Bekijk het origineel

Het Verloren Paradijs.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Verloren Paradijs.

8 minuten leestijd

en de herinnering daaraan bij de volken.

DOOR DR. P. G. DATEMA.

XVI.

(Vervolg.)

Zeer duidelijk waren naar veler meening de voor> stellingen van het toekomstig leven bij Israël niet.

Doch dit ligt geenszins aan het gebrekkige der voorstellingen in de Heilige Schrift.

Het is omdat de lezers niet opmerken.

Als Job (XXVI:5), Bildad den Suhiet antwoordende, spreekt: De dooden zullen geboren worden van onder de wateren en hunne inwoners", dan blijkt hieruit wel dat er bij de volken, onder welke de openbaringskennis was verspreid, geen gebrek behoefde te wezen aan goede voorlichting ook op dit gebied.

In de profetiea van Jesaja (XIV : 9) wordt daar, als de machtigen van Babyion hun oordeel zullen hebben, aldus getuigd: De hel van onderen was beroerd om uwentwil, om u tegemoet te gaan als gij kwaamt; zij wekt om uwentwil de dooden op, alle de bokken der aarde".

Om nu mair niet meer te noemen van wat we ook nog bij andere Profeten l ) ons hieromtrent vermeld vinden, het is genoegzaam duidelijk reeds uit het bovenstaande blijkende, dat er geen onkunde behoeft te heerschen ook in deze aangelegenheid, wanneer de Waarhefll Gods maar wordt gepredikt.

Waar dit ontbreekt daar gaat het als bij de Zoeloes in Zuid-Afrika, de Aino's in Japan, de Kamtschadalen (inboorlingen van Kamtschatka, schiereiland in 't Noord-Oosten van Azië), die maar eenvoudig wegdenken dat het toekomstig' leven gewoon voortgaat als het tegenwoordige.

De Eskimo's in het Noorden en de bewoners van de //ouwü-eilanden in den Zuidelijken Oceaan stellen het leven hiernamaals als zeer aardsch vroolijk zich voor.

Nieuw-Caledoniërs, Tasmaniërs, Australiërs, Bajakkers, Igorroten, f(arenen, gij kent ze allen nog wel of kunt veel van hen in de voorgaande stukken nalezen, twijfelen er niet aan of alle gestorvenen gaan het land der zaligheid beërven.

Gansch anders de Indianen van Noord-Amerika de Tschohia, Mönitarria, Odschibwa, Algonkin, Zwartweten, Karak, Xelta, die van Zuid-Amerika de Tschibtscha, en de Peruanen, ook de Papoea's op Nieuw-Guinea, de Negers van Benin en aan de Goudkust, die gelooven dat het Paradijs alleen den goeden wordt ontsloten.

Ook het Egyptische doodengericht wijst er op dat daar het geloof heenchte vu een Paradijs eokd voor de rechtvaardigen.

Twee en veertig richters zaten daar in het oude Egypte, •oor welke de gestorvenen reeds dezerzijds werden ge* vonnisd.

Bij bewezen beschuldiging geen begrafenis in gewijden grond. Kon de aanklager daarentegen geen bewijs leveren voor zijn beschuldiging dan had hij dr kosten te betalen.

't Is te begrijpen waar die beschuldigingen veelal over liepen.

Als bij ons, of men ook meende opgemerkt te hebben dat de gestorvene in een ot ander opzicht de uiterlijke wet had overtreden. De geschiedenis van den rijken jongeling die niet verstond dat de wet geestelijk is.

Zoo gaat het over: hier een weinig en daar een weinig.

Hier te kort of daar te lang.

Men weet nu wel wat de natuurlijke menschen, wat de heidenen onder «rechtvaardigen" verstaan.

De goeden dat waren bij de volken veelal de dapperen, de edelen, die hun zoo heerlijk toegeschenen hadden in hun krijgsmansdeugden, 't Kwam er dan verder niet op aan. Roof, overspel .... och, zoo'n weinig kon er best bij door. Gaat ook bij ons nog niet veelal het denzelfden weg op? Wees dapper of brutaal en doe wat ge wilt.

»Goeden" zijn goede krijgers zegt de Indiaansche Pani-hoofdman.

Bij de Mönitarria is «goed» gelijkbeduidend als dapper.

't Zijn dus veelal blinkende zonden.

In Nicaragua (Centraal-Amerika) zijn alleen de goeden, die in den slag sterven, voor het land der zon bestemd.

Volgens de Kflraïben (oorspronkelijke volken in Centraal-en 't Noordelijk deel van Zuid-Amerika en de Antillen) komen de dappersten op de eilanden der gelukzaligen, waar hen hun aardsche vijanden, de Arowaken (eveneens een Indiaansche stam) als slaven dienen.

Zoo is bij de Ouarani het Paradijs voor de dapperen en bij de Indianen uit het Noord-Westen van Amerika voor de edfclen en de gevallen krijgers.

Bij de Indianen van Virginië is het gevoelen, dat hoofdlieden en' toovenaars het land des geluks in het Westen beërven.

Eveneens onder de Eskimo's zijn de gelukkigen de helden en duchtige jagers.

Och, het is zoo vreemd niet. Ook Isaak had smaak in het wildbraad zijns zoons: Ezau, die geweldige jager, die harige man.

Alleen door genade heeft hij ook naar hooger ideaal leeren streven.

Onomwonden leert het ons de Waarheid.

Gewis staat de uitnemendste onder de heiligen naar zijn natuuraard niet verre van de heidenen.

Ook op hun wegen zou enkel «vernieling en ellendigheid* wezen. En men zou van hen ook niet hebben bemerkt, ' dat zij naar iets anders stonden dan naar wat in het oog des natuurlijken menschen hoog is.

Hoog zijn de hoogen. Oost en West, Zuid en Noord. Zie in den Zuidelijken Oceaan.

De hoofden en gevallen krijgers zijn het die het zalige doodenland der Polynesiërs binnentreden.

Op Tahiti alleen de AreoL, dat zijn de bevoorrechten met het taboe (een soort goddelijk wijdingsmiddel), op de Qilbert-eilanden de vrije lieden die wèl getatoeeerd, dat is behoorlijk in het vel des lijfs met teekenen versierd zijn.

Op Tarawa (een der Gilbert-of Linie-eilanden) hebben de lieden van de twee hoogste standen slechts het voorrecht in het land der vreugde voort te bestaan.

Dit is nu het overblijfsel van hetgeen naar luid der oorspronkelijke Godsopenbaring den volken bekend kon wezen, dat er slechs weinige uitverkorenen zalig zullen worden. Onder andere Semitische volkstammen dan die der Israelieten is evenals onder de Arische stammen (onze voorouders in Indië) dit geen onbekende zaak.

Zoo treden slechts uitverkoren helden de Babylonische gelukslanden binnen, eveneens gaat het in de Elyseeesche velden of de gelukkige eilanden der Oriehen. Desgelijks in het Walhalla der Germanen.

Daarentegen volgens de Mintira op het schiereiland Malakka (Zuid-Oostelijk Azië), zijn degenen, die een bloedigen dood gestorven zijn van het zalige doodeneiland uitgesloten.

Hier komen we UA eene opvatting, die OM dool denken aan den bij vde volken in Voor-Indu verbreiden afkeer van al wat Moed heeft gekost. Gevolg van een natuurlijk tegenstreven tegen den nud Gods, die in onzen dood alleen de weg opent tot herstel.

Zeer merkwaardig is ook het geloof der Mexicanen, dat voor melaattchen, waterzuchtigen en de aan hevige (acute) ziekten gestorvenen zoowel als voor de zielen van de aan Tlaloe geofferde kinderen het land der hoves Tlaloean opent.

Ver verbreid onder de volken is mede het geloof, dat voor de in het kraambed besweken vrouwen het land der zaligen openstaat

Zoo denken ze er in Groenland over, zoowel ais in Midden-Amerika, op de Marquesas-eiianden en bij de Igorroten.

Volgens de butsten ie haar zelfs de hoogste zaligheid beschoren.

De Eskimo's meenen, dat zij die verdrinken gelukkig aanlanden, eveneens gelooven de Araukaniirs (Indiaansche stam in Zuid-Amerika) dit van hen die in het wond sneven, die zelfs eene bijzondere zaligheid moeten deelachtig worden.

Zoo mogen ze nog die „kinderen van het woud'', als ze zich noemen, geheel als wilden geacht*worden te leven, ook deze stammen zijn niet vreemd aan de verwachting die allen volken nog eigen is van een eeuwig voortbestaan.

We hebben reeds in no. 10 vap den isten Jaargang nitvoerig melding gemaakt en vervolgens in no. 7 van den aen, hoe ze bij al hun dwaasheid tcch niet ontbloot zijn van deze hoop, die stammen van Indianen in Brazilië, nog in 300 verschillende afdeelingen, alle een eigen taal of dialect hebbende, verspreid ten getale van 1.300.000 zielen.

In het zooveel minder uitgestrekt gebied van Paraguay wonen er nog een 80.000 van zeer onderscheiden stam. In Bolivia, Peru en Ecuader wel een 3.000.000.

Deze getalen zijn zoo ongeveer nog met eenige zekerheid vast te stellen. Maar van de in andere deelen van Zuid-Amerika rondzwervende Indianenstammen is het aantal alsnog niet te uepalen.

Zij verbinden allen de verwachting van hun toegang tot het Paradijs aan de mate van dapperheid die ze aan < 0en dag leggen in den strijd.

Zoo komt het zelfs voor dat zelfmoordenaars gedacht worden gemakkelijk het land der gelukzaligen te kunnen binnen treden. Dit gevoelen vindt men bij de bewoners van de Marquesas of Markiezen-eilanden in den Stillen Oceaan.

Zelfmoordenaars werden daar geacht een groote mate van moed aan den dag te leggen, evenals de slachtoffers van - de stammen in Zuid-Amerika die zich vrijwillig lieten slachten en opeten.

Nu kan dit wel de moed der wanhoop wezen als bij de oude Stoïcijnen (Hand. XVII:18 ook vermeld), die Italmweg zich doorstaken om aan de ellende een einde te maken. Doch het is bij die Heidenen toch nog geheel iets anders, want zij offeren zich nog op om hun .geest, zoo zij meenen, vrij te maken van de aardsche banden.

Onder zulke wilden is nog meer besef dan bij de meer beschaafde volken, besef van het geestelijk bestaan < des menschen, dat naar een eeuwig voortbestaan uitgaat.


1) Zie bijv. nog Ezechiël XXXII : 21 (en de geheele levendige beschrijving van vs. 17—32): De machtigste - der helden zullen hem met zijne helpers toespreken uit "het midden der hel."

Hier zien wij het voortbestaan der volken na den •dood ons op 't klaarst beschreven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Alle Volken | 4 Pagina's

Het Verloren Paradijs.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Alle Volken | 4 Pagina's

PDF Bekijken