Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 202

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In Jezus ontslapen - pagina 202

2 minuten leestijd

: :

192

en alle zee, op deze aarde ons toeschijnen, toch is heel die aarde zoo nietig klein vergeleken bij de zon en zooals die zon is zoo zijn er duizenden en tienduizenden van vaste sterren en hoever ook menschenoog die vaste sterren begluurd heeft, nog is nooit het einde van het heelal ontdekt. Gods majesteit is zoo eindeloos, zoo nameloos groot, en wij, die ons reeds in ons kleine land op die kleine aarde in onze onbeduidendheid verliezen, wat zijn wij voor Hem die dat Heelal door één machtwoord tot aanzijn riep en het eveneens weer door één woord van diezelfde Almachtigheid zal doen omkeeren en ,

;

,

,

doen veranderen in gedaante en in bestaansvorm! Reeds de Psalmist werd door die overweldigende gedachte aangegrepen, toen hij het uitzong: -Gij hebt voormaals de aarde gegrond en de hemelen zijn het werk uwer handen. Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij zullen allen als een kleed verouden. Gij zult ze veranderen en als een gewaad zullen ze veranderd zijn." Bij Jesaja heet het eveneens: „Al het heir der hemelen zal uitsterven, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boekrolle en al hun heir zal afvallen gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van den vijgenboom." (34 4). En over die „verandering" van hemel en van aarde triomfeert Jehovah, als Hij zelf aan zijn knecht betuigt: -Hef uw oogen op naar den hemel en aanschouw de aarde beneden; want 3e hemel zal als een rook verdwijnen en de aarde zal als een kleed verouden; maar mijn heil zal in eeuwigheid zijn en mijne gerechtigheid zal niet verbroken worden." (Jes. 51 6.) Zoo roept ook de apostel des Heeren ons toe: -De wereld gaat voorbij met al wat ze voor ons oog begeerlijks heeft maar die den wille Gods doet blijft in der eeuwigheid". En al kunnen we hier de breede teekening van het visioen van Pathmos niet weergeven, duidelijk en omstandig betuigt toch ook een ander apostel ons, dat zij die aan Jezus toebehooren, „verwachteneen nieuwen hemel en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont dat eens de hemelen, die nu zijn, en de aarde door hetzelfde woord, dat eens deze wereld schiep, ten vure zullen worden overgegeven en dat dan de hemelen zullen vergaan en de elementen brandende zullen versmelten, en de aarde en de werken die daarin zijn zullen te niet gedaan worden". (2 Petr. ,

,

,

:

:

,

,

;

,

3

:

,

7, 11, 12, 13.)

Men

heeft het een wereldbrand genoemd, en een wereldbrand het zijn, en eerst uit dien wereldbrand zal die nieuwe gestalte voortkomen, waarin het rijk der heerlijkheid schitteren zal eeuwiglijk en altoos.

zal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 202

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

PDF Bekijken