Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 133

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 133

2 minuten leestijd

HEILIGMAKING.

den en

geloovige

geschieden,

en

123

die uit zijn nieuwe, heilige

naar God geschapene natuur voorti<onien, die naUiur in stertcte toenemen, ofschoon die toeneming door die weri<en, maar door God, die den wasdom

reine,

iieilige

niet is geeft.

Alzoo

is

het dat de vrucht der heiiigmatcing in de eerste

toeneming in heiligheid, en als gevolg daarvan toeneming in de betrachting van ware deugd en godsvrucht, en mitsdien dooding van den ouden mensch en zijne werken. Laat ons nu zien wat Dr. Kuyper van de heiligmaking schrijft. Nadat Dr. Kuyper in zijn „Werk van den Heiligen Geest" 2de deel blz. 129—132, het genadewerk Gods in den uitverkoren zondaar onderscheidende in verschillende op elkander volgende stadiums, als eerste stadium genoemd heeft de levendmaking van wat dood was als tweede stadium de bewaring van het ingeplante levensbeginsel, terwijl de zondaar nog zijn leven in de zonde, voor wat plaats

is

;

zijn

eigen bewustzijn aangaat, voortzet

de roeping

merende leven dat

is,

dat

geworden

;

als

derde stadium

wekking van het ingeplante, maar nog

tot ;

hij,

slui-

stadium de rechtvaardigmaking, nu door de roeping gewekt en wakker

als vierde als

zijnde,

gewaar wordt en dus weet dat

hij gestadium de ontkieming van die geloofswerking tot bekeering, gaat hij voort met in het zesde stadium de heiligmaking te laten volgen, zeggende „Zoo gaat dan van zelf de bekeering in de heiligmaking over, eveneens een daad Gods en niet des menschen, en niet een groeien naar den Christus toe, maar een zuigen

rechtvaardigd

is

;

als vijfde

Hem van het levenssap door de van het geloof. uit

„Bij

fijnste

wortelvezelen

jonge kinderen, die terstond na hunne bekeering op

van twaalf, dertien jaar sterven, komt van deze Leefden ze langer, dan zou ook in hen de heiligmaking zichtbaar worden, maar nu ze heengaan, eer hiervoor de tijd en dus de mogelijkheid werd geschonken, toont zich van deze heiligmaking niets. Toch hebben ook deze jonge kinderen deel aan de heiligmaking, even beslist en volkomen als de volwassenen.

een

leeftijd

heiligmaking niets te merken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

PDF Bekijken