Bekijk het origineel

De 'kleyne luyden' - pagina 19

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De 'kleyne luyden' - pagina 19

2 minuten leestijd

13

Ongetwijfeld bestaat er ook een tegenovergesteld gevaar. Niet zelden toch is er ook een toegeven aan de onwetenschappelijke schare geweest. Maar toch moet de tegenovergestelde zwenking schier nog ernstiger betreurd, wijl er duurzaam zoo bedenkelijke invloed van op de jongeren uitgaat en de scherpe Paulinische tegenstelling ten slotte zoek raakt. Slechts zij men op zijn hoede om de verzwakking en verschuiving van de grenzen niet eeniglijk van boven te zoeken, bij hen die de schare leiden mogen het gevaar komt soms met gelijke intensiteit uit de schare zelve op. Zie 't maar in de bange dagen die we thans doorworstelen. Of bespeurt ge het niet telkens, hoe er thans niet weinigen zijn, die om zich 't stoffelijk gewin niet te laten ontglippen, zich verleid gevoelen om het hooge ideaal, waarvoor ook zij dusver hadden gestreden, te laten varen, en, ten einde zich hooger opbrengst van hun goed te verzekeren, er, ja, nog niet toe overgingen, neen, maar er dan toch reeds over gedacht hebben, om zich met ongeloovige lotgenooten te vereenigen, ten einde zich van hoogeren prijs het profijt te verzekeren. Had men denzulken voor tien jaren gezegd, dat zooiets hun ooit mogelijk zou zijn, ze zouden 't als laster met verontwaardiging van zich hebben afgestooten. Thans daarentegen, nu de oorlogsduur de verleiding doet aanhouden, voelen ook zij zelven dat er vaak ook in hun hart iets omgaat, wat voorheen nimmer in hun hart zou zijn ingeslopen. Er moet beslistheid onder ons heerschen. Doch dan besta er omtrent wie onder de kleyne luyden te verstaan zijn, ook geen misverstand. Al te vaak toch dringt men er heen, om onder de kleyne luyden schier eeniglijk de armeren naar de wereld te verstaan, doch het is dan ook juist tegen deze onduldbare misvatting dat niet ernstig genoeg kan gewaarschuwd worden. Noch de Christus, noch het Apostolaat, noch Prins Willem heeft ooit met „kleyne luyden" eeniglijk de poveren bedoeld, die gebrek leden. De kleyne luyden zijn niet de bedeelden der Diaconie, maar ze vormen geheel de lagere groep in het samenstel van 't volksleven. Het is een klagende misstand, dat er in een Christelijke maatschappij nog wezenlijk gebreklijdenden zijn. De aard en het karakter der Christelijke Kerk brengt veeleer mede, dat de broeders^ ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Abraham Kuyper Collection | 34 Pagina's

De 'kleyne luyden' - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Abraham Kuyper Collection | 34 Pagina's

PDF Bekijken