Bekijk het origineel

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

15 minuten leestijd

xx. De geschiedenis der S, G, P.

Voor Studie en Leidraad

In ons laatste artikel hebben wij op j^et einde geschreven, dat er nog iets ^as, dat wij te belan.grijk achten, om het stilzwijgend voorbij te gaan, alvorens wij tót de beschrijving en uiteenzetting van de beginselen van de S.G.P. zouden kunnen overgaan, D^ belangrijke raakt de beginselen, Het kwam ook in het debat bij de algemene beraadslagingen over de Rijksbegroting naar voren. Daarbij werd tegenover de minister-president, mr de Geer, en de Anti-Revolutionnaire en Christelijk-Historische woordvoerders de deugdelijkheid van het Staatkundig Gereformeerd beginsel door Ds Zandt in de Tweede Kamer verdedigd, het jammerlijk afglijden van de A, R, en de C.H, naar de humanistische, revolutionnaire theoriën door hem aangetoond en tegenover mr Deckers, die Rome's verdraagzaamheid hogelijk geprezen had, door hem stelling genomen,

Ds Zandt dan begon dat gedeelte van zijn rede met er op te wijzeri, dat door Gods genade de deugdelijkheid der Staatkundig Gereformeerde beginselen bewezen is in de eigen landshistorie. Deze toch zijn niet alleen de oorzaak geweest, dat het oude Nederlandse Gemenebest ge­ ticht werd, maar ook, dat de vooralige Republiek der Zeven Vernigde Provinciën tot zulk een onemene bloei gekomen is. Tevens egde hij er de nadruk op, dat eveneens historisch vast staat, dat het éWal dier Republiek dateert van de ijd af, dat die beginselen verzaakf: erden.

e afgevaardigde der S.G.P, sprak aar bij zijn repliek-rede in de herfst an 1939 in de Tweede Kamer het navolgende;

„Ons eigen volksbestaan is een geschenk Gods. God heeft in een bange worsteling van 80 jaren ons van de vreselijke inquisitie van Rome en de Spaanse inquisitie willen' verlosen. Wat naar de mens gesproken onmogelijk was, heeft Hij mogelijk willen maken. De Staat der Nederlanden werd, gelijk mr Groen van Prinsterer in zijn Handboek der Vaderlandse Geschiedenis terecht opmerkt, geboren uit de aloude geoofsbelijdenis der Kerk, Gods Woord was naar de leer der Hervormde erk de grondwet van de staat. De overheid was als dienaresse Gods aaraan gebonden. Dienovereenkomstig moest zij haar wetten inrichten en had zij het volk te besturen. Dit beginsel heeft de oude .Republiek sterk en machtig gemaakt. Het bracht ons de gouden eeuw van ons volksbestaan, Hoe meer dat beginsel prijsgegeven werd, des te meer zonk ons volk naar de laagte, totdat wij one eigen volksbestaan onder Napoleon verloren hebben. De ideeën der Franse Revolutie hadden daartoe het pad gebaand. Diezelfde ideeën worden nog maar al te zeer onder ons volk gehuldigd. Mr Groen van Prinsterer schreef terecht: De Fransen verlieten ons land, maar de Franse Revolutie bleef. Haar ideeën doortrokken de politiek, tot die van de Anti-Revolutionnairen en Chris telijk-Historischen toe. Die ideeën komen bij hen telkens aan de dag. Om maar =' één voorbeeld te noemen: Zowel de Anti-Revolutionnairen als de Christelijk-Historischen: hebben met kracht en klem de stelling verdedigd, dat de deïsten, de pantheïsten, ja zelfs de atheïsten de volle vrijheid moeten hebben om hun Gode-onterende leringen te belijden niet alleen, maar ook om ze openbaar onder het volk uit te dragen. Dit is lijnrecht in strijd met de oude geloofs belijdenis. Dit heeft het jammerlijk gevolg gehad, dat de coalitie met Rome tot stand kwam en de revolutiegeest gevoed en gebouwd werd en 'dat wij in de diepe ellende verzonken zijn, waarin wij nu verkeren. Hoe beschamend is het gedrag van mr Groen van Prinsterer voor de Christelijke partijen, toen hij in 1871 een coalitie van Anti-Revolutionnairen, Conservatief-liberalen en roomsen weigerde te steunen en hij het kiezersvolk zo beslist mogelijk afried om op de Anti-Revolutionnairen te stemmen. Hij verklaarde zelfs: Al bleef ik gans alleen, dan nog zou ik niet zulk een verraad der beginselen niet van doen willen hebben.

Wil er ook werkelijk heil en voorspoed voor ons volk opdagen, dan zal tot dat aloude beginsel der Nederlandse geloofsbelijdenis dienen Ie wor»den terug gekeerd. Bij herhaling is daartoe onzerzijds in deze Kamer opgewekt. Bij voortduring hebben wij aangedrongen op het vormen van een grote Protestantse partij op die hechte grondslag der aloude geloofsbelijdenis. Wij willen de scheuring niet, wij betreuren die zelfs, wij dringen met alle kracht op eenheid aan. Wij hebben dat steeds gedaan, doch steeds werd door ons aan dovemansdeur geklopt. De Anti-Revolutionnairen en de Christelijk-Historischen waren voor zulk een welgefundeerde partij tot dusverre niet te vinden. En toch zou dit voor ons volk van het grootste belang zijn. Zoals het nu gegaan is, is het pad gebaand, mede door toedoen van de coalitie-politiek voor een broederlijk samengaan van Rome en rood. Rome zien wij in ons geuzenland steeds driester optreden.

Het probeert de ene post na de andere te bezetten. Roomse burgemeesters zijn er al in geweldigen getale, zelfs in plaatsen, waar de bevolking voor verreweg het grootste deel Protestants is. Roomse ambtenaren, roomse rechters, roomse notarissen heeft Rome bij massa's weten te plaatsen en zoekt het nog maar steeds allerwegen te vestigen. Kruisen, beelden, kapellen doet het steeds meer en meer verrijzen in ons land, waar de Reformatie ze eenmaal heeft uitgeroeid. Tegen Rome's opdringen en ook tegen de aanslagen der revolutionnaire partijen kon zulk een grote Protestantse partij een machtig bolwerk vormen.

De heer Deckers heeft gisteren d? verdraagzaamheid met welsprekende woorden bepleit en inzonderheid die van^Rome bezongen, maar Rome's daden zijn heel anders, Hoe heeft zij nog kort geleden in Oostenrijk met de meest drastische maatregelen het Protestantisme zoeken te •onderdrukken! Hoe heeft zij in^^Spanje hetzelfde gedaan toen'het er de macht had, toen daar een eenvoudige boerenvrouw tot zware kerkerstraf veroordeeld werd, omdat zij er aan getwijfeld had, of Christus broeders gehad heeft! Hoe heeft het in de Bossche-rechtszaak een vrouw gruwelijk beledigd om het feit, dat zij gehuwd was met een Protestantse man! Hoe heeft het in vroeger eeuwen; in ons land duizenden Protestanten gepijnigd, verdronken, levend begraven, levend verbrand, ja op de meest gruwzame wijze vermoord"!

De heer Deckers heeft gisteren d? verdraagzaamheid met welsprekende woorden bepleit en inzonderheid die van^Rome bezongen, maar Rome's daden zijn heel anders, Hoe heeft zij nog kort geleden in Oostenrijk met de meest drastische maatregelen het Protestantisme zoeken te •onderdrukken! Hoe heeft zij in^^Spanje hetzelfde gedaan toen'het er de macht had, toen daar een eenvoudige boerenvrouw tot zware kerkerstraf veroordeeld werd, omdat zij er aan getwijfeld had, of Christus broeders gehad heeft! Hoe heeft het in de Bossche-rechtszaak een vrouw gruwelijk beledigd om het feit, dat zij gehuwd was met een Protestantse man! Hoe heeft het in vroeger eeuwen; in ons land duizenden Protestanten gepijnigd, verdronken, levend begraven, levend verbrand, ja op de meest gruwzame wijze vermoord"!

De voorzitter, een r.k., viel Ds Zandt hier in de rede. Hij vond het blijkbaar niet gewenst, dat ons volk er meer van te horen kreeg, hoe , , verdraagzaam" Rome wel is. Hij zeide: Mag ik de geachte afgevaardigde verzoeken tot de algemene beraadslagingen over de Rijksbegroting t^rug te keren?

Ds Zandt, zijn rede vervolgende zeide zeer terecht, de opmerking van de voorzitter beantwoordende: , , Mijirheer de Voorzitter! Ik beantoord 'de heer Deckers en ben daarm geheel binnen het raam van de algemene beraadslagingen van de ijksbegroting. En nu tracht Rome, e rede van de heer Deckers bewijst it, onder de leuze van verdraagaamheid de Protestanten in slaap te iegen om w^eer aan de macht te koen. Zo verdraagzaam is Rome, dat et ter gelegenheid van de Osse rechtzaak al de dagbladen, die het waagden voor het Nederlandse recht op te komen, voor anti-papistisch heeft uitgekreten. Zo verdraagzaam, dat het het vijfde kabinet-Colijn, waarin geen van zijn mannen zitting had, met een motie van wantrouwen smadelijk wegzond, zonder de daden van het kabinet af te wachten".

Uit deze rede van de afgevaardigde van de S.G.P, hebben wij een gedeelte aangehaald, omdat daarin met feiten uit 's lands historie gestaafd, overtuigend blijkt, niet alleen, dat de beginselen der S.G.P. deugdelijk zijn maar ook, dat zij uitvoerbaar zijn. Daarmede werd een goed werk gedaan, Hoe vaak toch wordt door onze tegenstanders de deugdelijkheid van de beginselen der S.G.P, betwi t! Hoe smalend en kleinerend wordt daarover menigwerf door hen gesproken!

Welnu, de eigen landshistorie heeft de deugdelijkheid dier beginselen klaar en helder voor vriend en vijand bewezen. Deze beginselen zijn het toch geweest, die ons kleine land onder de gunste Gods eenmaal groot hebben gemaakt, zo groot zelfs, dat het in het verleden eenmaal aan de spits aller volkeren stond. Niemand kan dit feit ontkennen. Zelfs liberale historie-schrijvers hebben volmondig erkend. Men vergelijke Neerlands huidige toestand, nu het naar andere beginselen geregeerd wordt, met zijn groots verleden maar eens en dan valt alles ten voordele van dat verleden uit. Trouwens, hoe zou dat ook anders kunnen. De beginselen der S, G, P, zijn op Gods getuigenis gegrond. Op dat Woord, dat vast en zeker is en nimmer beschaamt degenen, die er op betrouwen. Daarom zijn zij deugdelijk en daarom zijn zij uitvoerbaar. Ook dat heeft onze eigen landshistorie uit ^vroeger eeuwen zonneklaar aangetoond. Wie dat betwijfelt of loochent en u deswege met allerlei smalende, vaak krenkende woorden aangaande de onuitvoerbaarheid van de beginselen der S, G, P, tegentreedt, kunt gij dan ook met verwijzing naar onze Vaderlandse geschiedenis afdoend het tegendeel bewijzen en geheel de mond snoeren. Daarin toch is hun uitvoerbaarheid gebleken, heerlijk gebleken, zodat niemand het ten slotte kan loochenen, ook al is hij met nog zulk een bittere haat en afkeer tegen die beginselen bevangen. Overigens werd bij de debatten, welke bij de algemene beraadslagingen over de Rijksbegroting voor het dienstjaar 1940 in October 1939 en ook anderszins van de zijde van de S, G.P. tegenover mr de Geer aangevoerd, dat hij bij de formatie van zijn kabinet slechts als bruggenlegger dienst had gedaan. Inderdaad, hij heeft slechts als pontonnier in Roe's leger gediend. Ook daarin hebben de S.G, P, ers — het zij zonder enige zelfverheffing gezegd — het bij het rechte einde gehad. Hun voorspelling dienaangaande is letterlijk vervuld geworden. Het kabinet de eer diende slechts als een geschikle oorbereiding om tot een coalitie an rooms en rood te komen. Zoals et r.k. dagblad , , De Tijd" destijds chreef: De bouwstenen zijn geleverd oor een andere politiek. Ja, daaroor waren de bouwstenen geleverd. n mr de Geer diende slechts als tenendrager of wil men het anders ezegd hebben, als bruggenlegger. rij spoedig reeds zou het blijken, at Rome geen enkele C, H, of A, R, eer in zijn dienst wilde hebben, aar het zijn oog geslagen had op ndere hulptroepen. De heer de Geer had nimmer in de functie, welke men hem in de kingen van Rome had toegedacht, moeten willen optreden. Hij deed het echter wel, ondanks de waarschuwingen van de zijde van de S.G.P, Hij deed het en welke bittere gevolgen beeft dat in de loop der eerstvolgende jaren niet voor hem gehad!

Dat inderdaad, zoals de Tijd het uitdrukte, de bouwstenen voor een andere politiek gelegd waren, zou direct na het einde van de oorlog blijken. Dat bleek reeds uit de formati» van het kabinet-Schermerhorn en dat zou nog overtuigender blijken uit de samenstelling van het ministeriedr Beel, Daarin namen de r.k., zoals eertijds in het kabinet-De Geer met geen twee zetels genoegen, daarin eiste zij het volle pond. Zij bezette er al de s|eutelposities in. Klein begonnen — wat meermalen hun taktiek en politiek is geweest — eindigden zij in het groot.

Ten aanzien van al het algemene regeringsbeleid van het kabinet-De Geer hebben de afgevaardigden van de Staatkundig Gereform. Partij in de Tweede Kamer naar de mate hunner krachten steeds bepleit, dat dit kabinet, zoals elke regering, verplicht was zijn bewind overeenkomstig de eis van Gods Woord en wet in te richten. Het was helaas evenals bij de coalitie-kabinetten ook bij dit ministerie aan dovemansoren geklopt. De tijd was zo buitengemeen ernstig, In September 1939 toch was Duitsland met zijn legers Polen reeds binnen getrokken. Een Europese oorlog was airede uitgebroken.

Het oorlogsgevaar bedreigde ons land ook toen al zeer van nabij. Het lag in het vaste voornemen van Hitler ook, zoals later uit de loop der geschiedenis gebleken is, ons land binnen te vallen. De hoge ernst en het dreigende ooirlogsgevaar van die tijd hadden voor het ministerie De Geer een reden te meer moeten zijn om zich naar Gods bevel te gedragen. Maar daarvan was ook bij dit kabinet helaas geen spoor of zweem te bekennen. Wel was het druk in de weer, gelijk dat onder het vierde kabinet Colijn in de twee jaar van zijn bestaan het geval geweest was, om onze defensie te versterken. Jaren lang hadden onderscheidene ministeries de landsvertdedaging schromelijk verwaarloosd, waartegen de afgevaardigden der S.G.P. steeds tevergeefs gewaarschuwd hadden, terecht daarbij opirierkende, dat zulks onverantwoordelijk was. Maar hun stemmen hadden tevergeefs geklonken.

Hun waarschuwingen waren n de wind geslagen. De Volkenbond met zijn collectieve veiligheid zou ons land wel beschermen. Daarop had men zijn ijdele hoop gevestigd. Doch nu het gevaar zo van nabij dreigde, nu en ook al even tevoren onder 't vierde kabinet dr Colijn, nu zou het dan gebeuren. Nu probeerde men dan van regeringswege in een paar jaar en enkele maanden te herstellen wat men van die kant jarenlang had verwaarloosd. Dat ging alleen niet, maar kostte ons^ land met zijn inderhaast en half genomen maatregelen nog grotere sommen gelds, dan als men geregeld jaarlijks de landsvendediging op peil had gehouden.

De landsverdediging was schromelijk verwaarloosd. Dat was erg. Maar veel en veel erger nog was, dat Gods wet ook door dit kabinet evenals door de het voorafgaande coalitieministeries als wat vreemds werd geacht. Wat kon men daar anders van verwachten dan zware ert geduchte oordelen Gods, welke meermalen onder hoongelach van de Kamer ook door de afgevaardigden S.G.P, voorspeld zijn geworden.

Een aangelegenheid is er, die j ten opzichte van het kabinet-] Geer onze bijzondere aandat vraagt. Zij betreft de heiliging vaa de rust op de dag des Heerea, ] kabinet had bij zijn verschijnen in Kamer medegedeeld, dat het in 2 voornemen lag om een nieuwe Zo dagswet voor te bereiden. Dat n niet de eerste keer, dat een minisl rie zulk een mededeling gedaan b Iets dergelijks was al meer van ac ter de regeringstafel aangekondij Reeds in 1901 had dr Kuyper zuf ook medegedeeld. Doch in al de la ge jaren, dat er coalitie-regerin aan het bewind geweest waren, * er niets van gekomen. Het stond di zeer te vrezen, dat er ook door i kabinet in deze zo belangrijke terie niets verricht zou worden dat het louter bij een aankondig! en mededeling zou blijven. Dat w wel heel erg, want jaar op jaar nai toeri reeds de schrikkelijke schendii van Gods dag toe. Niemanr^ aclil zulks gering. Het betreft hier toi een uiterst gewichtige instellii Gods. Niemand zal die straffek schenden. Stellig de overheid nie De Heere bedreigt toch in Zi Woord zowel de overheid als de derdaan, die Zijn dag schenden, de zwaarste straffen. Dientenöevol; hebben ook de grote Dordtse Synoi van 1618 en 1619 en nog al zo vc andere beroemde Synodes meer v de oude Chris.telijke Kerk en 'die 4 Reformatie de overheid gedurig voi gehouden, dat het één der gewicht! ste plichten der overheid is, im Heeren dag door voorbeeld en w( geving bij het volk te doen eerbiei gen. Deze Synodes hebben leve niet geschroomd om in grote trouwheid en vrijmoedigheid in li missives de overheid er op te wijzi dat zij, indien zij in deze zo dti plicht nalatig was de ontbrand! van Gods toorn zowel over haarz als over haar volk te wachten hi Letten de afgevaardigden der S.G, nu op het voorbeeld, dat het mini terie de Geer gaf, dan kon — geil zij ook meermalen in hun redevo ringen te kennen gaven — hun vc wachting niet hoog gespannen zij

Hoe toch konden zij en kon iemai in heel 't koninkrijk der Nederlande enige verwachting hebben, dat » kabinet een goede, op Gods Wooi gegronde Zondagswet zou voorbere den en tot stand brengen, als me acht gaf OD het voorbeeld, dat jii kabinet zelf gaf! Hoe, waar het ' binet ook voortging, zoals dat ond« de coalitie-regeringen gebruikeli was, met op Zondag allerlei extn treinen, ja zelfs goedkope extra-b*' nen te laten rijden!

Telkenmale nu als er ook maar eni| gelegenheid voor bestond, zijn de ï gevaardigden der S.G.P, er toe vei waardigd geworden om met nadfo de naleving van Gods Wet ten °f zichte van Zijn dag te bepleiten, E het was bij één van die gele-Jzm den, dat Ds Zandt sprak: Daar kal een oordeel Gods, nog wel eens , tijd komen, dat God het verkeer de Zondag in ons land, en ver arbuiten, doet stilliggen. Hoe zijn woorden betrekkelijk kort na-; ij gesproken zijn letterlijk ver-Id geworden! Alle hoongelach en atternij ten spijt. Wij hebben deze )orden nog eens expresselijk aanhaald, omdat zij in de dagen, voorraande aan de laatste verkiezing, d al eens aangehaald zijn en het tjd goed is, indieii zij juist en uwkeurig worden aangehaald,

Wij zullen het hierbij deze week jeten laten. Wij hadden gehoopt de chiedenis van de S, G, P, met dit tikel te kunnen besluiten. Dit gaat hter niet. Onder het kabinet-De > er vv-erd er toch nog een wet invoerd, welke de S.G, P, zeer van bij raakt. Zij betreft de inenting. arover dan bij leven en welzijn de )Igende ' keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1947

De Banier | 8 Pagina's

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1947

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken