Bekijk het origineel

De Beginselen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Beginselen

8 minuten leestijd

Voor studie en leidraad

der Staatkundig Gereformeerde Partij

HAAR PROGRAM (no. 60)

Artikel 36

Onze bespreking over artikel 5 van het Staatkundig Gereformeerd program loopt ten einde. Het zal naar alle waarschijnlijkheid het voorlaatste artikel zijn, dat wij daaraan in deze serie wijden. In de daaraan gewijde reeks van artikelen is het wel onomstotelijk vast komen te staan, dat artikel 5 van dat program opgevat en verstaan behoort te worden geheel overeenkomstig het onverminkte artikel 36 der aloude Nederlandse belijdenis.

Daaromtrent kan niet de minste twijfel bestaan, als men de nu reeds meer dan 25 jaren in de S.G.P. gevolgde praktijk kent. Altijd is er in en buiten het eigenlijke partijleven door haar en haar woordvoerders gehandeld en gesproken naar de zin en geest van artikel 36, zoals dit eeuwen terug door onze Gefeformeerde voorvaderen is geformuleerd en door de kerk der Reformatie hier te lande is beleden. Altijd is harerzijds in de pers de pen, in het Parlement het woord en in besloten en publieke vergaderingen het pleit gevoerd voor de onverzwakte handhaving van dat artikel. Door des Heeren nederbuigende goedheid is de S.G.P. er verwaardigd toe mogen worden — het zij zonder enige zelfverheffing gezegd, hetgeen toch elke onbevooroordeelde beoordelaar zal moeten erkennen — om in deze getrouw met onze vaderen op te trekken. Zij heeft de smaad en de hoon, zoals die op Calvijn en zijn medestanders van enghartig en bekrompen, stijfhoofdig en eigenzinnig te zijn, door de Libertijnen geworpen werd, met hen willen dragen. Zij heeft de Reformatoren niét als waren dezen van zichzelf beter of uitnemender dan enig ander mens willen en mogen volgen, maar omdat zij rijkehjk met licht en genade Gods bedeeld het geopenbaarde Woord van de levende God tot richtsnoer van al hun gedragingen hebben gesteld en dat in ootmoed hebben achteraan gekleefd, zodat zij hun leringen en geloofsbelijdenis daarop als op een vast en onwrikbaar fundament hebben mogen grondvesten. Zij heeft met aankleving van zonde en gebrek naar de mate harer krachten, die uit en van zichzelf gene zijn, in een tijd van schrikkelijk verval, zoals de onze die vertoont, in program en praktijk het onverminkte artikel 36 beleden en voorgestaan.

D. ' aartoe behoorden moed en kracht. Heel de tijdgeest toch keert zich fel tegen dat artikel.

Rome, dat het hoofd zo geducht opsteekt, zo dreigend opdringt, post na post in den lande bezet, verfoeit en haat het ten dode. Daarvan hebben haar brandstapels, schavotten en vreselijke marteltuigen, waarmede zij de Reformatie en haar belijdenis te vuur en te zwaard ten onder heeft zoeken te brengen, ons een onwraakbaar getuigenis afgelegd. En nog heeft zij krachtens haar beginselen haar oude haat en vijandschap tegen de Reformatie niet afgelegd, en nog, al predikt zij, in de minderheid zijnde, nog zo luid de verdraagzaamheid, wenst zij artikel 36 van de aarde te bannen, zo zelfs, dat er daarop geen memorie meer van zal zijn, gelijk zij gewenst heeft, dat van Nederlands eerste bloedgetuige. Jan de Bakker, geen memorie meer zou zijn.

Ook verafschuwen al wie libertijns denken of gevoelen in het diepst van hun hart het onderhavige artikel. Met welk een verbetenheid hebben zij het in de dagen van de Hervorming niet bestreden! Hoe hebben zij Calvijn daarbij overgoten met leugen en laster en getracht zijn leer onder het puin daarvan te begraven! En ook heden ten dage zijn hun geestelijke nazaten daartegen nog even fel gekant.

Evenzeer hebben de voorstanders van de Franse Revolutie in geschrift op geschrift hun intense afkeer tegen artikel 36 en al hetgeen daarmede in nauw verband ^•Jat, gestadig betoond; zij moesten u> .5, volstrekt niets van hebben, achtten net een geweldig sta-in-de-weg voor vooruitgang, verliching en beschaving. Zó zeer zelfs, dat één hunner, met name Voltaire, geschreven heeft, dat, als dit maar eenmaal uit de weg geruimd was, dat dan pas de weg voor het menselijk geluk gebaand was. En ook nu nog delen socialist en communist met hen in dezelfde afkeer. Ook bij hen moet men niet aankomen met artikel 36 of dezelfde aversie ontbrandt opnieuw.

IN ogmaals zij het gezegd, dat er moed en kracht bij zovele en zo geduchte te- genstand voor de S.G.P. van node was om op te komen voor de handhaving en doorvoering van het onverminkte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Vooral sedert dr Kuyper zijn welversneden pen daartegen opnam. Hij is het toch geweest, die de aandacht daarop wederom gevestigd heeft. Maar, merkt een lezer op, dr. Kuyper heeft toch heel het artikel 36 niet bestreden. Door zijn invloed, bepaaldelijk door de vele artikelen, welke hij daarover geschreven heeft, zijn slechts 21 woorden uit het artikel door de Synode der Gereformeerde Kerken in 1905 geschrapt. Dit moge waar zijn — en is ongetwijfeld waar — maar door de verwijdering van die woorden is het artikel in zijn hart getroffen, is het pit en het merg daaruit weggenomen. Daardoor is daaraan een geheel andere strekking gegeven dan in het oorspronkelijke artikel, zoals het door onze Gereformeerde voorouders is opgesteld, te lezen is. Dit is onder meer eerlijk en volmondig door de heer Schouten, die sedert jaren zulk een voorname en vooraanstaande plaats in de A.R. Ypartij inneemt, erkend. In het A.R maandblad „Nederland en Oranje", jaargang 1927, toch vinden wij een schema van een door de heer Schouten te behandelen onderwerp over de verhouding tussen Overheid en godsdienst; overheid en kerk. Op bladzijde 115 lezen wij met betrekking tot artikel 36:

„In dit artikel, zoals het vastgesteld is door de Synode van Dordt 1618— 1619, komt onder meer voor: Ende haer ambt is, niet alleen acht • te nemen ende te waken over de politie, maar oock de hant te houden aan den heiligen kerckedienst; om te weeren ende uit te roeyen alle afgoderije ende valschen Godsdienst, om het Rijcke des Antichrist te gronde te werpen ende het Koninckrijke Jezu Christi te bevorderen, 't Woort des Evangeliums overal te doen prediken, opdat Godt van een yegelijk ge-eert ende gedient werde, gelijck Hij in Zijn Woordt gebiedt."

Op dit citaat volgt dan de erkentenis:

„Tegen dit deel van artikel 36 is de A.R. richting en de A.R. partij van de aanvang af ingegaan".

H. .et lijdt niet de minste twijfel, dat door de schrapping van de bekende 21 woorden heel het artikel 36 een geheel ander aanzien en strekking heeft verkregen. Dit blijkt wel overduidelijk uit het A.R. program, dat onder voorzitterschap van dr Kuyper en naar diens inzicht geheel overeenkomstig het verminkte artikel 36 door het Centraal-Comité is vervaardigd en op de Ie Januari 1878 in het licht is gezonden. Dat program toch gaat in hoofdzaak lijnrecht in tegen het oude artikel 36. Wij hebben dit in vorige artikelen met feiten gestaafd aangetoond, alsook dat dr Kuyper te dezer zake leringen geleerd heeft, welke in flagrante strijd zijn met wat Calvijn en de Gereformeerden eertijds daaromtrent geleerd en bben, daarbij in zijn bestrijding zich menigwerf bedienende van de wapens, waarmede de Libertijnen de Reformatoren en hun medestanders destijds bestreden hadden. Wij behoeven daaraan thans derhalve geen enkel woord meer te verspillen.

Alleen wensen wij nog op te merken, dat het zeer te betreuren is, dat het juist dr Kuyper is geweest, die de wapens tegen de Gereformeerde vaderen in zake artikel 36 heeft opgevat en dat zo talrijken in den lande, onder meer de A.R. partij, hem in zijn bestrijding zijn bijgevallen. Het zijn immers niet de r.k., de liberalen, de socialisten of de communisten, die zich nog druk maken over artikel 36 en daartegen hun pen of mond roeren, maar het is dr Kuyper geweest, daarin nagevolgd door de neo- Gereformeerden en Anti-Revolutionnairen, die zulks bij voortduring gedaan heeft. De in onze vorige zin eerstgenoemden hoort men nimmer of zo goed als nimmer meer over artikel 36 spreken. Voor hen heeft dit artikel afgedaan. Zij achten dat het dood en begraven is en uiten er zich deswege in het geheel niet over. Gans anders was dit echter ten aanzien van dr Kuyper. Deze heeft de strijd daartegen opnieuw aangebonden. Daarbij werd de samenstellers van artikel 36 gedurig in de schoenen geschoven, dat zij ten opzichte van dat artikel nog doortrokken waren van de roomse zuurdesem. Een hoogst ergerlijke beschuldiging! Dezelfde mensen, die Rome's leer bij voortduring in het aangezicht van brandstapel en schavot bestreden hebben en haar als anti-christelijk gebrandmerkt en ten deure hebben uitgewezen, die zouden haar inzake artikel 36 weder bij de achterdeur hebben binnengehaald en bij de vervaardiging daarvan bij haar ter schole zijn gegaan! Hoogst ergerlijk is het, deze personen zulk een brandmerk op de rug te branden. Te meer ergerlijk, omdat dr Kuypers uitspraak zelfs geen spoor of zweem van waarheid bevat. Bij de vervaardiging en verdediging van artikel 36 zijn de Gereformeerde voorouders van een gans ander, zelfs geheel tegenstrijdig beginsel uitgegaan dan dat Rome huldigt. Dit wensen wij in ons laatste artikel, dat wij aan de bespreking van artikel 5 van het program der S.G.P. en in zeer nauw verband daaimede staande aan artikel 36 der aloude Nederlandse Geloofsbelijdenis in deze reeks van artikelen wijden, nader te bespreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950

De Banier | 8 Pagina's

De Beginselen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1950

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken