Bekijk het origineel

Antirevolutionaire Staatkunde - pagina 496

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Antirevolutionaire Staatkunde - pagina 496

met nadere toelichting op Ons program. Eerste deel. De beginselen.

2 minuten leestijd

HET STAATKUNDIG PARTIJWEZEN.

488

werk Ueber

Kammer

die Bildiing der ersten

vooral

1870,

opmerkingen

August Winter gaf interessante

1870.

Leipzig

78

bladz.

v.v.

von Moiil

R.

Tubingen

in Deutschland, in zijn

in zijn

Encyclopaedie der

Staatswissenschaften, 2e Auflage, Friburg 1872, bespreekt die Parteien

im Staat op bladz. 648

v.v.

Onder de

de tegenwoordige eeuw raadplege

uit

schrijvers van latere jaren en

men M.

vooral chapitre VIII Le Bilan, bladz. 607

conclusie

komt,

dat

Deel

1893,

I

Calman-Levy 1903,

waarin

189—220

p.

v.v.

Wesen and Zweck der Politik, Voorts Ludwig Gumplowicz,

Geschichte der Staatstheorieën, Innsbrück 1905, bladz. 462

Kampfende Parteien und

Rehm van

H. riss

de spijtige

hij tot

partijwezen, althans in Engeland, zelfmoord

het

begaat. Zie voorts Gustav Rathenhofer,

Leipzig

v.v.,

La Demo-

Ostrogolski

cratie et Vorganisation des parties politiques, Paris,

ihre Interr essen.

Dan

v.v.,

en

in

Die

vooral den hoogleeraar

Straatsburg, Deutschlands politische Parteien, ein

Grund-

der Parteienlelire, Jena 1912, die wel in hoofdzaak de Kiesrecht-

maar toch ook het partijwezen op

bespreekt,

stelsels

bladz.

36 v

v.

stelsel

van

Romer en

nader onderzoekt.

Hij

blz.

1

v.v.

verwerpt het vierdeelige

en

partij-

Evenzoo dat van Grotenwold, die

Bluntschli.

aristocratisch en democratisch tegenover elkander stelde. {Die Parteien

des

Deutschen

aan

bij

de

Staatslehre,

Reichstag,

1908)

driedeeling,

2e

ook Treitschke

ed.

die

;

en dan

Jellinec

sluit hij

voorsloeg

zich in hoofdzaak in

zijn

Allgemeine

1905, bladz. 110 v.v.; doch hierover nader.

in zijn Hist. polit.

Zie

ylw/sóYze, 4e Aufl. 1871, derde opstel,

en voorts de Revue's en politiek-juridisch-oeconomische Woordenboeken.

Nog noemen we Harold W. V. Temperley, Senates and Upper-Cliambers, London 1910, pag. 1—25; alsook Sigmund Figdor, Parlamentswissenschaft, zettelijk het

studie koos, beziet. is

rijk

§

2.

Hier

dacht

Ook

Berlin

1891, deel

II,

optreden der partijen

maar toch

in

Die Parteitaktik, die wel meer opin

het Parlement tot onderwerp van

verband hiermee ook het partijwezen

het derde deel van dit

zelf

nader

werk Die parlementarische Technik

opgevat, en althans het 2e deel komt hier in aanmerking.

Ten onzent schaarsch.

vooral

diende

gevestigd,

op

omdat

de litteratuur over het onderwerp de aan-

ten

onzent weinig lust uitkwam

om

er zich

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Abraham Kuyper Collection | 736 Pagina's

Antirevolutionaire Staatkunde - pagina 496

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Abraham Kuyper Collection | 736 Pagina's

PDF Bekijken