Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 21

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heil ons toekomende - pagina 21

2 minuten leestijd

11 voor Israël onder alle onreine dieren schier het zwijn zal u onrein zijn!" zegt de wetgever in Leviticus met al den ernst van zijn sober woord. Als gruwel voor Jehovah getiiigt Jesaia van het afvallig Israël zijner dagen, „dat men zittende bij de graven, zwijnenvleesch at en gruwelijke dingen in zijn vaten had." „Zwijnenbloed" is hem een uitgieting des verfoeisels, dat als zinnebeeld gerekend wordt van alle lastering tegen den Heere 4 en 66 (Jes. 65 3). Toch zou men zich misrekenen, zoo men het Israël vóór de ballingschap het zelfbedwang toeschreef, om zich aan zwijnenvleesch te spenen. De toenemende afgoderij moest schending van dit verbod na zich sleepen. Immers, bij meer dan één der Oostersche afgodsdiensten gold het zwijn veeleer als heilig, en vooral in de verfoeilijke kooksels en mengsels, die de guichelaars en waarzeggers bij hun toovenarijen bezigden, was zwijnenmelk en zwijnenbloed een bijna onmisbaar bestanddeel. Het eens als onrein verboden dier verkreeg door Israëls afval in sommige kringen daardoor zelfs een gewijde beteekenis. Niet uit gebrek aan geestkracht, niet bij verzuim, maar opzettelijk en met voorbedachten rade werd de misdaad van het zwijnenvleesch op Israëls

Het zwijn was

„Ook

onreinste.

:

het

:

heilige erve gepleegd. Jesaia getuigt het ons, als hij zegt: „Die zichzelven heiligen en zichzelven reinigen in de hoven, die zwijnenvleesch

eten en verfoeisel en muizen" (66 17). Echter, geheel anders werd dit na de ballingschap. Van Babels stroomen keerden alleen de echte Jehovah-aanbidders terug, en aller getuigenis is eenparig, dat Israël deze Avinste uit de ballingschap wegdroeg, dat het radicaal en voorgoed van alle afgoderij werd genezen. Yandaar dat sinds dien tijd, naar luid het getuigenis der Ilabbinisten, :

niet slechts het zwijnenvleesch eiken Judaeër als een gruwel der verafschuwing gold, maar dat zelfs het houden van zwijnenkudden als

overtreding van Mozes' wet ten strengste was verboden. aan het verhaal van de Maccabeën te herinneren,

slechts

We om

behoeven dit boven

allen twijfel te verhetten.

Antiochus Epiphanes wilde destijds met Palestina doen, wat Euslands Czaar met de Polen beproeft. Gelijk Polen thans een wingewest is van de groote Eussische monarchie, zoo was Palestina destijds een veroverde provincie, die aan het rijk van Syriëns koning was toegevoegd. Scheidt nu niets zoozeer de natiën als verschil van godsdienst, dan is het rusteloos streven volkomen verklaarbaar, waarmee we alle machtige heerschers behept zien, om elk deel van hun rijk, tot den godsdienst van het dat een anderen godsdienst belijdt, grooter deel des volks, desnoods met staatsgeweld, te bekeeren. Zoo thans de keizer van Eusland. Eusland belijdt den Griekschen godsdienst. Polen is Katholiek. De Polen Grieksch te maken is daarom hoofdbeginsel der Eussische staatkunde. En zoo ook destijds Syriëns koning. Syrië was Baalitisch, Palestina eerde Jehovah. Er moest

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

PDF Bekijken