar duurt eer deze kiem tot ontwikkeling komt „Zelfs

zijn

Christelijke

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken