Bekijk het origineel

Zions roem en sterkte - pagina 20

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zions roem en sterkte - pagina 20

3 minuten leestijd

ARTIKEL XVI.

12

Vraag. Is de Heere Christus en Zijne gerechtigheid, niet eene verdienende oorzaak der veri<iezing ? Antw. Geenszins want ofschoon Christus de verdienende oorzaak van onze zaligheid is, echter kan Hij niet gezegd v^^orden, de verdienende oorzaak van de verkiezing zelve te zijn, dewijl Hij om onzentwille, van God is uitverkoren, om de verkiezing 20. Dewelke wel voorgekend is geweest uit te voeren, 1 Petr. 1 voor de grondlegging der wereld. Vraag. Hoe wordt Christus dan aangemerkt in de verkiezing? Antw. Als de eenige uitwerkende oorzaak der zaligheid, die God van eeuwigheid voorgekend heeft, om de zaligheid te ver;

:

11. Naar het dienen, Ef. 3 heeft in CHRISTUS. :

eeuwig voornemen dat

Hij

gemaakt

Vraag. Heeft God den mensch ook verkoren, om een voorgezien geloof, of goede werken. Antw. Neen, God is nergens door bewogen tot die verkiezing, en heeft de Zijnen, zegt de Belijdenis zeer wel, uit ENKELE GOEDERTIERENHEID uitverkoren in Jezus Christus onzen Heere, zonder EENIGE AANMERKING hunner WERKEN, 2 Tim. 1 9. Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met eene heilige roeping niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus voorde tijden der eeuwen. :

:

Vraag. Anlw.

Hoe 1.

bewijst gij dit nader ? Uit die plaatsen, welke

de eenige rede der verkiezing

stellen in het vrije welbehagen Gods: als daar zijn Matth. 11 :25, 26. Ik dank Vader, In dien zelven tijd antwoordde Jezus en zeide Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens ge:

U

want alzoo is geweest het welbehagen voor Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijnen wil tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde. 2. Uit die plaatsen, welke alle voorgezien geloof en goede werken uitsluiten, Rom. 9:11, 16. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken maar uit den roependen. Zoo is het dan niet desgenen die wil, noch 10. desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. 1 Joh. 4 Hierin is de liefde niet, dat wij God lief gehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot eene verzoening voor onze zonden. Vraag. Hoe meer? Antw. 3. Uit plaatsen, die ons duidelijk leeren, dat geloof en gehoorzaamheid aan den goddelijken wil, een a. Dus leest men van het vrij geschenk van de goddelijke genade zijn. geloof, Ef. 2 8. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof: en dat niet uit u; het is Gods gave. En van de betrachting openbaard. U.

Ef.

1

Vader,

Ja

:

5, 6.

;

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Abraham Kuyper Collection | 348 Pagina's

Zions roem en sterkte - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Abraham Kuyper Collection | 348 Pagina's

PDF Bekijken