Bekijk het origineel

Starrentritsen - pagina 31

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Starrentritsen - pagina 31

2 minuten leestijd

29 *

*

*

De

„kleyne luiden".

Van zelf werd al spoedig Mr. Tak van Poortvliet de meest op den voorgrond tredende Minister van het nieuwe Kabinet. Hij toch zou het nieuwe kiesrecht installeeren. En gelijk aan onzen Voorzitter van het Centraal Comité bekend was, stond van hem een kiesrecht te wachten, dat althans tot op zekere hoogte met wat wij wenschten overeenkwam. Ook hier lette men op één van die kleine details in het leven, die ongemerkt zoo vaak invloed oefenen. Middelburg was de gemeenschappelijke woonplaats geweest van dezen Minister in zijn jeugd en van onzen Voorzitter in zijn jonge jaren. En dit niet alleen, maar in de jaren dat Tak aan de Leidsche Universiteit verkeerde, zette hij de reeds in Middelburg door zijn vader tot stand gekomen verhouding geregeld voort. Ook hij behoorde tot de studenten, die des Zondagsavonds bij de familie Kuyper vrij geregeld ten bezoek kwamen. Zulk een verstandhouding uit de jaren der jeugd slijt niet zoo licht geheel uit. En zoo was 't geheel natuurlijk, dat ook later beide staatkundigen, hoezeer ook tot geheel verschillende partijen behoorende, met elkaar in contact bleven.

Daar nu de Antirevolutionaire Partij steeds voor Huismanskiesrecht om algemeen stemrecht had gepleit, en nu ook Minister Tak van Poortvliet met een ontwerp kv/am, dat algemeen stemrecht meed, en eer een aan 't onzerzijds begeerde verwant tegenover het geroep

karakter droeg,

was

het te verstaan, dat vooral de heer

Van Alphen,

en ten deele ook de heer Mackay, als Kamerlid, er op bedacht waren,

om

aanknoopingspunt met Taks voorstellen op Saamspreking met den Minister deed zelfs de hoop koesteren, dat een amendement onzerzijds de brug zou kunnen leggen, waaroverheen we elkander konden ontmoeten. Het ging om onze toekomst. Nog evenals in de dagen van Prins Willem waren wij, Calvinisten, niet veel meer dan één tiende van de geheele bevolking, juist het aantal waarop Robert Fruin ons aantal in de 16e eeuw had geschat. En daarbij kwam tevens, dat we, juist zooals toen, meest uit bewoners van het platteland en uit de zeer kleine burgerij en arbeiders in de steden waren samengesteld, zonder veel tusschenschakel. Het meer gegoede deel der burgerij was veelal revolutionair gezind. De aloude antithese tusschen de dienaren van Mammon en de aanbidders van den Eenigen Waarachtigen God, kan nooit de wereld uit, en hield daarom ook onder ons stand. Vandaar de welbewuste toeleg, die in de negentiger jaren algemeen onder ons post vatte, om de ons nu geboden gelegenheid ons niette 't

hunnerzijds

spoor

te

eenig

komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Abraham Kuyper Collection | 108 Pagina's

Starrentritsen - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Abraham Kuyper Collection | 108 Pagina's

PDF Bekijken