Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 102

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Honig uit den rotssteen - pagina 102

3 minuten leestijd

88 Jezus eischt niet slechts, dat ieder Christen willig het leed zal dragen, dat hém evengoed als eiken wereldling is opgelegd, maar spreekt uit, dat hij bovendien als volgeling van den Zone Gods eau eigenaardig kruis op zich heeft te nemen, dat het kind der wereld niet kent. En dat nu Avil niets minder zeggen, mijn broeder, dan dat .lezus van u eischt, dat ge uw doodvonnis aanvaarden zult; willig naar de schandplaats zult gaan, waar dat doodvonnis aan u moet voltrokken worden; en alsnu zelf het kruis op zult nemen en daarheen dragen, waaraan ge op de plaats der schande zult worden uitgerekt en zult sterven.

Zoo en zoo alleen komt de diepzinnige uitdrukking van .Tezus tot haar recht. Indien iemand achter hem wil komen, die moet 1. zichzelven verloochenen, 3. zijn kruis op zich nemen, en 3. hem navolgen. „U zelven verloochenen" nu, dat doet ge nog volstrekt niet, door eens iets op te oti'eren voor den broeder, eens iets toe te geven of voor een ander uit den weg te gaan. Neen, „uzelvcii verloochenen" staat tegenover het „verloochenen oan uiv Heiland." Handhaaft ge uw eigen persoon, richt ge uw eigene gerechtigheid op, houdt ge nog aan uzelven vast, dan geeft ge Jezus op, laat ge den Middelaar varen en is de verloochening van den Christus voltrokken in uw ziel. Maar dus ook omgekeerd laat ge Jezus Jezus d. i. uw Verlosser zijn, aanvaardt ge hem waarachtiglijk als uw koning, en houdt ge op, ook maar het allergeringste op zijn eere en majesteit af te dingen, dan moet gij zelf er ook aan, dan kunt ge u zelven niet staande houden, en moet ge zóó algeheellijk uzelven voor hem wegwerpen, dat ge er niet meer naar vraagt, hoe het met u gaat; om uzelven niet meer geeft met uzelven niet meer rekent en dus iii vollen omvang en uitgestrektheid, letterlijk uzelven verlooehent. Dat is dus de eerste stap zich te verloochenen. Maar hoe, bid ik u, zou daar nu als hoogere eisch op volgen kunnen niet te morren onder uw leed en verdriet? Alsof dit niet een eisch ware, die ook zelfs tot den «ze^i-wedergeborene uitging. Neen, die tweede hoogere stap is dan ook een gansch andere, en wel geen mindere dan deze: „Alsnu in den dood te willen gaan." De „verloochening" namelijk moet, opdat haar oprechtheid blijke, alsnu overgaan in een aanvaarden van het „doodvonnis" dat over ons komt. Een nog niet geheel verloochende wil dat niet. Of althans hij wil de voltrekking van dat doodvonnis uitstellen. Of voor het minst er een anderen dood voor in de plaats stellen, die hem beter gevalt. Maar bij een „verloochende ziel", wil Jezus zeggen, heeft dat tegenspartelen nu uit. Zooals Jezus over hem beschikt is het hem wel. En nu, Jezus heeft déze wet over hem beschikt: Dat van nu voortaan zijn leven één dagelijks sterven moet zijn ; en wel een ;

;

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 102

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

PDF Bekijken