Bekijk het origineel

DE BEGINSELEN der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE BEGINSELEN der Staatkundig Gereformeerde Partij

8 minuten leestijd

VOOR STUDIE EN LEIDRAAD

Haar program. XIV.

Het moet een ieder, die beide programma's kent, wel in het oog springen, dat er ten aanzien van de wetsopvatting met betrekking tot Overheidsbestuur een principieel, zelfs kardinaal, verschil bestaat tussen het program van de A.R.P. en dat van de S.G.P.

Het eerste toch, waarin de neo-gereformeerde levensovertuiging tot uiting komt, stelt, dat de Overheid eich in haar bestuur naar de algemene zedewet heeft te richten; het laatste, waarin de leer onzer Gereformeerde voorvaderen beleden wordt, bepaalt, dat de wet der Tien Geboden de Overheid bij haar regeringsbeleid tot regel en richtsnoer behoort te strekken.

Tussen deze twee standpunten is geen verzoening mogelijk. Zij staan lijnrecht tegenover elkander. Men heeft hier te kiezen of vóór het ene of vóór het andere.

Wie met Gods Woord belijdt, dat een ieder mens aan Gods Woord en Wet om het even of hij een particulier persoon of dat hij een Overheidspersoon is in al zijn handelingen en verrichtingen gebonden is, die kan onmogelijk zijn goedkeuring hechten en instemming betonen met het standpunt, dat het A.R. program iimeemt, waar het de magistraatspersoon in zijn te voeren beleid bindt aan de ze­ dewet en deze nog wel naar diens consciêntie beoordeelt.

In deze zet het A.R.-program de Wet der Tien geboden niet alleen eigenmachtig op zij, maar maakt haar ook metterdaad krachteloos. Ja, meer nog. Het schept een uitzonderingspositie voor de Overheidspersonen, zoals die in Gods Woord nergens gemaakt wordt. Het plaatst deze in zijn bestuur buiten Gods Wet, terwijl Gods Woord toch nadrukkelijk leert, dat een ieder, hetzij hij eet, hetzij hij drinkt, hetzij hij iets anders doet, alles ter ere Gods en overeenkomstig de wet der Tien Geboden, die als zedelijke Wet een eeuwiggeldende wet is, heeft te verrichten.

Zo heeft de oude Christelijke kerk het geleerd, zo ook de kerk der Reformatie.

Wie het neo-gereformeerde standpunt deelt, bevindt zich op een pad, dat in Gods Woord veroordeeld wordt en loopt op een hellend vlak, waarop hij van kwaad tot erger vervalt.

Dit leert ons de huidige practijk der A.R.P. Dat valt ook uit de geschriften van haar woordvoerders gemakkelijk te bewijzen.

Wij behoeven er slechts op te wijzen, dat Dr. Kuyper als basis voor de A.R. politiek de revolutionnaire stelling van „gelijk recht voor allen" heeft gelegd. Een stelling, welke re- gelrecht indruist tegen de leer der Heilige Schriftuur en waartegen alle voormannen van de Reformatie zich met hand en tand verzet hebben. Dezen toch hebben als norm van recht, \yetgeving en Overheidsbestuur slechts het recht der goddelijke waarheid erkend, zoals die in het geopenbaarde Woord van de levende God ons geboden is. Men bedenke slechts met welk een beslistheid en onverzettrlijkheid John Knox daarvoor tegenover Koningin Maria Stuart is opgekomen, als hij eiste, dat heel haar regeringsbeleid aan Gods Woord en Wet onderworpen zou zijn. Men leze maar wat Galvijn in zijn Institutie in het vierde boek. Hoofdstuk XI, geschreven heeft. Hij sprak daarin als zijn oordeel uit, dat de Overheid voor het recht der waarheid heeft op te komen en haar bestuur dienovereenkomstig heeft in te richten. Hij ging daarin zelfs zo ver, dat hij in het aangehaalde hoofdstuk de Overheid als dure plicht voorhield, dat zij geroepen was om de kerk te zuiveren van ergernissen door die te straffen en te weren. Van „gelijk recht voor allen" vilde Galvijn niets weten. Hij stond er zelfs scherp vijandig tegenover.

Dit was ook het geval ten aanzien van het libertinisme. Hoe hebben Galvijn en met hem al de andere voormannen der Reformatie zich daartegen gekeerd! Galvijn heeft zelfs niet na kunnen laten dat in een geschrift scherp te bestrijden. Hij heeft de Libertijnen „vijanden van God" geheten en hen niet tot enig openbaar ambt willen toelaten. Ook onze gereformeerde voorvaderen hebben daartegen onverdroten en bij voortduring de strijd aangebonden. Men denke slechts aan de plakkaten, welke zij tegen Spinosa en diens leer hebben uitgevaardigd.

Dr. Knijper, de grondlegger en geestelijke vader van het A.R. program, heeft echter gans anders over de libertijnen geoordeeld. Hij schreef over hen als over „een breede reeks van hooggestemde geesten" en gevraagde van „het heerlijke", dat zij theorieën uitgesponnen, in zangen gezongen, roerende novellen ons voor het oog getooverd, in ethische studiën ons op het hart gebonden en — zo schreef dr. Kuijper op blz. 178 van zijn „stonelezingen" — èn zij het allerminst vergeten, vaak in ernstige levensbeschouwing gerealiseerd hebben".

Dit reeds toont ons genoegzaam, V'aar men toe komt, als men naar neo-gereformeerde opvatting de wet der Tien Geboden als regel en richtsnoer voor het magistraatsbestuur prijsgeeft en in stede daarvan „een gelijn recht voor allen" poneert. Dat leidt er ook toe, dat men aan Rome welwillend de broederband reikt en haar kerk en leer gans anders beoordeelt dan de gereformeerden in de dagen der Hervorming hebben gedaan. De laatsten wezen in hun belijdenisgeschriften Rome's kerk als die van de Anti-Christ aan. De neogereformeerden oordelen er gans anders over. In hun geschriften kan men gedurig van het „Ghristelijke Rome" lezen. Dat blijkt onder meer ook heel duidelijk uit een intervieuw, dat het R.K. dagblad „De Tijd" enige jaren terug met Dr. Golijn had. Volgens de redactie van de Anti-Revolutionnaire „Rotterdammer", die het van harte met hem eens was, heeft dr. Golijn daarbij het navolgende gezegd:

„Vroeger heb ik ook behoord tot hen, die de verschillen tussen de R.K. en de A.R. groot en onoverbrugbaar zagen, doch enige jaren geleden maakte ik een reis door Canada om er de kolonisatie van onze Hollandse emi­ granten na te gaan. En toen heb ik pas voor het eerst duidelijk ondervonden, dat de gemeenschappelijke wortel des geloofs geen fraaie tirade is (in De Rotterdammer van 25 Oct. 1930).

Wij willen in dit artikel volstaan met nog een bewijs aan te voeren, tot welke jammerlijke dingen het al niet leidt, indien met verloochening van de Tien Geboden en met erkenning van de zedewet en „gelijk recht voor allen" als grondslag voor het Overheidsbeleid een wet wordt samengesteld. Wij hebben hierbij het oog op de wet, welke mr. Donner als minister destijds heeft ingediend, de wet, waarbij het strafbaar werd gesteld, indien men voor de gevoelens van zijn medemensen krenkende en beledigende uitdrukkingen bezigde. Daarin werd niet strafbaar gesteld degene, die Gods Waarheid op schromelijke wijze aanrandde, niet die God op het hoogste beledigde, maar daarin werd wel degene strafbaar verklaard, die aangaande de religieuze overtuiging van zijn medeburgers krenkende en beledigende uitdrukkingen bezigde. In jdie wet werd onder meer verboden te spreken over de broodgod van Rome. Immers, zo verklaarde deze minister van Antirevolutionnaire huize, wanneer men over de mis in „bewogen termen" spreekt, is dat niet strafbaar. Nu, dat kan allerminst gezegd worden van het woord „broodgod" en nog veel minder van de uitlatingen waarmede de Hagepredikers de ouwel in het kastje aanduidden, namelijk „den Papengod", Jan de Witte in zijn gevangenis. Melis in de Halve Maan". Wie zulke uitdrukkingen in het openbaar bezigt, kan op grond van de wet van minister Donner thans voor de rechter gedaagd worden.

De aangevoerde feiten wijzen v/el heel klaar uit, hoe Gods Woorê Ja Wet mét voeten getreden wordeu ÜIS men de Overheidspersonen bij hun bestuur overeenkomstig de algemene zede-wet in hunne consciëntien bindt alsook dat het verschil, dat er in deze tussen het A.R.-program en dat van de S.G.P. bestaat, geen beuzelarij of kleinigheid is, maar een onoverbrugbare klove vormt en niet minder dat het Anti-revolutionnaire Program de leer van Galvijn en die onzer Gereformeerde voorouders verloochent. Men moge in het kamp der Anti-revolutionnairen met grote ophef van woorden spreken als „wij Calvinisten", nog gedurig met de naam van Galvijn schermen, maar van zijn leer en beginselen moet men in grond en wezen niets hebben. Deze hebben in 't Anti-revolutionnaire Program afgedaan en daarvoor zijn de neo-gereformeerden in de plaats getreden en daarmede gaat men steeds verder bergafwaarts, komt men van kwaad tot erger. U n g I k s S b O hD h n

Dat de S.G.P.-er zich echter niet moge verbeelden, dat hij van nature uitnemender of voortreffelijker is dan enig ander mens, dan enige A.R.. De Heere moge hen kracht en standvastigheid verlenen om niet alleen zijn program te belijden, maar ook te beleven. Hij make diens gang en treden vast in Zijn Woord en stelle hem tot een getrouw getuige, en artikel 4 van het Program der S.G.P., dat in zijn aanhef luidt: „De Overheid zal ook in haar ambt naar Gods Wet geoordeeld worden en heeft dus voor deze wet zorg te dragen", moge hem geen dode letter zijn, waarop hij zich tegenover zijn naaste verheft, maar hij moge in ootmoed en ware nederigheid er gestaag een levendige indruk van hebben, dat hij, hetzij hij een particulier - hetzij hij een magistraatspersoon is, ook zelf eenmaal naar Gods Wet door de Rechter van hemel en aarde zal geoordeeld worden. g m g I w v w w k m t g g P w p

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949

De Banier | 8 Pagina's

DE BEGINSELEN der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1949

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken