Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 651

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 651

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofdstuk Omdat zy'ji

Zoon"

;

Hij alleen

:

aan

bepaalden

een

daarom wordt

Ook

:

tijd

genoemd

die

Hem

van

er

kon Middelaar

Hij

U

Ik

zeggen

gegenereerd"

en daarom

zijn,

lezen wij van een Koning, die heerschen zal

1

Koning wordt gezegd

wordt

kan

rn^n,

217

Persoon.

is

Hij

uit-

heerlijkheid.

in

Micha 5

niet

De Tweede

B.

verband tusschen het „Heden heb

wij het

mijn

zijt

gebracht

dien

Personen enz.

zonder verleden en zonder toekomst.

dfMl,

In

drie

van den Vader het woord ontvangt ^'Prh]

Hij

Zoo verstaan en „Gij

De

III.

nVii;

Daar

ij:!?; vnSïTO.

'?3^J3

en van

een uitgang, die

is

maar een eeuwig karakter draagt: „van ouds, van de dagen der eeuwigheid", en

verbonden :

gezegd dat

is,

Hij heeft

meerdere uitgangen, er staat nlSïlD.

Psalm 2

strookt weer geheel met de opvatting van

dit

in Israël,

:

7.

de ge-

In

maar éen uitgang, maar de Zone Gods heeft ook als Middelaar een en nu wordt er gezegd dat die beide de Constitutio Mediatoris uitgangen eeuwig zijn, hetgeen niet gezegd kan worden van een aardsch koning, wiens vader en moeder bekend zijn, maar alleen kan gelden van den

boorte

is

uitgang

in

;

Messias,

die

geboorte

uit

eeuwige uitgangen

de

God

als zijne

heeft,

eeuwige aanstelling

De conclusie, waartoe ons onderzoek zoo

de

uitlegging van

zoowel wat

Micha 5

:

1,

is

als

dat,

waar

naar Psalm 2

Het leerstuk

zelf

der

praegnanten

die

uit

Zoon

7 leidde en even-

:

die

twee Schriftuur-

niet

is

vast te stellen,

van elders die generatie vaststaat, de diepere ondergrond van

die beide Schriftuurplaatsen metterdaad die

in

eeuwige

Middelaar.

dus deze, dat

plaatsen op zichzelf de eeuwige generatie van den

maar

betreft zijne

eeuwige generatie

zin

waarin

dit

als

eeuwige generatie aangeeft en

op den naam van Zone Gods,

rust 't'Sts^

stelt.

nlóc,

nlóc,

(xovoyv/r,!;

o

i>lzu

etc.

telkens wordt uitgedrukt in de Heilige Schrift.

Daar nu de

--jIoc

parallel loopt

met den

en de

TcxTr^p.,

Tcxrl^p

evenzeer

in

praegnanten zin in de Heilige Schrift staat, ontstaat er eene relatie van

Zoon,

en

eene

relatie

die

niet

overdrachtelijk

en zoon onder de menschen, maar die teit

moet

Die die

den

realiteit

Zoon, niet

is

leidt

betuigt

Wezen,

God

naar den naam van vader

archetypisch

is,

en volle

reali-

bezitten.

afloopt,

tegen

in

is

dien

Vader

:

ondenkbaar, tot het

„Ik en

tenzij er is generatie,

en waar nu de generatie,

ontstaan van twee wezens, en de Christus daaren-

de Vader

zijn

een",

is

de generatie

uit

den Vader van

het niet ontstaan van twee wezens maar het blijven van éen bij anders te expliceeren dan door den term „eeuwige generatie".

De grond voor dit leerstuk in de Heilige Schrift is volkomen concludent men doet dus verkeerd, als men zijne kracht zoekt in plaatsen als Psalm

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 651

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

PDF Bekijken