Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 107

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heil in ons - pagina 107

2 minuten leestijd

97 zulk een volmaaktheid nu kunnen we uiteraard al aanstonds gebruiken zulke plaatsen, waarin de Christenen tot heiligen levenswandel eenvoudig worden vermaand en aangespoord. Een vermaning toch veronderstelt volstrekt niet dat de plicht waartoe ik aanspoor reeds terstond, voetstoots, in vollen omvang vervulbaar zij. Men kan zeer wel een binnenvader van een weeshuis, die zijn betrekking aanvaardt, op het hart binden: „Zie vooral toe, dat de weezen niet liegen!" zonder dat het, ook bij den heiligsten ernst, waarmee men die vermaning voor zijn consciëntie legt, in wien ook op zal komen, zich in te beelden dat het plotseling doen verdwijnen van elke leugen alsnu dan ook als vrucht van die aansporing volgen zal. Elk gebod en elke vermaning van zedelij ken aard, 't zij in ons huis, op onze werkplaats of in onze bureelen gegeven, draagt altijd een absoluut karakter, en het, helaas, maar al te constante feit, dat dit volstrekte gebod nooit of nimmer door even absolute gehoorzaam-

Voor

niet

heid achtervolgd werd, heeft toch niemand nog ooit den dwazen voorslag in den zin gebracht, om deswege elk gebod en elke vermaning voortaan van haar absoluut karakter te ontdoen.

En

dit

Wie

mag ook

het

deed

niet.

zou

zich

hiermee

aan het ideaal karakter van het

heilige leven vergrijpen.

Omdat dit heilige leven steeds en immer onmiddellijk uit den wil en het wezen Gods nederdaalt, kan het nooit ten deele, kan het nooit ten halve op ons aandringen, maar komt het óf niet, doordien we óf het komt met de gave ongeschondenheid ons hart verharden, van den volwichtigen goddelijken eisch. Lezen we dus in de Heilige Schrift de vermaning aan Israël: „Zijt heilig, want Ik ben heilig," of ook de vermaning aan de Christengemeente, „dat ze mochten onberispelijk zijn en oprecht, onstratfelijk als kinderen Gods en schijnende als lichten te midden van een krom en verdraaid geslacht" (Phil. 2 15), of hooren we kernachtiger nog en bezielder den Heere zelf zijn volgelingen oproepen dat ze zijn mochten als „een stad op den berg," als „een licht op den kandelaar," of als een „zout, dat, zelf niet bedervend, van dan heeft reeds deze gansche categorie anderen het bederf weren kan," vau heilige teksten voor onze „volmaakbaarheidsdrijvers" zelfs geen arenlezing hoe gering ook, en brengen ze niet den Gereformeerden Haam, maar wel hun eigen helderheid van geest in opspraak, door dch op zoodanige uitspraken te beroepen. Evenmin hebben wij bij het pleit over de volmaakbaarheid iets uitstaande met plaatsen, waarin der vromen burgerlijke deugd ge-

:

prezen wordt. Dat zulk een III

deugd

toch

bereikbaar

is

en bereikt moet worden, 7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

PDF Bekijken