Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de kennisse Gods - pagina 206

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de kennisse Gods - pagina 206

2 minuten leestijd

HET WEZEN GODS.

204

de verbastering der religie, omdat zij niet geleid werd door hooger licht, de heidensche volken allengs er toe bracht „meerdere goden" uit te denken en te vereeren. Het Polytheïsme is dus een thermometer voor de

God, en dat

juist

verwording der volkeren, en bewijst, dat de mensch, blinde verdwazing overgelaten, steeds verder Verschillende oorzaken afwijkt en steeds dieper zinkt. hebben hiertoe medegewerkt. Vooreerst het Dualisme, dat moest opkomen, zoodra men de éénheid van het Godsbcstuur uit het oog verloor. Men zag, dat in deze wereld zegen genoten en vloek ondervonden w erd, dat voorspoed en tegenspoed elkander afwisselden, dat gunstbewijzen en religieuse

aan

eigen

r

rampen bij beurten 's menschen lot en deel was. En men kon de gedachte niet vasthouden, dat één God de God van de God van zegen en vloek, de God van licht en duisternis was. Zoodoende vatte, waar men in beide krachten een openbaring van Goddelijke Majesteit bleef eeren, maar niet Job's ..zouden wij het goede van God

leven en

dood,

en het kwade niet ontvangen?" (Job 2 10) verstond, de gedachte post, dat er twee Goden waren, een Goede en een Booze, elkander vijandig gezind en voortdurend bestrijdend, van welke de eene het aardrijk wilde ontvangen,

:

de andere dood en verderf verspreiden. Het laat dat volkeren waaronder niet geprofeteerd werd „Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen" (Jesaja 45 7), wandelend bij het licht van eigen rede, tot het Dualisme, met de belijdenis van twee Goden, als bron van al het goede, en oorsprong van al

zegenen, zich

verstaan,

:

:

het kwade, vervielen. Bij de Perzen vereerde als den zegenenden God des lichts en vreesde

men Ormuzd men Ahriman

den boozen God der duisternis. In het verre Oosten werden Brahma en Vishnoe als de scheppende en onderhoudende kracht aangebeden, maar Siwa als de verderver

als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

Van de kennisse Gods - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

PDF Bekijken