Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 940

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 940

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Tektia).

25Ó daarom,

niet

vonden

Paulus die diepte begrepen en nooit zoo

wijl

lieeft

neen,

;

staat

hij

staart duizelend in die diepte,

ervoor,

waarin

menschen wegen en meten

's

kan dringen en nooit zal kunnen doordringen. Vers 35 staat airoü ïyiviTo

maar dat

doen gevoelen, dat

te

God

die geheele fix^oc in

De

III.

om

;

engelen

ook

zijn

in

daarom

men

:

de praedestinatie

God zóo

nu

bij

de beschikking

in,

dat de gansche

besteld wordt, dat in het eind-

den kosmos öok de

dat plan besloten en nog wel

in

is

Wij hebben gezien, hoe deze

het praedestinatieplan houdt

verheerlijkt. Wijl

ook de engelen

zijn

behooren

wijl ze

:

als éen organisch geheel door

God

rlc (tCuj3oi>?.oc

ligt.

einddoel der redelijke schepselen.

resultaat alles

r,

hij

door

de praedestinatie opgenomen maar niet op dezelfde

bepaling geen steek houdt, neen

kosmos

:

niet

geen wijsheid buiten God bestaat

er

zelf

wijze als de mensch. Gewoonlijk zegt

omtrent het

schoons ge-

iets

kan het niet inzien en volgen,

hij

in

/ze/ne/

behoort,

hoogere mate,

de hoogere orde van wezens, die een bewustzijn ontvingen

tot

en zoo de heerlijkheid Gods kunnen opnemen en uitzingen. staan echter anders in de praedestinatie dan de mensch.

Zij

staan er op tweeërlei manier in

Wij menschen

:

het credit voor de belofte van de eeuwige erfenis;

a.

in

b.

in het

debet voor de roeping in den dienst van God,

om Zijn lof te verheerlijken.

Zoo nu de engelen het credit voor de erfenis der heerlijkheid

in

a.

in

b.

het debet als dienende geesten van

moeten God dienen

De hoogheid zijn

in

nu bestaat

hierin, dat

vóór zooals de menschen na de schepping.

dan

God.

engelen

De

ning.

Hij

boven

staat alle

engel

Zijn heiligen.

De

D^niB'C

het heiligdom daarboven.

engelen

der

;

God en

boven

alle

schepsel

In

ze de beelddragers

Gods

de eeuwigheid was er niets

als ro 7rvcj/u.x

en zoo nu staan de

schepselen als mera ttvej/xxtx zonder somatische verschij-

als louter

geest

is

dus de beelddrager Gods

in zijn

pneuma-

tische absoluutheid.

Nemen we God na de schepping, dan is de schepping het zichtbare, waarin God als Geest Zijn heerlijkheid uitstraalt. Nu komt de mensch als beelddrager Gods en wel als Tlvcj/icx

a. b.

heeft

o-'i^a,

God

;

een kosmos, waarin Zijn actie uitkomt en zoo de mensch een

waarin de geestel.

actie

naar buiten

treedt.

Daarmee hangt samen, dat de praedest. over de engelen anders is dan over de menschen en wel zóo, dat bij den engel niet is een vallen om weer terecht gebracht te kunnen worden maar een absoluut vallen. Eenerzijds zijn de kwade engelen onherstelbaar verloren, anderzijds hebben de goede engelen geen zonde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 940

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

PDF Bekijken