Bekijk het origineel

Nieuw Guinea

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nieuw Guinea

5 minuten leestijd

De conferentie, waarop de kwestie Nieuw-Guinea behandeld is, is ten einde. En overeenstemming is daarop niet verkregen. De Indonesische delegatie is op haar stuk blijven staan. Zij eist per sé de overdracht van de souvereiniteit over genoemd gebied. In de slotzitting heeft zij dat nadrukkelijk nog eens uitgesproken. De Nederlandse regering heeft water, zelfs veel water, in haar wijn gedaan. Blijkbaar om een kabinetscrisis te voorkomen. Naar alle waarschijnlijkheid onder pressie van de Partij van de Arbeid, welke de overdracht der souvereiniteit aan Indonesië voorstaat. Deze regering toch heeft aan de Indonesische delegatie voorgesteld om de souvereiniteit van Nieuw-Guinea aan de Nederlands-Indonesische Unie over te dragen, waarbij het feitelijk beheer over dit gebied aan Nederland zou blijven. In de sluitingsvergadering deelde minister Mohammed Roem mede, dat zijn delegatie dit voorstel afwees.

Men had kunnen verwachten, dat de Indonesische delegatie de zeer ver gaande concessie van de Nederlandse regering — deze stond immers aanvankelijk op het standpunt, dat er aan de Nederlandse souvereiniteit over Nieuw-Guinea niet getornd mocht worden — met beide handen zou hebben aangenomen. Zij heeft die echter afgewezen. Zij is stokstijf op haar standpunt blijven staan. Zij heeft wellicht gedacht, dat, dewijl de Nederlandse regering al enkele vergaande concessies gedaan had, zij allicht nog wel meer concessies zou doen. Zij had er alle redenen voor om zulks te denken. In het verleden heeft onze regering immers inzake de Indische kwestie, ook al had zij verklaard, dat haar standpunt onherroepelijk vast stond, de ene concessie na de andere — zij noemde dat deviaties — gedaan, zo­ dat de Indonesiërs ten slotte in alles hun zin gekregen hebben. Wij kunnen er niet over treuren, dat de Indonesiërs het bemiddelingsvoorstel onzer regering van de hand gewezen hebben.

Indien de souvereiniteit aan de Nederlands-Indonesische Unie, die niets dan een uiterst zwakke draad is, was overgedragen, wat zou dit anders ten gevolge gehad hebben dan een bron van ellende. Men had met alle zekerheid kunnen aannemen, dat er bij een dergelijke oplossing een voortdurende wrijving met al de bittere onaangenaamheden van dien ten aanzien van het te vonnen gezamenlijke bestuursapparaat ontstaan zou zijn en dat uiteindelijk de souvereiniteit over Nieuw-Guinea aan de Indonesiërs ten deel gevallen zou zijn. Toen het voorstel van de Nederlandse regering zo beslist door de Indonesische regering voor onaanvaardbaar was verklaaid, heeft onze regering een ander voorstel ter tafel gebracht en wel dit dat de onderhandelingen zouden voortgezet worden met gebruikmaking van de diensten van de Commissie van de Verenigde Naties inzake Indonesië. Dit laatste voorstel toont wel heel duidelijk aan, hoe zeer onze regering met deze kwestie in grote verlegenheid gekomen is, want aan de genoemde commissie heeft zij alles behalve prettige herinneringen, daar zij toch altijd hoogst partijdig ten voordele van Indonesië is opgetreden.

Heel die verlegenheid heeft zij aan zich zelf te wijten. Zij is een gevolg van de overdracht der souvereiniteit van Indië aan Indonesië, waarbij bovendien nog de kapitale fout door haar gemaakt is, dat de kwestie aangaande Nieuw-Guinea, voordat de souvereiniteitsoverdracht plaats vond, niet definitief geregeld is, zo lang toch die souvereiniteitsoverdracht aan Indonesië niet had plaats gehad, stond zij heel wat sterker dan nu.

Aangaande het laatste voorstel van onze regering verklaarde de voorzitter der Indonesische delegatie, mr Roem, dat hij ten opzichte daarvan het antwoord schuldig moest blijven, daar hij van zijn regering geen mandaat had om zich daarover uit te spreken. De Nederlandse delegatie heeft bij monde van haar voorzitter, minister van Maarseveen, op deze mededeling geant­ woord, dat zij het door haar gedane voorstel handhaafde — namelijk de on.derhandelingen voort te zetten met gebruikmaking van de diensten van de Commissie van de Organisatie der Verenigde Naties inzake Indonesië — en alsnog gaarne het antwoord van de Indonesische regering tegemoet zag.

Zo is dan de Nieuw-Guinea-conferentie feitelijk zonder resultaat geëindigd en althans voorlopig mislukt. Het Nederlandse voorstel blijft ter tafel liggen en de delegaties kunnen daar dus nader op terugkomen. Of dit ook zal geschieden zal van het antwoord der Indonesische regering afhangen.

In elk geval is het nu wel zeker, dat, zoals van Indonesische zijde herhaaldelijk verzekerd is, op 27 December 1950 de Indonesische vlag op Nieuw-Guinea niet zal wapperen. Hoe dit feit in Indonesië zal worden opgenomen, dient afgewacht te worden. Het is voorshands de vraag, wat de Indonesische regering zal doen alsook of zij bij machte zal blijken te zijn om de geesten, die zij heeft opgeroepen om door betogingen en het aanheffen en aanbrengen van leuzen, welke de overdracht van de souvereiniteit van Nieuw-Guinea eisten, in toom zal weten te houden. Voorshands heeft de Indonesische regering een communiqué uitgegeven, dat zij de nodige maatregelen zal treffen om de stakingen, zoals er één vrijwel zeker onder communistische beïnvloeding te Makassar om de teleurstelling over de gang van zaken in de kwestie-Nieuw-Guinea tot uitditikking te brengen, is aangekondigd, tegen te gaan.

Inmiddels is de Indonesische delegatie naar Indonesië temggekeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1951

De Banier | 8 Pagina's

Nieuw Guinea

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1951

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken