Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 116

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heils termen - pagina 116

2 minuten leestijd

106 vermenging,

der

door

of

het

goede, of door het

kwade

uit de ver-

menging af te zonderen. Yoor beide stellingen willen we,

eer we voortgaan, nog een hoogst opmerkelijk bewijs aanvoeren, aan de taal zelve ontleend. In den brief aan de Hebreen wordt op vijf van de tien plaatsen, waar het woord „heiligen" voorkomt (H. II 10, Y 9, YII 28, IX 9 en X in den Griekschen grondtekst een geheel ander 1) woord gebezigd, dan waarmee steeds in het Nieuwe Testament het denkbeeld van „heiligen" wordt weergegeven. En wat is dit woord? Geheel hetzelfde, dat overal elders in het Nieuwe Testament voor „voleindigen" in zwang is. Waar Jezus zegt: „Ik heb het werk „voleindigd" op aarde" (Joh. XYII 3), en waar we in den brief aan de Hebreen lezen „de Zoon, die in eeuwigheid „geheiligd" is (Hebr. YII 28), staat in de oorspronkelijke Schrifttaai volmaakt hetzelfde woord. Zoo blijkt dus ook uit het woordgebruik der Schrift, wat we in ons eerste artikel uit den inhoud der Schrift betoogden: dat namelijk het geheiligde en dus „heilige" geheel één is met het voleindigde en dus „volmaakte." Het tweede spraakgebruik waarop wij de aandacht wilden vestigen, betreft het Oude Testament, In alle boeken des Ouden Yerbonds biedt het Hebreeuwsch ons slechts één stam tot uitdrukking van het begrip „Heilig," die stam is Kadasj. Slaan we daarentegen Genesis XXXYIII 21 en 22 of Deut. XXIII 18 op, dan vinden we ditzelfde woord voor iets zeer onheiligs gebruikt, t. w. ter aanduiding van Thamars zonde, en beteekent het een onkuische boeleerster, een ontuchtige vrouw. Hoe nu is dit mogelijk, zal men vragen, dat in de H. Schrift eenzelfde woord, dat schier immer het „Heilige des Heeren" aanduidt, straks ons wordt voorgelegd ter kenschetsing van een eeren plichtvergeten vrouw? Op zich zelf schijnt dit onverklaarbaar; doch let men op de dubbele beteekenis, die we voor „heiligen" aangaven, dat valt dit raadselachtige weg. „Heiligen," zoo zeiden we, het doen ophouden der vermenging, óf door het goede van het is kwade, of door het kwade van het goede af te zonderen, beide afgeleid uit de grondbeteekenis van „afscheiden," „afzonderen." Welnu, ga Sions tempel binnen. Alles wat u daar tegenkomt is geheiligd, want het is afgescheiden van het gemeene leven in Israël. Hier is dus het goede afgezonderd van het gemeene. Daarentegen, evenals de Tempel boven de alledaagschheid des zedelijken levens in Israël stond, staat de boeleerster, de overspelige, beneden dien maatstaf. Ook zij wordt dus als van het gemeene leven onder Israël afgescheiden en afgezonderd beschouwd, en dies met eenzelfde Avoord aangeduid, met dit verschil slechts, dat zij hier als het kwade (de :

:

:

:

;

:

:

:

:

boeleerster)

:

van

het

betrekkelijk

goede

(d.

i.

hier Israël) wordt af-

gezonderd. Dit leidt ons van zelf tot de offerande in Israël en de eenige alles

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

PDF Bekijken