Bekijk het origineel

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Pariij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Pariij

12 minuten leestijd

Voor Studie en Leidraad

De tegen haar ingebrachte bezwa­ren.

VII.

Onder de dingen, die men alzo als bezwaar tegen de S.G.P. en haar op-• treden inbrengt, hoort men af en toe ook, dat zij niet genoegzaam het liberalisme en de revolutie bestrijdt. Vooral in de dagen der coalitie bracht men dit als een veelgehoorde grief van Anti-revolutionnaire en Christelij k-historische zijde tegen haar en haar gevolgde gedragswijze in. Echter geheel ten onrechte.

Scherper en principiëler toch dan de A.R. en de C.H. dit ooit gedaan hebben, is de S.G.P. van stonde aan tegen het liberalisme en de revolutie opgetreden.

Met mr. Groen van Prinsterer heeft zij om des beginsels wille het Liberalisme immer bestreden en er nimmer mee geheuld. Met hem heeft zij het liberalisme immer beschouwd als datgene, waaruit consequent doorgedacht en uitgevoerd het socialisme en het communisme moesten voortkomen. In tal van redevoeringen hebben haar woordvoerders alsook in tal van artikelen haar pennevoerders de liberalen als de natuurlijke ouders en grootouders der revolutiorinairen aangewezen. En dit niet alleen. Degene, die voor de beginselen der S.G.P. het pleit hebben gevoerd, hebben onverpoosd het liberalisme als uiting van het humanisme en als een verheerlijking van de menselijke rede scherp bestreden en onvoorwaardelijk veroordeeld.

Met nadruk zij het herhaald, scherper en consequenter dan de A.R. en de C.H. dit ooit gedaan hebben. Dit is met feiten te bewijzen.

Van meet af aan hebben de woordvoerders der S.G.P. een instelling als de Volkenbond, die op geheel liberale grondslag rust, dewijl Gods Woord er contrabande in is en alles naar de opvatting van Rousseau door menselijke rede en onderling overleg er in beslist wordt, om des beginsels wil verworpen. Wie echter hebben daaraan hun onvoorwaardelijke goedkeuring gehecht en daarmede hun volledige instemming betuigd? Wie er mede gedweept, zó zelfs, dat in hun kringen daarvoor bidstonden gehouden werden? De A.R. en de C.H. Wie hebben van den beginne af voorspeld, dat de in wezen zo liberale instelling van de Volkenbond als een tweede toren van Babel ineen zou - storten? De S.G.P.-ers. Wie hebben er braaf aan mede gedaan om de S.G.P.-ers, als zij destijds zulks voorspelden, daarover geducht over de hekel te halen en op het hardst te bespotten en te honen? De A.R. en de C.H.

Zie, hier u, lezers, een onwederlegbaar bewijs geleverd, dat de S.G.P. niet met de liberalen of enig liberaal principe heeft geheuld maar ze (inomvi^onden heeft bestreden, ook als de A.R. en de C.H. daaraan hun hulde betuigd hebben.

Dit zo veel zeggende bewijs moest een ieder overtuigend genoeg zijn. Doch daar de ervaring ons leert, dat sommige lieden moeilijk te overtuigen zijn, willen wij nog een paar andere overtuigende bewijzen naar voren brengen.

Men zou hebben mogen aannemen, dat de A.R. en de C.H. door het grote fiasco, dat ook door hen met de Volkenbond is opgedaan, althans bij het oprichten van de organisatie van de Verenigde Naties voorzichtiger te werk zouden gegaan zijn en zich niet zo gemakkelijk ten tweede male voor een liberale wagen hadden laten spannen. Hoe moeten echter degenen cile zulks gedacht of gehoopt hadden, door de uitkomst dezer zaak bitter ontgoocheld zijn! Ten tweede male toch gingen de A.R. en de C.H. gewillig voor de liberale wagen lopen; ten tweede male betoonden zij haar onvoorwaardelijke instemming met een door en door liberaal beginsel door hun stemmen in het Parl^iment uit te brengen voor het instituut van de Verenigde Naties, dat evenzeer als de Volkenbond op een geheel liberale grondslag rust en eveneens het gevielen van de revolutionnaire Rousseau huldigt. En aan het instituut van de Verenigde Naties blijven zij nog vasthouden, hoewel het Nederland een groot onrecht heeft aangedaan door de Indische kwestie — een volkomen Nederlandse aangelegenheid — in zijn machtssfeer te betrekken en hoewel Nederland voor die instelling millioenen guldens opbrengt^ die heel wat nuttiger besteed hadden kunnen worden.

Neen, neen, daar is geen te boute taal gesproken, indien in de aanvang van dit artikel gezegd is, dat de S.G.P. scherper en principiëler dan enige andere partij het liberalisme en de revolutie bestreden heeft en nog bestrijdt. Ook nïet, als daar gezegd is geworden, dat zij dit van meet af heeft gedaan. Daarvoor levert 't zgn. Dageraads-debat, dat tijdens de eerste zittingsperiode van Ds. Kersten in de Tweede Kamer gehouden is, het sprekende bewijs. Het was toch bij die .gelegenheid, dat Ds. Kersten nadrukkelijk bepleit heeft, dat de regering alle ongeloofs-en revolutionnaire propaganda zou verbieden, daarbij wijzende op het meer dan ergerlijke feit, dat er toen ter tijde een man in Den Haag had rondgelopen met een bord, waarop de godlasterlijke woorden geschreven stonden: „God is het grootste kwaad". Tegen het pleidooi van A.R. en C.H. sprekers, dat aan het hoge goed niet getornd mocht worden, dat deïsten, pantheïsten en atheïsten hun ongeloofs-propaganda vrijelijk mochten voeren, stelde Ds. Kersten zich toen cp het standpunt onzer gereformeerde vaderen, dat eiste, dat zulks als Gode-onterend, ziels-verdervend en zeden verwoestend beslist door de overheid geweerd behoorde te worden. Het behoeft geen nadere uitleg wie degenen waren, die in deze het liberalisme bijvielen en wie degene was, die het bestreed. Evenmin behoeft het enig betoog, wie in deze de liberale, revolutionnaire van „elk wat wils", huldigden en wie degene was, die zich daar scherp tegen keerde. Ook moet het voor elk onbevooroordeelde beoordelaar een spoedig uitgemaakte zaak zijn, dat de A.R. en de C.H. woordvoerders en met hen de A.R.-Partij en de C.H.-Unie het liberale anarchistische beginsel „gelijk recht voor allen" voor leugen - en waarheid, duisternis en licht, mammon en God, in feite op het schild verkiezen, en dat Ds. Kersten en met hem de S.G.P. zich daartegen met alle beslistheid stelde. Het staat toch onbetwistbaar vast, dat ais de A.R. en de C.H. een vrij en ongehinderde propaganda voor de deïst, pantheïst en atheïst opeisten, dat zij daarmede een echt liberaal beginsel voorstonden, dewijl het a'tijd één der hartewensen van de libertijnen van alle gading is geweest, dat, waar onze Gereformeerde vaderen zulks verboden hadden, dit gebod opgeheven zou worden en er van overheidswege vrijheid verleend zoif worden, dat deïsten, pantheïsten, revolutionnairen, libertijnen, tot atheïsten toe, vrijeiyk hun theorieën zouden kunnen verkondigen en daarvoor openlijk hun propaganda zouden kunnen maken.

Maar als de zaken dan zó staan, dat de S.G.P. scherper, beslister, consequenter en principiëler dan enige partij in den lande — en dat is metterdaad het geval, gelijk wij met onweder sprekelij ke bewijzen hebben aangetoond — het liberalisme en de revolutie bestreden heeft, hoe komt het dan, zo vraagt misschien een lezer, dat ondanks dit feit er nochtans van Anti-Rev. en Chris.Hist. zijde beweerd wordt, 'dat de S.G.P. het liberalisme en de revolutie niet genoegzaam bestrijdt. Wel, dit komt voort uit de overweging, dat de S.G. P. zich nimmer bij de coalitie van de A.R. en de C.H. met Rome heeft willen noch kunnen aansluiten. De A.R. en de C.H. zagen in die coalitie een vast, wel gefundeerd bolwerk zowel tegen het liberalisme als tegen de wassende stroom van het socialisme en het communisme. Die coalitie scheen hun wel onverbreekbaar te zijn. Vooral van A.R. zijde werd Rome daarbij als een christelijke macht voorgesteld, met wie de A.R. op één wortel des geloofs stoelden. Het baatte een S.G.P.-er al heel weinig, indien door hem op geheel Bijbelse grond daartegen werd aangevoerd, dat met behulp van het bijgeloof evenmin het communisme en socialisme als het liberalisme bestreden konden worden. Hij vond daarmee bij de A.R. en de C.H. gans geen geboor, ook al konden zij de waarheid van zijn argument niet ontkennen. Het had op de A.R. en de C.H. al evenmin enige blijvende en vruchtbare uitwerking, indien 'n S.G.P.-er hen zeide, dat Rome hen slechts als hulptroepen in de coalitie had opgenomen en hen daaruit zou ontslaan, als het de ure daarvoor gekomen achtte. Neen, de A.R. en de C.H. wilden er in het geheel niet van horen, als hen van de zijde der S.G.P. bij voortduring voorspeld werd, dat zij eenmaal als afgedankte huurtroepen aan de dijk gezet zouden worden. Het hun voorspelde moest eerst werkelijkheid worden, alvorens zij het konden en wilden geloven. Het moest eerst voor hen een bitter feit, een harde, wrede ontgoochemig worden, aleer zij wilden en moesten toegeven, dat de S.G.P.-ers het met hun voorspellingen bij het rechte eind hadden gehad.

In de dagen van de glorie der coalitie echter toen de A.R. en de C.H. nog bij Rome en zijh betrouwbaarheid zwoeren, toen was elke rechtsprotestant, die als kind der Hervorming niet met Rome om des beginsels wille, kon noch wilde optrekken en daarmede niet onder een deken beliefde te slapen, een man, die niet genoegzaam het liberalisme en de revolutie bestreed, ja, toen werd er zelfs bij herhaling Van uit het A.R. kamp van een S.G.P.-er gezegd, dat hij erger was dan een communist.

De coalitie met Rome — zo werd zowel van A.R.-als van C.H.-zijde toch de kiezers voor ogen gesteld — dat, was het probate middel om de ondergang van het wegstervend liberalisme te voltooien en de opkomst en groei van het socialisme en communisme te beletten.

Hoezeer heeft de uitkomst de S.G.P. echter in het gelijk gesteld en hoezeer is ook de principiële bestrijding van de S.G.P. van het liberalisme en de revolutie de enig juiste gebleken te zijn.

Niet alleen toch heeft Rome de coalitie verbroken en daarmede de A.R. en de C.H. onbarmhartig de bons gegeven, door ze zonder enige vorm \f.n proces als afgedankte huurtroepen te ontslaan en smadelijk aan de dijk te zetten, maar ook heeft het door die daad de beweringen der A.R. en C.H., als ware de coalitie het probate middel' om de opkomst en de groei der socialisten tegen te gaan, openlijk te schande gemaakt en bespot, door.... nota bene.... juist de socialisten als nieuwe bondgenoten in-de arm te nemen.

Afdoender en treffender had welhaast nimmer dan juist door Rome's samengaan met de socialisten als zijn nieuwe coalitie-genoten het veel gehoorde argument dat de A.R. en de C.H. voor hun coalitie met Rome tegenover het kiezersvolk aanvoerden, als ware die coalitie een bij uitstek geschikt middel om de socialisten in hun opkomst en bloei tegen te gaan, door de feiten gelogenstraft kunnen worden.

Het is dan ook een voor aller oog wel zichtbaar feit, dat de coalitie met Rome de opkomst en de groei noch van het socialisme noch van het communisme heeft kunnen beletten of zelfs tegengaan.

\'/at te meer niet behoeft te verwonderen, als men bedenkt, dat de A.R. en de C.H. zich opgeworpen en gedragen hebben als de onvervalste kamp vechters voor de vrije meningsuiting en van de door de overheid ongehinderde propaganda-voering van de ongeloofs-en revolutionnaire theorieën. Stellig heeft het feit, dat dezen zich als voorstanders en voorvechters van een onbelemmerde propaganda-voering van het deïsme, pantheïsme en atheïsme en daarmede verwante revolutionnaire stromingen hebben betoond er het zijne toe bijgedragen, dat de propagandavoering van de communisten ongehinderd jaren achtereen in ons land doorgang heeft kunnen vinden. En ook in deze is bewaarheid geworden, dat wie wind zaait, storm zal oogsten. Hoe zeer is het communisme in ons land in macht en invloed toegenomen ! Zo zelfs, dat er op het ogenblik communistische wethouders te Amsterdam en Rotterdam zijn en dat er een communist in het college der Gedeputeerde Staten van Noord-Holland als lid zitting heeft. Ja, nu, na de staatsgreep in Tsjecho-Slowakije, wil men ook van de zijde van de A.R. en de C.H. maatregelen tegen deze personen en hun invloed in de colleges genomen zien; doch wij vragen: heeft de onbelemmerde propaganda-voering, waartegen de S.G. P. zich immer verzet heeft, er niet hard aan mede gewerkt, dat het zover gekomen is, als het thans gekomen is.

En dan — waar de zaken zo staan als zij in de werkelijkheid staan — wil men nog van zekere zijde de S.G.P. ten laste leggen, dat zij niet genoegzaam tegen het liberalisme en de revolutie is opgetreden.

Hoe kan men het, hoe durft men het doen?

De feiten zijn toch, gelijk wij'met achtereenvolgende en doorslaande bewijzen hebben aangetoond, dat er geen enkele partij — zonder enige zelfverheffing zij het gezegd — zich zo scherp en principieel tegen revolutie en liberalisme verzet heeft dan de S.G.P.

Dit mag niet alleen gezegd, maar moet zelfs gezegd worden. En om de waarheid getuigenis te geven èn om de mond van kwaadsprekende en lasterende tegenstanders te snoeren.

Wie dan ook het communisme wil bestrijden en zich mede principieel stelt tegenover het liberalisme en socialisme, die kan gerustelijk bij de verkiezingen zijn stem uitbrengen op de candidaten-lijst der S.G.P. Deze partij heeft zich immer, van de dag van haar ontstaan af tot op de dag van heden toe scherp en beslist tegen liberalisme en revolutie gesteld. Meer dan enige andere partij, hetgeen met goede consciëntie en naar waarheid kan en mag worden gezegd. Wie het anders voorstelt, vergrijpt zich aan de waarheid, betoont geen rechte kennis van de stand der zaken te hebben of maakt zich willens en wetens aan laster en achterklap schuldig.

Hoe zou; men ook een andere gedragswijze kunnen verwachten van een partij, welke zich naar Gods Wet en getuigenis wenst te gedragen en welke ons volk daarnaar terug wenst te roepen.

In deze treedt de S.G.P. in het spoor onzer gereformeerde vaderen, die ook een strijd op twee fronten hadden te voeren. Enerzijds tegen het libertinisme en de daarmede verwante revolutionnaire stromingen en anderzijds tegen het pausdom en zijn aanhang. J)aarvan getuigt zo m.enig plakkaat, dat zij in die strijd hebben moeten uitvaardigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948

De Banier | 8 Pagina's

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Pariij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken