Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de kennisse Gods - pagina 186

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de kennisse Gods - pagina 186

2 minuten leestijd

HET BESTAAN GODS.

184

Eindelijk nog kan men het er voor houden, gelijk metterdaad sommigen, zooals de Gnostieken, deden, dat de wereld wel geschapen is, echter niet door God, maar door een Demiurg of een Gode minderwaardig wezen. En de Heidenen, die bij het licht der natuurlijke rede wandelen, ontwikkelden in hunne rijk bevolkte mythologieën de gedachte, dat niet door één God, maar door vele goden de wereld geschapen en toebereid is, en dat deze goden gezamenlijk het bewind over haar voeren. Hoezeer het teleologisch bewijs het gemoed ook

toespreke, erkend moet worden, dat het geen mathematisch

of wiskunstig bewijs

is,

om

het bestaan

Gods

zekerlijk te

Kant

uitgedacht

bewijzen.

4

.

Het moreel

en door

zijn

bewijs.

moreel bewijs tracht zelfs in

Dit werd door

volgelingen op den voorgrond geschoven. Dit uit

de algemeene zedewet, die

dat der Heidenen (Rom.

2

:

in aller hart,

gevonden wordt,

14, 15)

te

besluiten tot een God, die de zedelijke wereldorde tot aanzijn riep en haar ingra veerde in het menschelijk hart. De mensch kent de wonderlijke inspraak van het geweten daarin komt en ;

God tot hem, en

Gods stem beluisterd wordt, volgt daaruit, dat er een God is. Anderen van dezelfde richtinglegden nadruk op de groote disharmonie tusschen deugd en spreekt

geluk

in dit leven.

De

wijl alzoo

goddeloozen

zijn

meestal voorspoedig

hunne dagen, en de vromen worden door allerlei ramp gekweld. Het menschelijk gemoed wordt niet bevredigd

in

door deze schijnbare onrechtvaardigheid, het zielsbesef roept loon voor de deugd en straf voor het kwaad. En aangezien dit hier op aarde zoo niet is, moet er een God zijn,

om

die hiernamaals het evenwicht herstellen

zal,

het recht zijn

klem bezorgen door den zedelijke zalig te maken en den onzedelijke te verdoemen. Deze ethische school vindt haar bewijs voor het bestaan Gods in de behoefte van 't menschelijk hart; het roept

om

den grooten Rechtvaardige, die de zede-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

Van de kennisse Gods - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

PDF Bekijken