Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 94

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heil in ons - pagina 94

3 minuten leestijd

84 Terwijl wij namelijk, ook na onze wedergeboorte, zóó zijn, dat we de aderen des levens, waarmee we aan den Zoon verbonden liggen, door ons onverstand en onze verkeerdheid, eer toedriikken dan werken laten, en dus met al onzen schat voor oogen, nochtans koud, onbezield en machteloos, d. i. ongetroost zouden neerzitten, glijdt de Heilige Geest dan als de van God gezonden Trooster in het verborgen van ons innerlijk leven, om aan die levensaderen hun werking terug te geven en met den gloed des hoogeren levens uit Christus weer koestering aan te brengen in ons verkleumd gemoed. Ware nu die Heilige Geest slechts een kracht en niet persoonlijk God, dan zouden tvij het natuurlijk zijn, die dien Geest hezigden. Maar nu die Heilige Geest wel in der waarheid God is, te prijzen in eeuwigheid, nu is het die Geest, die ons aandrijft, ons omzet naar den wil des Heiligen, en ons bezielt. Daarin nu heeft dan ook de strijd tusschen vleesch en geest in de geloovigen zijn oorsprong. De persoon (niet zijn „geest, zijn ziel of zijn lichaam") wordt bekeerd. In hém, in zijn ik, in zijn ongrijpbaar menschelijk wezen is het ongeloof nu geloof en wat van Sathan was alsnu van God en zijn Christus geworden; niet krachtens wat in dat ik schuilt, maar krachtens hetgeen voor dat ik in den Christus verborgen is bij God. Eerst daarna kan dus het nieuwe leven allengs een aanvang maken met de dienstbaarstelling van „de leden," gelijk Paulus het in Eom. VI noemt, aan Christus en zijn gerechtigheid. Die „leden," d. i. de instrumenten van geest, ziel en lichaam met al hun vermogens en krachten, die dusver voertuig waren voor wat tegen God inging, moeten nu voertuig worden voor wat God verheerlijkt. Maar dit kan niet dan met geweld. Want het raderwerk ligt stuk en verwrongen en heeft zijn gang en loop genomen, naar de zonde het wilde. Het werkt dus bij het geloof niet mee, maar tegen. Let wel, niet slechts uw lichaam, maar ook uw ziel, en zelfs uw geest die in u is, en evenzoo de vermogens die bij deze drie hooren. Dat alles saam heet uw „vleesch" of ook „de oude mensch" of ook „de ijdele wandeling die u van de vaderen overgeleverd is," of ook „het lichaam" d i. „de bewerktuiging des doods'' met al haar zondige lusten en haar neigen en hellen naar het graf. En daartegen nu strijdt de Geest in u, om des ondanks „deze leden" alsnu dienstbaar te maken aan wat van God komt die bedding, waar het modderig slib in vastraakte, alsnu dienstbaar te maken aan het stroomen van het water des levens: en die vensters die door bezoedeling ondoordringbaar waren geworden, nu toch te doordringen en er stralen doorheen te schieten van het licht uit God. Dit maakt dat er allengs, niet zoozeer in de werking van deze leden een hebbelijkheid ontstaat om zich voor het heilige te leenen, maar dat allengs uw nieuwe mensch, uw wedergeboren ik, bezield ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

PDF Bekijken