Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de kennisse Gods - pagina 210

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de kennisse Gods - pagina 210

2 minuten leestijd

;

2

HET WEZEN GODS.

08

zonderen aard van van dat éénige of unieke te zoeken zij, evenzoo wordt, sprekend van de éénigheid Gods, daarbij niet uitsluitend gedoeld op de éénheid van Gods Wezen, maar wel meer op het gansch cénige van het aanbiddelijk Opperwezen, waardoor vergelijking met andere wezens niet bestaan kan. Onze Godgeleerden plachten te zeggen, hoewel het niet verheven klinkt, dat God éénig is, niet alleen in getal, maar ook in soort. Om iets van het éénige in Gods Wezen te doen verstaan, wijzen wij allereerst op Zijne algenocgzaamheid. Gemeenlijk wordt wel is waar gesproken van de onafhankelijkheid Gods, waardoor het éénige in en van God uitkomt tegenover alles wat buiten Hem is. Want al het geschapene, zoo van de wereld der onzienlijke als van de wereld der zienlijke dingen, is van oogenblik tot oogenblik op het allerdiepst afhankelijk, in zijn aanzijn en bestaan, van het Eeuwige Wezen, zoodat afhankelijk te zijn tot het wezen behoort van al wat schepsel is. Maar God de HEERE staat boven getal,

als

wel

in

den gansch b

ij

die gebeurtenis zelve het karakter

en is van niemand en niets, zelfs niet in het ook maar een denkbaar oogenblik afhankelijk. Gesteld, er ware niet eenig ander wezen, noch in den hemel, noch op de aarde, dan zou het Eeuwige Wezen daardoor in

en

allen

alles,

allergeringste,

verminderen,

niets

steunpunt

verliezen,

in

niets

onzeker worden,

want God

niet

eenig

rust in niets, alles rust in

God is van niets afhankelijk, maar alle dingen zijn van God afhankelijk. Al wat is, heeft ontstaan en voortbestaan aan God te danken en wordt door het Wezen Gods gedragen, overmits we in Hem leven en zijn. Men bedenke wel, dat hier niet gehandeld wordt over het God

;

onafhankelijke

van

Gods Raad, de aan

niets

gebonden

vrijheid van het Goddelijk Besluit; daarover zal gesproken worden bij de uiteenzetting van de alwetendheid Gods en ook, dat wij hier niet het oog hebben op het onafhan-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

Van de kennisse Gods - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

PDF Bekijken