Bekijk het origineel

Verplichte wachtgeld- en werkloosheidsverzekering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verplichte wachtgeld- en werkloosheidsverzekering

9 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Red e van van Dis

Bij de talrijke dwangverzekeringsv/etten, die wij reeds hebben, ko^mt er weer een nieuwe bij, n.l. die betreffende verplichte wachtgeld-en werkloosheidsverzekering, wanneer ook de Eerste Kamer het desbetreffende wetsotnwerp zal hebben aangenomen, gelijk dat door de Tweede Kamer inmiddels is gedaan.

Voordat het zover was, heeft de Tweede Kamer over het onderhavige ontwerp enige dagen gediscussieerd. Door alle fracties werd aan deze discussies deelgenomen, ook door die der S.G.P., n.l. door de heer van Dis. Daar het hier een verzekeringsvoorstel betreft, konden de afgevaardigden der S.G.P. zich daarmede begrijpelijkerwijs niet verenigen. Zij konden dit niet — gelijk door Ir. van Dis werd opgemerkt — vanwege de bezwaren, die de S.G.P. tegen het stelsel der verzekering heeft en welke_ van die zijde verscheidene malen in' de Kamer reeds uiteengezet zijn. Niet dus omdat zij geen hart zouden hebben voor de arbeiders, wanneer deze door werkloosheid getroffen worden. Dat dit niet zo is, hebben de Kamerleden der S.G.P. wel zeer duidelijk getoond in de vooroorlogse crisisjaren, toen de werkloosheid hier te lande zeer grote afmetingen had aangenomen en vele tien duizenden arbeiders uit de publieke kassen gesteund werden. De Kamerleden der S.G.P. hebben zich daartegen toen nimmer verzet, al hebben zij er wel bij de regering op aangedrongen, dat zij al het mogelijke zou doen om de werkloze arbeiders aan werkgelegenheid te helpen. Het is dus een geheel valse voorstelling van zaken wanneer door de tegenstanders der S.G.P., omdat deze zich met het stelsel der verzekering onmogelijk verenigen kan — wordt gezegd, dat de S.G.P. de arbeiders in geval van invaliditeit, ouderdom, ziekte en werkeloosheid aan hun lot vdl overlaten. Terecht heeft de afgevaardigde der S.G.P. bij de bestrijding van het onderhavige wetsontwerp daarop nog eens de nadruk gevestigd. a Z r d t t W o H v r

Bij de behand^ng van het ontwerp werden verscheidene amendementen ingediend, welke echter in het karakter daarvan geen verandering brachten. Het was en bleef een verzekeringsvoorstel. d n d l

De Kamerleden der S.G.P. konden dus niet anders dan tegen steanmen, h z ook al bevat het ontwerp een bepaling waardoor het de gewetensbezwaarden tegen verzekering mogelijk zal zijn om vrijstelling van de verplichtingen dezer wet te bekomen, indien zij overigens in geen enkel opzicht verzekerd zijn. Aan het betalen van belasting in plaats van premie zal echter niet te ontkomen zijn. Terecht heeft de heer van Dis gewezen op het onbillijke hiervan, doch dit mocht, even als voorheen, ook thans niet baten.

Met deze inleiding menen wij te kunnen volstaan. De lezer neme thans kennis van de rede, door de afgevaardigde der S.G.P. bij dit vetsontwerp gehouden. . , ^ Ir. van Dis sprak als volgt:

Mijnheer de Voorzitter!

Het wetsontwerp, dat thans aan de orde is, levert er een nieuw bewijs van, dat wie eenmaal zijn voet zet op het pad der, dwangverzekering, daarop al verder en verder voortged rongen wordt. Het begon met de aanvaarding der Invalidieits-en Ouderdomswet, daarna kwamen de Ongevallenwet, de Ziektewet, het ZJekenfondsbesluit, de vereveningsheffing, de Bedrij f spensioenwet en thans zal de Kamer een beslissing r^'oeten nemen over het ontwerp, dat de invoering van een verplichte algemene wachtgeld-en iverkloosheidsverzekering beoogt. Dat wij de Regering in haar voorstel niet kunnen steunen, behoeft o.i. niet opnieuw te worden uiteengezet, aangezien wij reeds herhaaldelijk in de Kamer onze bezwaren tegen het stelsel der verzekering uiteengezet hebben. Die bezwaren zijn ten eerste van principiële, ten tweede van financiële en ten derde van staatsrechtelijke aard.

Weegt het eerste voor ons het zwaarste, de financiële bezwaren zijn voor ons evenzeer van zeer groot gewicht. Het is toch niet voor tegenspraak vatbaar, dat al deze dwangverzekeringswetten op de bedrijven een • zeer zware la^t leggen, veel zwaarder dan dit vóór de oorlog het geval was. Bedroegen deze lasten vóór de oorlog in totaal 6, 7 tot 11, 5 pet. van de arbeidslonen, waarvan 1 pet. door de arbeiders zelf gedragen .werd, na de oor-log ligt dit percentage aanmerkelijk hoger. In November 1947 waren ze zelfs tot 23, 75 a 27, 3 pet, gestegen. terwijl de arbeiders toen reeds 3 pet. hiervan zelf moesten bijdragen. Voegt men daarbij de premies, welke ingevolge het voorgestelde wetsontwerp zullen moeten worden opgebracht, alsook de vacantietoeslagen, de winstdelingen en de pensioenregelingen, dan zijn de lasten voor menig bedrijf reels zo hoog .geklommen, dat zij 50 pet. van het loon bedragen. Er is dan ook alle reden om te vragen of de bedrijven deze lasten op de duur zullen kunnen opbrengen en of zij niet veeleer er toe zullen bijdragen om de werkloosheid in de hand te werken doordat zij het concurrentievermogen op de internationale markt sterk zullen beknotten, zo niet geheel onmogelijk maken.

Behalve de bedrijven zelf worden ook de arbeiders door dit ontwerp getroffen, daar dezen nog weer meer van hun loon in de vorm van premiën zullen zien afgehouden. Daarover bestaat onder de arbeiders reeds grote ontevredenhidj) daar zij, gezien de duurte, geen cent van hun loon kunnen missen. Steeds groter wordt dan ook in arbeiderskringen het verzet tegen de dwang tot het besteden van een deel van het menigmaal moeizaam verdiende loon voor allerlei sociale voorzieningen.

Nog onlangs bleek mij dit uit een schrijven van iemand, die kiachtens beginsel tegen alle dwangverzekeringswetten is. Met het oog op de ingediende verplichte b edrijfspensio enverzek ering in de landbouw schreef hij, dat, al is er ook mogelijkheid om wegens gewetensbezwaren vrijgesteld te worden van het betalen van premie, toch een zeker bedrag van het loon wordt afgehoulen ijen behoeve van de spaarkas, over welk spaargeld hij niet vrij zal kunnen beschifken, \vanneer hij dat wil. De betreffende persoon kon zich daar allerminst mede verenigen.

Diet hem denken tal van arbeiders er evenzo over. En dit niet alleen arbeiders, die principiële bezwaren tegen de verzekering hebben, doch ook zij, die dergelijke bezwaren niet delen. Dit is ook zeer goed te begrijpen. Volgens de Nota van de Minister naar aanleiding van het Verslag toch zouden de kosten, die de wet over 1948 zou hebben medegebracht, 15 millioen voor de wachtgeldverzekering bedragen hebben, waarvan 7, 5 millioen voor rekening van de werkgevers en 7, 5 millioen voor die van de arbeiders en 45 millioen voor de werkloosheidsverzekering, waarvan llVi millioen voor rekening der werkgevers, 11^/4 millioen voor die van de arbeiders en 22V2 millioen voor die van het Rijk bedragen hebben.

Zowel van de werkgevers als van de arbeiders zou zodoende een bedrag van 18^1 i millioen zijn gevorderd. De koopkracht der arbeiders zou aldus met 183/4 millioen achteruit gegaan zijn, terwijl de vs^erkgevers 183/4 millioen zouden moeten afgestaan hebben, die zij anders aan het bedrijf ten goede hadden kunnen doen komen, waarbij tenslotte de arbeiders zelf ook gebaat zijn. Bovendien komt het Rijk op grotere lasten. De Minister zelf verklaart dienaangaande in zijn No­

ta, dat het Rijk met zijn bijdrag van 22, 5 millioen vermoedelijk 4^/2 millioen mee had moeten uitgeven dan zonder werking dezer wet. Uit financieel oogpunt zijn er dus tegen dit ontwerp zeer gewichtigs bezwaren in te brengen. Te steï-ker nog doen deze bezwaren zich gelden, als men bedenkt, dat tal van andere landen, zoals Enge, land, de Verenigde Staten, Zwitser. land en de Scandinavische landen, de kosten, welke voor werkgevers arbeiders uit de verzekeringswet ving voortvloeien, veel geringer zijn dan hier te lande, zodat uit dien hoofde het bedrijfsleven in ons land veel zwaarder belast is en in veel ongunstiger positie verkeert, Wij brengen al deze bezwaren niet naar voren, omdat wij voor de arbei. ders niets zouden over hebben. Een dergelijke voorstellim wordt wel eens van ons gegeven, doch geheel ten onrechte. Wij zijn er juist voor, dat de arbeiders bij ge. staan zullen worden, indien zij in moeilijkheden geraken, doch langs een andere weg dan die der dwangverzekering. Welke, zoals de Minister zelf in zijn nota heeft verklaard, belangrijk duurder in de uitvoering IS dan het stelsel zonder verplichte verzekering. Dat hebben wij getoond in de periode van grote we^; '^ loosheid vóór de oorlog, toen wij t.. nimmer verzet hebben tegen è i a le V d a v e )o ; i Je o c ji )o ie ïi « In te w m le I z lo r D H g a m g f steunuitkeringen aan de werklozen door Rijk en gemeenten. Wij moeten echter op komen tegen een stelsel, dat de werkloosheid in de hand werkt D en bevordert. d

Bovendien werkt de voorgestelde o regeling onbillijk, aangezien in het t ontwerp de dhg zelfstandigen niet betrokken zijn. Van het standpunt der voorstanders van dwangverzekering moet dit beslist onrecht vaardig genoemd worden, daar toch ook de nijvere klasse van kleine zelfstandigen door werkloosheid kan getroffen worden. Zij worden echter uitgesloten, evenals zij uitgesloten zijn van de kinderbijslag, hetgeen al evenzeer van uit het standpi^J*, der Regering uiterst onrechtvaarL, is. Wij achten dit een meten met twee maten, hetwelk terecht bij be langrijke groepen der bevolking grote ergernis verwekt. Ten slotte. Mijnheer de Voorzitter, wensen wij naast de geleverde kritiek de Minister onze erkentelijke danh niet te onthouden voor het feit, dat hij in artikel 14 van het ontwerp ten behoeve van de gewetensbezwaarden tegen de verzekering een bepaling in het ontwerp heeft opgenomen, •".waardoor dezulken vrijstelling van de verplichting dezer wet kunnen bekomen, al kan het onze instemming niet hebben, dat de vrijgestelden in de plaats van premie toch belasting zullen moeten betalen, een bepaling, welke ook bij de andere verzekeringswetten bestaat. Wanneer toch vaststaat, dat deze mensen in geen enlcel opzicht verzekerd zijn en ook. van geen enkel voordeel, hetwelk deze wetten hun zouden kunnen bieden, wensen gebruik te maken, dan moet het toch uitermate onbillijk genoemd worden, dat zij toch belasting moeten betalen. Zelfs worden werkgevers daartoe verplicht, die verklaren, dat zij bereid zijn om voor hun werknemers in geval van ziekte, invaliditeit t L I e z d g m b b v a d z e r a d d d , f ouderdom te zorgen, gelijk mij liet lang geleden werd medegedeeld 'an de zijde vaneen kerkeraad met letrekking tot de koster. Vij dringen er dan ook ten sterkste iij de Minister op aan, dat hij het laarheen leide, dat de vrijgestelden vegans gewetensbezwaren tegen de 'erplichte verzekering algehele vrijstelling, )ok dus van het betalen van belasing, wordt verleend. De hun gestel-Je voorwaarde, dat zij voor het be-<omen van vrijstelling in geen encele vorm verzekerd mogen zijn, )iedt onzes inziens voldoende waar-)org tegen het misbruik maken van ie geboden gelegenheid tot het bekenen van vrijstelling wegens geweensbezwaren tegen verzekering. d d T T t d g d J d v e l 2 w v d b

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1949

De Banier | 8 Pagina's

Verplichte wachtgeld- en werkloosheidsverzekering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1949

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken