Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 264

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 264

2 minuten leestijd

254

DE HEILIGE DOOP.

op dien grond toekomt, maar op grond van het genadeniet alleen z ij, maar óók hunne kinderen tot hunnen troost begrepen zijn, en waartoe de genade der wedergeboorte en alle andere zegeningen des Verbonds behooren, die ook aan hunne kinderen worden toegezegd en door het Sacrament des Doops, gelijk vroeger door dat der Besnijdenis, aan hen moeten worden beteekend en verzegeld. Niet dat zij allen die dadelijk ontvangen, maar zij worden (gelijk ook van der Kemp zegt) den uitverkorenen in de toekomst verzekerd wordende toch niet de wedergeboorte der kinderen als reeds ontvangene genade, maar de belofte dienaangaande door den Doop beteekend en verzegeld. Ook van der Kemp leert op blz. 524, in overeenstemming met Calvijn en Brakel, dat de Doop van johannes met dien door Christus ingesteld, iii wezen dezelfde is. „Want (zegt hij) naar Paulus zeggen, heeft Johannes gedoopt den Doop der bekeering, zeggende tot het volk, dat zij gelooven zouden in dengenen die na hem kwam, dat is in Christus Jezus : en die hem hoorden, wierden gedoopt in den naam van den Heere Jezus. Hand. 19 4, 5. Ook heeft Johannes Doop zoowel een Goddelijke instelling als de Doop van Christus Johannes was gezonden om te doopen met water. Joh. 1 33. Zijn Doop was uit den hemel, gelijk Chr'stus te kennen gaf. Matth. 21 25. 't is wel waar, dat Johannes Doop de beteekende zaak niet ga', maar alleen Christus doch de waterdoop, door Christus ingesteld, geeft de beteekende zaak ook niet." Petrus van Mastricht (zie blz. 206 hiervoor) maakt ook geen wezenlijk onderscheid tusschen de Sacramenten des O. en die des N. T., en dus acht ook hij de Besnijdenis onder het O. T. in haar wezew gelijk met den Doop onder het N. T., gelijk hij ook op blz. 607 van zijn vroeger door mij aangcliaald werk tegenspreekt het gevoelen der Papisten, alsof de Besnijdenis slechts een schaduw van den Doop zou geweest zijn, waartegen hij aantoont dat de Gereformeerden tusschen Besnijdenis en Doop geen wezenlijk niet

verbond, waarin

;

:

;

:

:

;

onderscheid

leeren,

als

zijnde

de

Besnijdenis ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 264

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken