Bekijk het origineel

Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zeeland

5 minuten leestijd

Brief uit

CLXXVII.

De bemoeiingen van de overheid met het leven zijn tegenwoordig wel zeer uitgebreid. Er is schier niets, waarin gehandeld kan worden naar eigen mening. Bijna niets mag zonder vergunning van het een of ander lichaam of instelling.

Voor de landbouw wordt getraolit om nu spoedig te komen tot het instellen van een Bedrijfschap, dat volgens de wet op de bedrijfsorganisaties regelen i zal kunnen stellen en contributies zal kimnen heffen. H

Naast de vele bepalingen zijn er dus nog andere te wachten. Het is wel zeer de vraag, of, als eens al de landbouwers persoonlijk daarover hun mening konden uitspreken, wel tot het instellen daarvan zou worden overgegaan. De landbouworganisaties zuUen zeker verstandig doen die aangelegenheid aan het oordeel van de leden te onderwerpen. Het gaat toch niet op om maar van bovenaf te doen alsof het bij de leden wel ingang heeft. Ook is het een gevaarlijk standpunt om te menen, dat de mensen maar tegen zichzelf moeten worden beschermd. Daaraan zit een smaak, die erg doet denken aan de tijd van de bezetting.

En, nu mag gesteld worden, dat het toch wel zo is, dat de organen, uit de wil van de bedrijfsgenoten voortgekomen, wel zullen weten wat nodig is. Maar dan zal men toch ook voldoende waarborgen moeten hebben, dat die wil er werkelijk is.

Is dat niet het geval, dan zal het een instelling worden, die zogenaamd democratisch aangeduid wordt, als te zijn voortgekomen uit de bedrijven zelf, maar die in wezen niets anders is dan de dictatuur.

Dictatuur behoeft niet steeds door één persoon te worden beoefend, dat kan ook door meer personen plaats hebben, ook wel door de top van organisaties.

Het is wel nodig om er steeds van doordrongen te zijn, dat het mensen zijn, die een zaak moeten regelen en dat de mens door de zondeval koning wezen wil. dictator krachtens zijn bestaan.

Dat geldt niet alleen voor de organisaties, voor besturen van wat ook, maar ook voor de overheidspersonen.

Ook de bemoeiingen van de overheid gaan ver. Het lijkt wel of vergeten wordt, dat het volk er niet is om de overheid, maar andersom Zodra de overheid er niet meer is, dat haar daden niet meer zijn om het volk te dienen, dan is het verkeerd.

Niet, dat de overheid gebonden zou zijn aan de wü van het volk, want dan zouden wij verzeild raken in de revolutionnaire wateren; maar de ovefheid zal zich toch steeds voor ogen moeten sta­ len dat zij er is om het volk te dienen, oni het te geven wat tot zijn bestv\^•l is. De samenleving kan zo nodeloos ingewikkeld gemaakt worden, dat er voor de onderdaan schier geen mogelijkheid meer is zich te bewegen.

De kosten van het overheidsapparaat worden, door de velerlei bemoeiingen, maar steeds groter. Het worden lasten schier niet meer om te dragen. Moeten we dan maar zonder orde en regel gaan leven?

Immers neen. Het is nodig, dat er orde en regel is. Zonder dat is een samenleving niet mogelijk. Het is ook te begrijpen, dat een land met een dichte bevolking, meer regelen zal nodig hebben dan een slechts door enkelen bewoond land.

Ook is het aanvaardbaar, dat onder moeilijke omstandigheden regelen worden gesteld, die, bij gemakkelijker toestanden, niet nodig waren.

Zo was het wel te aanvaarden, dat in een tijd van voedselschaarste er een regeling voor verdeling aan een ieder was. Maar, is het daarom nodig, dat die regelen nu, zij het dan soms onder an­ dere benamingen, en door anderen geleid, toch ook gelden? Een schüder mag geen verf afleveren aan een particulier. Een grossier mag geen waren afleveren dan aan een vakman of winkelier. Die regelen worden door bonden of verenigingen daargesteld en men heeft ze maar te volgen.

Die bezwaren zijn te groot, maar te nïeer nu het gevolg is, dat alles weer duurder wordt en dat het duurder worden van het ene weer leidt tot het duurder worden van het andere, en zo kunnen we voortgaan.

Maar die voortgang leidt tot een plaats, waar die niet meer mogelijk is, tot een hoogte, waarvan we zullen afstorten in de diepte. Een diepte, die evenmin te peilen is.

En wij leven maar door. De een zegt: och, daar is toch niets tegen te doen. en een ander zegt: Hoe kan ik daartegen wat doen?

Maar hebben we dan geen plichten meer tegenover ons vaderland? Is het dan zo geworden, dat het ons totaal onverschillig laat hoe het daannede gaat? We zien het gevaar voor ogen, en we zitten stil.

Zou Gods. oordeel daarin over ons volk voltrokken worden? Gaat het ons als de Rubenieten, die niet mede optrokken en de blatingen van de kudden aanhoorden, ook bij de vele overleggingen van ons hart?

Och, dat God ons de ogen opende, ook voor dat gevaar, en dat Hij nog kracht gaf om tegen te staan, tegen alles in, opdat ons volk in alle eenvoudigheid geleid, tot eenvoudigheid mocht terugkeren.

Uw Zeeuwse Briefschrijver.

Uw Zeeuwse Briefschrijver.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1951

De Banier | 8 Pagina's

Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1951

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken