Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 107

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 107

2 minuten leestijd

DE UITTOCHT. hen,

achterhaalden

daar

zij

hadden aan de zee;

gelegerd

zich

Farao's paarden, wagens, en zijne ruiters, en

heir;

zijn

nevens

al

Pi-

Hachiroth, voor Baal-Zefon.

Farao

Als

gekomen was

nabij

,

zoo hieven de kinderen Israels

hunne oogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en vreesden

zeer.

Doch Mozes heil

des

zeide tot het volk

Heeren,

Egyptenaars

,

die

in eeuwigheid.

Toen

Hij

dat

:

Vreest niet

De Heere

zal

zij

staat vast

,

die zult

Wat roept En gij,

voorttrekken.

gij

hef

,

gij

tot

en

zal.

niet

gij

voor ulieden strijden en

zeide de Heere tot Mozes:

kinderen Israels, dat

,

heden aan ulieden doen

heden gezien hebt

gij

zij

riepen de kinderen Israels tot den Heere ....

Toen

ziet

het

Want de

weder zien

zult stille zijn.

Mij? Zeg den

uwen

staf

op en

uwe hand uit over de zee, en klief ze, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge .... Toen Mozes zijne hand uitstrekte over de zee, zoo deed de Heere de zee weggaan, door eenen sterken oostewind, dien gan-

strek

schen nacht, en maakte de zee droog en de wateren werden gekhefd. En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op ,

het droge; en de wateren waren

hun een muur, aan hunne

rechter-

en aan hunne linkerhand. En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in achter hen alle Farao's paarden zijne wagenen en zijne ruiteren, in het midden van de zee. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de Heere in de kolom des vuurs en der wolk zag ,

,

,

en Hij verschrikte het leger der de raderen hunner wagenen weg, endeed Laat ons vlieze zwaarlijk voortgaan. Toen zeiden de Egyptenaars den van het aangezicht van Israël, want de Heere strijdt voor hen

op het leger Egyptenaren.

der

En

Egyptenaren;

Hij

stiet

:

tegen de Egyptenaars.

En de Heere zeide tot Mozes: Strek uwe hand uit over de zee, dat de wateren wederkeeren over de Egyptenaars, over hunne wagenen en over hunne ruiters. Toen strekte Mozes zijne hand uit over de weder, tegen het naken van den morgenstond, tot hare kracht; en de Egyptenaars vluchtten die te gemoet. En de Heere stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Want als de

zee; en de zee

wateren

kwam

wederkeerden, zoo bedekten

zij

de wagenen en de ruiters 87

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen tot bevestiging der Oud-Testamentische geschiedenis - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1907

Abraham Kuyper Collection | 360 Pagina's

PDF Bekijken