Bekijk het origineel

De Indische Aangelegenheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Indische Aangelegenheid

9 minuten leestijd

Met enige onderbreking is het debat in de Veiligheidsraad over de Indische kwestie voortgezet. Zoals te verwachten was heeft partijdigheid daarbij weder bij onderscheidene leden voorgezeten en het politiek belang van het eigen land een duchtig woord meegesproken. Hoe kon het ook anders? De Veiligheidsraad kenmerkt zich nu eenmaal door partijdigheid en het najagen van het eigen belang. De woorden, waarin het Handvest — het beginsel-statuut van de Org. der Ver. Naties — geschreven is, hebben af en toe wel 'n bijzonder mooie klank. Zo staat er onder meer in te lezen, dat de Organisatie der Verenigde Naties de souvereiniteit van elke natie, ook die der kleine naties, wil respecteren en handhaven. De werkelijkheid is echter gans anders. De grote mogendheden hebben daarin alles te zeggen en de kleine moeten ten slotte maar, al is het nog zo onrechtvaardig, voor lief nemen, wat de grote beslissen. En wat het respecteren, handhaven en beschermen van de souvereiniteit der kleine naties betreft, deze worden slechts in zo verre gerespecteerd, gehandhaafd en beschermd als het in de kraam der grote mogendheden te pas komt. Strookt die bescherming en handhaving niet met de belangen van de grote mogendheden, dan hebben deze er maling aan. Is die bescherming strijdig met de politieke belangen van een grote mogendheid, dan kunt gij het keer op keer zien, dat die grote mogendheid zich volstrekt niet ontziet om de souvereiniteit' van een klein land aan te tasten. Het is dan ook geen gering oordeel, dat de Indische aangelegenheid bij de organen van de Verenigde Naties ter bespreking en ter beoordeling is te recht gekomen. Vreemden heersen daar over ons en wij moeten maar afwachten wat zij beslissen. Hoe langer hoe meer dringt het besef van het zeer ongewenste van zulk een toestand bij de Nederlanders door, al zijn er nog altijd onder hen te over, die met de Organisatie der Verenigde Naties hoog weglopen en er geen kwaad woord over gesproken willen hebben.

Anderzijds is de partijdigheid van onderscheidene vertegenwoordigers in de Veiligheidsraad zo evident, dat niemand haar met enige grond kan ontkennen. Zelfs zulk een verklaard voorstander van het instituut der Verenigde Naties als de oud-minister van Buitenlandse Zaken Mr, van Kleffens is, heeft zioh weder over de partijdige behandeling in de vergade. ring van de Veiligheidsraad moeten beklagen en openlijk zijn grote teleurstelling er over uitgesproken. Hij sprak toch bij de behandeling van de Indische kwestie in de Veiligheidsraad dezer dagen de navolgende woorden:

„Ik was diep teleurgesteld, dat enige leden van deze Raad enerzijds hebben getracht die passages uit de samenvatting, welke voor ons gunstig waren, als onbelangrijk ter zijde te sc.huiven, alles, wat ongunstig voor ons was zo erg mogelijk voor te stellen en anderzijds passages, welke ongunstig waren voor de andere partij, onbesproken te laten. Bedoelde leden schenen over-ijverige advocaten van één partij te zijn, uitgaande van vooropgezette meningen, eerder dan onpartijdige leden van dit hoge forum, waarvan volgens het Handvest wordt verondersteld, dat zij niet optreden als agenten van de buitenlandse politiek hunner eigen regeringen, doch uit naam van de gezamelijke leden der Verenigde Naties. Niets schijnt er meer op berekend het vertrouwen ini de Veiligheidsraad te ondermijnen".

Dat protest, waarin de partijdigheid van onderscheidene leden van de Veiligheidsraad zo nadrukkelijk wordt uitgesproken, zal Mr. van Kleffens weinig baten. De heren doen alsof er niets gezegd is, laten de vertegenwoordigers der kleine mogendheden praten, maar gaan, al zal zulk een protest als dat van Mr, van Kleffens hun gans niet naar de zin zijn, verder naar eigen believen hun weg en doen precies zo als het hun behaagt. Waarlijk, wel een toestand, die nergens op lijkt en een ergerlijke schending is van recht en gerechtigheid. Doch wat bekreunen die heren zich om recht en gerechtigheid, als hun belangen daarmede niet gediend zijn. Het politieke belang van het eigen land, dat is bij hen alles en daarnaar worden al hun daden en woorden gericht. Met dat al zitten wij lelijk in de strik. Een strik, die Regering en Kamer zich zelf om de hals gehaald hebben, door zich ondanks de waarschuwingen en het verzet van de zijde der S.G.P. in de Tweede Kamer bij de Organisatie der Verenigde Naties aan te sliii" ten.

Wij zijn toch waarlijk nog we! ïn staat om onze eigen zaken jn ïndië ook buiten de bemoeienis van het instituut der Verenigde Naties te regelen. Zo oordelen tal van Indiërs ook, D.aarvan levert de gang van zaken in dat deel van Indië, dat niet onder bewind van Soekarno staat, een ieder een overtuigend bewijs. De vertegenwoordigers van dat deel toch hebben nadrukkelijk verklaard, dat zij wel met Nederland, maar niet met de Organisatie der Ver, Naties van doen willen hebben, daar zij van oordeel zijn, dat zij zelf met Neder land zeer wel kunnen onderhandelen en dat uit deze onderhandelingen een regeling te voorschijn zal komen, die tot heil en welzijn van beide landen strekt. Maar dat wil Soekarno nu juist niet. Deze coHa' borateur, die zo ergerlijk met de Japannezen geheuld heeft, dat hij zicb met lijf en ziel in hun dienst gesteld heeft, wil heer en meester in heel Indië zijn. Hij moet aldaar «5eheel en al de baas zijn. Alles en allen t^°^ ten daarin naar zijn pijpen dansen.

Hij bevestigde dat dezer dagen nog iu een rede, in Solo gehouden, waarin hij onomwonden uitsprak, dat heel Indië onder de rood-witte vlag van zijn republiek gebracht dient te worden. Hij zeide daarbij, dat zijn nationale aspiratie is, dat het Indonesische volk zal leven als een vrij volk onder leiding van een vrije regering in de schaduw van de roodwitte vlag. De republiek is slechts een voorlopig resultaat, want onze aspiraties omvatten geheel Indonesië — zo drukte Soekarno zich nadrukkelijk in die rede uit.

Zo staan inderdaad de zaken ten aanzien van Soekarno, Zijn republiek moet koning kraaien. Al de andere Indische volkeren hebben zich naar haar inzichten en belangen te voegen. Daarbij wordt vrijheid in het vooruitzicht gesteld, maar in de werkelijkheid slavernij gebracht. De Madoerezen, de volken van Borneo en nog al zo vele andere Indische volken, die volstrekt niet onder Soakarno's bestuur gebracht willen worden, moeten, omdat dit nu eenmaal de aspiraties van Soekarno en zijn aanhang zijn, zich dit maar laten welgevallen, dat zij als een zo genaamd , , vrij volk" onder de roodwitte vlag der republiek gebracht worden. Soekarno wil dit mi eenmaal en daarom moet het ook per sé maar gebeuren. En in dat zijn streven •— dat zelfs volstrekt niet het streven van de bevolking van Java en Sumatra is — wordt hij gesteund en dat met verbuiging van alle recht en gerechtigheid, met vertrapping van de begeerten van onderscheidene Indische volken, inzonderheid door Sovjet-Rusland en zijn satelietstaten in de Veiligheidsraad. Met die steunverlening heeft de Sovjetunie in de allervoornaamste plaats haar eigen belangen op het oog. Het communisme dient ook in Indië de boventoon te voeren. Het bolsjewis me moet ook aldaar zegevieren. Dan heeft Sovjet-Rusland een niet gering te schatten bondgenoot te meer. Uit dit juiste oogpunt bezien is het ook zo opperbest te verklaren, dat de Russische vertegenwoordiger in de Veiligheidsraad alle zeilen bijzet om Soekarno en diens republiek aan de macht te brengen. Daarom behoeft het ook niemand vreemd in de oren te klinken, dat de Russische gedelegeerde Nederland als de enige schuldige partij gedurig in de Veiligheidsraad neerzet.

Het is wel heel erg, dat wij en Indië in de Veiligheidsraad een soort speelbal van de politieke belangen der grote mogendheden geworden zijn. Niemand, ook onze Regering niet, kan met enige zekerheid zeggen wat daarvan ten slotte de uiteindelijke gevolgen zullen zijn.

Over de discussies en over de voorgestelde resoluties in de Veiligheidsraad zullen wij deze keer niet in brede beschouwing treden, daar er bij de bespreking daarvan feitelijk niets nieuws naar voren is gebracht en slechts gerepeteerd is, wat al zo nienigwerf gezegd is. Alleen dient het vermelding, dat van Australische zijde een wijziging in de van die kant ingediende resolutie is aangebracht en dat door Amerika ook een resolutie is ingediend, welke volstrekt niet in alle opzichten gunstig voor ons is en zelfs door Mr, van Kleffens maar gedeeltelijk aanvaard is. Doch ook daarover willen wij thans niet in nadere beschouwing treden. Het heeft toch geen zin onze lezers daarmede te vermoeien, omdat alles nog op losse schroeven staat en nog allerlei wijzigingen in de resoluties aangebracht kunnen worden, alvorens de stemmingen daarover zullen plaats vinden. Gedurig zijn deze al uitgesteld en telkens hebben er weder nieuwe besprekingen plaats zonder dat er tot stemming overgegaan wordt. Ook deze keer zijn de deliberaties niet ten einde gebracht. De beraadslagingen — zo is althans vastgesteld, maar ook daarin kan zelfs nog wel weder verandering worden aangebracht — zullen Maandag 27 October weder worden hervat. Wij achten, dat wij er het verstandigst aan doen, als wij zonder meer de gang van zaïken afwachten en dat wij alsdan daarover beter kunnen oordelen en schnjven dan thans, nu er nog zo veel veranderingen kunnen plaats grijpen.

De Drie-landen-commissie heeft haar werkzaamheden op dit ogenblik aangevangen. Zij begeeft zich per vliegtuig naar Singapore, niet, zoals de laatste betichten dienaangaande thans luiden, om zich aldaar te vestigen, maar om zich vandaar naar Soerabaja of Batavia te begeven. Zij heeft alvast vóór haar aankomst in Indië de republikeinse regering officieel verzocht om zich met de Nederlandse autoriteiten in verbinding te stellen, opdat de onderhandelingen, welke van de Drie-landen-commissie uit zullen ? aan, zo spoedig mogelijk na de aankomst van de comjnissie een aanvan, g zullen kunnen nemen. De boodschap der commissie is verzonden naar dr Gani, die kaar naar de regering van de republiek te Djokjaka.rta heeft doorgegeven. De vice-premier, dr Gani, heeft de laatste dagen reeds particuliere besprekingen met verschillende Nederlandse autoriteiten te Batavia, voornamelijk met de secretaris van de luitenant-gouverneur-generaal Dr van Mook gevoerd.

De stand van zaken is thans weder zo, gelijk hij reeds zo menigmaal was namelijk, dat afwachten ook nu weder de boodschap is. Het is en blijft maar afwachten, hetgeen heden nog zo veel te erger is, dewajl vreemden de Indische kwestie tot zich getrokken hebben en wij af moeten wachten, wat zij daarover te zeggen hebben en voorts er over met of zonder ons of desnoods tegen ons zullen beslissen, Hoe diep is Nederland toch weggezonken van de hoogte, waarop het drie eeuwen geleden stond! Welk een schrikkelijk verval!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1947

De Banier | 8 Pagina's

De Indische Aangelegenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1947

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken