Bekijk het origineel

Valsche „godsdienst”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Valsche „godsdienst”.

3 minuten leestijd

IV. (vervolg van no. 11, Jaarg. V).

Een heiden heeft zijn goden niet lief. Bij vreest ze. Dat blijft het zelfde, als de Semiet zijn godheid Baiil (= Heer) of Moloch (= Koning) noemt en als de Inde-Germanen sprek»n van den Alvader. Van liefde geen sprake, hoogstens eerbied en ontzag, voortspruitend uit afhankelijkheids-gevoel. De goden te vriend houden, dat is de zaak. Van zonde is natuurlijk al evenmin sprake, noch van verzoening. Wel in de hoogere religies, waarvan wij later zullen spreken.

Welken vorm nu de lagere „godsdiensten" ook aangenomen hebben, 't is altijd weer: het schepsel boven den Schepper. Zoo bij de voorouder vereering (China), zoo bij de halfgoden der Grieken, helden, die als groote mannen tusschen goden en gewone menschen in stonden (Hercules.) 't Onderscheid tusschen God en mensch valt dan weg. Denk maar aan: „Ik ben een God in 'tdiepst van mijn gedachten 1" uit den nieuweren tijd. De heiligheid wordt niet beseft. De Heere God staat dan niet langer alleen.

Nu spreekt het wel vanzelf, dat met dergelijke afgoderij gepaird gaan allerlei valsche voorstellingen, ook over den mensch en de wereld. Hoe zullen, als de grens tusschen Schepper en schepsel wegviel, de scheidslijnen zuiver kunnen getrokken worden, op welk gebied dan ook ? Is het besef van heiligheid zoek, dan is er ook gebrek aan besef wat zonde is. Dan vindt ge hier en daar nog wel sporen van de waarheid, maar met de droefste dwaling gemengd. Als de Egyptenaar bovenal voor zijn dooden zorgt, spreekt van een toekomstig gericht en allerlei toekomstverwachtingen koestert, dan ligt daaraan ongetwijfeld" ten grondslag de gedachte aan het wereldgericht. Als ge bij tal van volken paradijsverhalen vindt, herinneringen aan een gouden eeuw, toen de mensch gelukkig was, dan spreekt daaruit toch nog iets van de oude geschiedenis; als ge de zondvloedsagen leest, in verschillende landen bekend, dan blijkt ook daaruit de herinnering aan wat eenmaal geschied is nog voort te leven. En wanneer dan zelfs sporen te vinden zijn van het besef, dat in het hiernamaals het lot van rechtvaardigen en goddeloozen verschillend zal zijn, dan is ook hier weer waarheid, hoe ook met dwaling vermengd.

Maar het is altijd weer: menschelijke inspanning, menschen werk, waarop de verwachting wordt gebouwd, eigenwillige godsdienst en steeds gepaard met waarzeggerij en tooverij. Waarzeggers, priesters, orakels moeten den wil der goden te kennen geven, of wel de stand der stenen, droomuitlegging, de vlucht van vogels, het eten of niet eten van dieren, de ingewanden van een geslacht dier zijn de middelen, waardoor de mensch zich kan vergewissen van de toekomst. Dit alles wordt samengevat als mantiek. Daarvan is wel te onderscheiden de magie, d.i. de poging, om door allerlei offerande, allerlei vormelijke gebeden, het in acht nemen van bijzondere gebruiken, het verlichten van zelfmartelingen de godheid gunstig testemm n en aan 's menschen geluk dienstbaar te maken.

Speur, waar ge wilt, het geheele heidendom rond, van zonde, van verzoening, van genade geen enkel tpoor.

Over de hoogerstaande heidensche religie in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1912

Alle Volken | 8 Pagina's

Valsche „godsdienst”.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1912

Alle Volken | 8 Pagina's

PDF Bekijken