Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 579

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 579

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

HoOFDST.

De

IH.

Daarom

is

zoo opmerkelijk, omdat

dit juist

symbool

dig

Personen van het Drieëenig Wezen.

drie

was,

een jonge

stier,

dit

kalf schijr>baar een onschul-

de procreëerende kracht,

de scheppende en voortbrengende kracht Gods.

145

Inleiding.

Dit

als

symbool van

symbool wordt

ten eenen-

male afgesneden en het monotheïsme zoo kras mogelijk op den voorgrond gesteld.

Een tweede

B.

De Joden waren neigden

santer,

zulke

van beteekenis

feit

is,

dat Israël gedurig met

gemakkelijk

toe,

Israël

uit

vonden de

zij

kwam

en daarvan

Maar

afgodendienaars waren.

groote

theïsme niet

de andere menschen,

als

er

Was

af.

zij

werden

monodragers van de Open-

maar men vindt ze

;

niet,

men de oude Joodsche afgoden

omdat ze

kenmerk van de Joden dat

het

eigenaardig

het

opmerkelijk, al

meer

te zien.

we

Vers 4 claveerd

dat

zij

niet bestaan.

nu hiermee

luidt

nnx

:

verband Deut. 6

in

tv):^ i:\-i!?N rvip>\ hini7\

:

v^i^.

Wij zien dat

tusschen 2 woorden die elk een groote

is

letter

men

dus aan, dat

een der gewichtigste verzen van het

dit

we

lezen

Waarom

tengevolge van is

mono-

't

en vooral vers 5.

4,

manier waarop

Nu

dit

zich overal „einbürgern"',

dat afgodische volk, per slot van rekening,

bij

toch

het andere opzijde wierp, en na de ballingschap geen enkele afgod

theïsme

Bezien

geen oorspronke-

dus oorspronkelijk een afgodisch volk geweest, en het mono-

Israël

Niettegenstaande het volk zoo afgodisch gezind was, en

is

is

binnengedragen van buiten

alle in Israël

theïsme onder hen opgekomen, dan moest

immers vinden

amu-

hieruit blijkt ook, dat het

opkwam, maar door God aan die Gods optraden, gegeven was. Er

afgod,

Israelietische

afgoderij veel

het dat de Israëlieten

baring, die als getuigen lijke

afgo-

allerlei

meegegaan.

derijen is

:

vers

in

5

een

:

vers

onderstreepte

''inx^p-^D^i

37) ?

Dat

is

niets anders

;

vers geën-

hebben.

Dat

is

de

die groote letters duiden

Oude Testament

^c'sr^Dni ïianlj-bn

nu Jezus het summier van de

vat

(Matth. 22

zulk

dit

Wet samen

^\"ii'N nln;i

in die

is.

nx nnnsi

éene gedachte

dan de uitspraak van het monotheïsme.

men 3, 4 of 5 goden, dan verdeelt men zijn hart over die alle, maar heeft men éen God, dan verzamelt men al de liefde van zijn hart op dien enkelen éenigen God. Daarom gaat het 4de vers aan het 5<ic vooraf, en uit de eenheid Gods wordt afgeleid, dat men alzoo den Heere moet liefhebben. Hierop moet vooral wel gelet, want 't ongeluk wil, dan men bij het spreken over Jezus' woorden niet het Oude Testament inziet, en zoo de zaken verHeeft

keerd verstaat. C.

Die gedachte van het monotheïsme vinden wij in het geheele Oude Tes-

tament.

We

waar

4 maal toe de belijdenis ervan voorkomt.

tot

kunnen

niet alle plaatsen

nagaan, maar wijzen alleen op Jes. 45

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 579

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

PDF Bekijken