Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 31

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 31

2 minuten leestijd

DE ROEPING. deze

Uit

woorden van Calvijn blijkt' zeer aanzien der „krachtdadige roeping"

aangehaalde

dat

duidelijk,

21

ten

hij

met de Belijdenisschriften overeenstemt, dat n.1. vóór de „roeping," die door middel van de prediking des Woords en de werking des Heiligen Geestes plaats heeft, de uitverkorenen gelijk zijn aan alle andere menschen, dus dood in zonden en misdaden, en mitsdien geen zaad der verkiezing in hunne harten hebben. Immers hij zegt hier van Rachab de hoer (hetgeen hij natuurlijk evenzeer wil toegepast hebben op Manasse en den moordenaar) dat in haar geen zaad der

gerechtigheid

„vóór dat geloofd

zij

't

verkiezing

der

(of

was vóór

noemt)

eerder

geloof

dat

in

zij

zooals

geloofde.

Hij

hij

het

zegt niet

kiem had," maar vóór dat

zij

e.

Kuyper had gedeeld, vóór hunne „krachtdadige roeping" reeds wedergeboren zijn, en dus het zaad der wedergeboorte reeds vóór hunne roeping in hen aanwezig is, dan had hij van dit zaad hier moeten spreken. Maar hij erkent geen verschil tusschen de uitverkorenen tot op het Indien Calvijn het gevoelen van Dr.

dat

de

uitverkorenen

oogenblik der „roeping,"

dan alléén daarin,

dat het

oog van God waakt en Zijne hand uitgestrekt is tot hunne zaligheid, en dat Hij hen alléén bewaart, dat zij niet vallen in on vergeef elijke lastering. Hiermede in overeenstemming schrijft Brakel in zijn „Redel. godsdienst"

volgende

het

„De

:

dl.

I,

blz.

703 §

V

over de „Roeping" in eene

roeping wordt onderscheiden

uitwendige en inwendige roeping

;

beide

zijn ze

van God

;

beide geschieden ze door hetzelfde Woord, dezelfde zaken voorstellende beide geschieden tot mende natuur evengelijk zijnde maar zij zijn onderscheiden daarin, dat de eene alleen geschiedt uitwendig door het Woord, waarbij ook wel komt de gemeene werking des Heiligen Geestes tot gemeene verlichting en historisch geloof de andere dringt door tot in het hart des menschen, datzelve krachtdadig bestralende met het wonderbare licht, dat den mensch geestelijke verborgenheden allen

schen,

evengelijk in

;

;

;

in

hare eigene gedaante openbaar maakt, en buigt kracht-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken