Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

10 minuten leestijd

Voor studie en leidraad

HAAR PROGRAM (no, 84)

Artikel 9

II.

Nadat wij in twee vorige artikelen de bezwaren, welke Ds Kersten tegen de verzekering en verzekei-Lagsdwang in zijn brochure „De Invaliditeitswet" ontwikkeld heeft, te hebben weergegeven, gaan wij thians tot een verdere weergave van de inhoud van diens brochure over. Op bladzijde 22 van die brochure lezen wij:

B reedvoeriger dan wij dachten, stonden we bij de bezwaren stil; doch de beschrijving er van vereiste zulks wel. Thans willen we een poging wagen om ons verzet te verdedigen.

n.

Laat mij dat verzet zelf eerst bezien. Wij hebben geweigerd onze wettige overheid te gehoorzamen; geweigerd onzo rentekaart aan te bieden aan de patroons, of wel zegels te plakken, zoo de wet ons voorschreef. Wij hebben onszelf daarvan wel rekenschap te geven. Want gewis, die daad is niet klein. Eischt niet de Heere: „alle ziel zij de machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen madht dan van God" (Rom. 13 : 1). En we deden dat niet! We deden het met voorbedachten rade niet; opzettelijk weigerden we de gehoorzaamheid. En van meer dan één zijde is daarop gewezen, m.i. niet zon­ der reden. Want toch, we mogen geen revolutie plegen. En dat ook willen we niet. Integendeel; de revolutie hopen we te bestrijden en zo hij ooit in ons land den kop weder opsteekt (wat God verhoede) dan scharen we ons als een enig man trouw rondom de regeering. Revolutie is uit den booze! Wij zijn niet revolutioimair! Laat mij met enkele woorden dat toelichten.

Dit verzet grondt zich alleen in de gemoedsbezwaren; niet in de staatkundige bezwaren.

Zoo de regeering aan de gemoedsbezwaren tegemoet komt, en dat wil zij gaarne beproeven, dan mogen wij protesteeren uit staatkundig oogpunt, doch dan zij ons protest met onderwerping. Slechts in één geval is verzet tegen de wettige overheid geoorloofd; is 't eenige geval, dat de eere Gods dat verzet eischt. Niet alsof alle besluit der overheid, ook al dringt het niet tot het krenkende van Gods eere, door ons zou worden toegejuicht, of zelfs in gemoede goedgekeurd. Maar wel zijn wij in dat geval geroepen, zij het dan ook onder protest, ons te onderwerpen. De overheid is Gods dienaresse, en we mloeten ons haar ondei-werpen met behoorhjke gehoorzaamheid. Dit bepaalt onze houding ten opzichte van wat in beginsel de Minister zeide te willen beproeven tot wet te malcen.

Zijne Excellentie toch betoonde onze bezwaren tegemoet te vvdUen komen, alleen omdat het gemoedsbezwaren zijn; d.w.z. in zooverre bij de bezwaarden de eere Gods in het geding komt. Doch alle verzet in den lande tegen de ouderdomswet vloeit uit die bron niet. Voor een deel weigert men onderwerping aan de wet uit hoofde van wat ik staatkundige bezwaren noemde, men betwist de overheid het recht tot verzekering te dwingen, terwijl weer anderen zich achter ons schaarden zonder ook maar iets te gevoelen van wat de consciëntie krenkt, wijl het 'betalen van de premie voor hun arbeiders hun stuit, beursbezwaarden dus.

Het is te verstaan, dat ook dergelijke bezwaren tegen de wet rijzen, al leg ik er nadruk op, dat onze kamp op heden daarover gansoh niet ging; en wil ik om zelfs de schijn niet te geven, dat het geld in ons protest een rol speelde, over deze bezwaren dan ook liever zwijgen. Moeilijk echter valt te ontkennen dat velen, voorial de kleine luiden, zwaar worden gedrukt; en veelal zal de werkman het gelag betalen. Hier en daar kortte men op het loon veel meer dan de premie bedraagt, ontsloeg men de losse werkman of werkster, voor wie men bij een enkel uur werkens een volle weekpremie boven het loon geven moet. Gevoelt ook een ieder niet, hoe krenkend het is, dat ouders voor hun bij hen in het bedrijf werkende kinderen zegels moeten plakken? Die kinderen leven in het huisgezin mee, maar niet als dienstdoenden; ze ontvangen inwoning, voedsel, kleeding, wat zakgeld, in één woord, ze zijn voor rekening hunner ouders geheel en al. Doch ze moeten als dienstbaren verzekerd worden, alsof ooit een vader z'n jongen, die hem dient, in nood verlaten zal. Ge moet vreemdeling zijn van de toe­

standen onzes volks, vooral van die der boerenbevolking, om het krenkende, dat hier in ligt, niet te gevoelen. Daarenboven wordt hier een premie afgeperst, waarvan niet dan bij uitzondering zal geprofiteerd worden, wijl de meesten dier kinderen later in eigen bedrijf treden. Is 'het dan wonder, dat men protesteert? Voeg ten slotte hierbij, dat juist als bij de ongevallenwet zoo vele milhoenen te loor gaan aan heeren ambtenaren, en een betrekkelijk klein gedeelte ten goede van de arbeiders komen zal; dat de ambtenaarswereld, die wij bij al de distributiemaatregelen zoo goed hebben leeren kennen, en om wier ondergang we smeekten, weer in volle glorie verrijst, en versta dan ook, dat die beursbezwaarden niet zonder motief protesteren.

Alleen maar: hun bezwaren zijn geen gemoedsbezwaren. Dat zulke bezwaarden protesteeren, is te begrijpen, maar dat zij zich de overheid niet onderwerpen, dat zij weigeren de verschuldigde gehoorzaamheid, zie, dat is niet te verdedigen. Want toch hun raakt de wet der ©ere Gods niet. Men zoeke wetsverbetering aan te brengen, opdat die wet meer naar het beginsel der rechte landsregeering zij, doch men zegge de overheid de gehoorzaamheid niet op. En het is van de minister te verstaan, dat Zijne Excellentie, staande op handhaving van de wet, schiften wil wat serieus in den gemoede bezwaard is. en wat uit andere oorzaken tegen de wet opkomt. Daaruit dan ook vloeit het voort, dat minister Aalberse er nadruk op legde, dat, zoo het tot wetsaanvulling kome, aan financieel voordeel niet mag gedacht worden. Want toch zoo voordeel uit de vrijstelling van verzekering vloeide, ware het te vreezen, dat zoo velen zouden voorwenden in gemoede bezwaard te zijn.

Uit dien hoofde bracht de Minister ter sprake het doen betalen eener h^]. ting, ongeveer gelijk aan de premie de, verzekeringswet. En bij die wettige te gehng ware aan ons gemoedsbezwaa, tegemoet gekomen, mits maar èn voo den , , werkgever" èn voor den , , weri(ne. mer", alle band worde doorgesnedei die aan de ouderdoms- en invaliditeit^ wet bindt. Wij hebben dan een belast te betalen, die niet in de kas der verz^ keringsbank wordt gestort en ook niet via finianciën bij arbeid komt, maar dt minister van financiën wordt overhan. digd. En tegen belastingbetalen als zoo d< mig kunnen wij geen gemoedsbezwaai hebben.

"Geef den keizer, wat des keizers is' sprak de Heere Jezus, ook al besteeddt die heidensche keizer de schatting ze. ker niet in alles als naar den eisch des Heeren hem betaamde. Doch dat beheeren der belastingen was te zijner verantwoording, en lag buiten de compe. tentie der belastingbetalers. Mitsdien hebben ook wij niet het recht belasting te weigeren, louter omdat de overheid van die belastingpenningen zoo veel uitgeeft, dat haar eens schuldig stellen zal voor Gods rechterstoel.

Om eens iets te noemen. Minister Visser diende een' wetsontweip in, waarbij subsidie aan het tooneel wordt to&amp; gestaan, subsidie aan het tooneel dooi onze regeering; aan de komedie! Hoe kan het? Ja en toch, zoo is het. En dit ontwerp, tot wet verheven, zal dus van onze belasting een deel nemen om de komedie te onderhouden. VJ Gruwelijk, zegt ge? Goed, maar toc^ hoe ernstig ge ook tegen zulk een heer onzer financiën protesteert, en wat te wenschen ware, in uwe ziele er over weeklagen mocht voor het aangeziclit des Heeren, toch zult ge uw belasting betalen. Niet van u, doch van de regeering zal eens rekenschap gevorderd worden voor zulk beheer.

En daarom kan die regeeringsdaad ons geen gemoedsbezwaar om onze belastingen !te betalen zijn; ook al zouden, zoo we recht gesteld waren, en de belangen des lands op onze ziele mocliten wegen, we uitroepen met Jeremia; , , Aöh, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springbron van tranen, om dag en nacht te beween en de breuke der dochter mijns volks".

Welnu, zoo ook ligt het in betreklcing ons gemoedsbezwaar tegen de invali teitswet. Dat gemoedsbezwaar ontstaat, ' zoodra men ons tot een handeling dwingt, die strijdt tegen onze overtuiging. Die handeling is voor den arljeider, het aanbieden van de rentekaart aan den werkgever; en voorts voor den werkgever het plakken van het geëisohte zegel. Die handehng mag noch kan de gemoedsbezwaarde verrichten. Daarom zonden wij onze rentekaaiten terug aan de Raden van Arbeid, telkens weer, en weigerden we premiebetaling. Zoo nu echter de minister ons van alle verplichting ter verzekering ontslaat, is van gemoedsbewaar in dezen geen sprake meer. De arbeider hebbe dan geen rentekaart te ontvangen, noch te bieden, en de patroon behoeft geen zegel te plakken, m.a.w. geen premie te 'betalen.

We staan in dat opzicht los van de verplichingen der verzekeringswet, ooit al zouden we straks bij de rijksinkomstenbelasting meer betalen dan weleer. Nog meer. De minister houdt alle arbeiders voor verzekerd. Zij kunnen dus op 65-jarigen leeftijd rente trekken. Tegen hun wil in worden zij verzekerd gehouden. Ook dat kan geen gemoedsbezv^aar zijn.

In mijn eerste gemeente was een lid, wiens eigendommen door zijn vader verzekerd waren in brandassurantie. Steeds ibetaalde zijn vader de premie, wijl sf toeren verzekeren was, doch dat be­ '^'^ °, ., .., , 3^^^ "^ premie door zijn vader kon '*•• jjiet verhinderen, noch ook kon hem , lij renioedsbezwaar zijn. Wat echter ge- , •hiedde? Er kwam brand, geheel de •c'huur werd in de asch gelegd. En toen leeft de man getoond van verzekering niet te vi^Uen weten en heeft hij, hoe (X)k zijn vader aandrong, de uitkeering (Jet assurantiemaatschappij geweigerd, ivijl bij zijn consciëntie bezwaard heibben zou door die uitkeering te aanvaar­ , den.

2oo nu ook kan het ons geen gemoedsai ]jezwaar zijn, als de minister ons, 'arbeiders, verzekerd houdt, en op de één of andere wijze de kosten daai-voor dragen v\dl. Maar zoo ons het bezwaar ernst is, zullen wij bij invaliditeit of ouderdom de rente weigeren. Die houde de verzekeringsraad voor zich.

Ik meen dus, dat, het zij nog eens gezegd, als alle verplichting, die de verzekeringswet ons thans oplegt, wordt te niet gedaan, aan ons gemoedsbezwaar tegemoet gekomen, ook al moeten wij een belasting betalen en ook al verzekert de regeering de arbeiders tegen him wil in, maar geheel buiten hen om. Daarmee is echter niet gezegd, dat alle ibezwaar ons is weggenomen. Verre van dat. Doch mocht het zooverre komen, dan willen en moeten we ons onderwerpen, ook het harde besluit, dat wij een extra-belasting betalen, die ons daarom te harder is, wijl wij voor onze armen > j! behoeftigen zelf willen zorgen. Wij | j; llen dus dubbel betalen moeten. En dat is o.i. niet recht. Van ons wordt een offer geëischt. En al is het nu zóó, dat vooT de vrijheid onzer consciëntie gaarne een offer brengen, en om aan te toonen, dat zij ons valsch beschuldigen, die ons aanwrijven, dat 't ons slechts om •oordeel te doen en dus ons gemoedsbezwaar gefingeerd is, lasteren, zelfs een royaal standpunt in dezen willen innemen, toch kan het o.i. niet door den ibeugel, dat de regeering ons de vrijheid der consciëntie koopen doet. Is er recht voor ons in de Nederlandsche wet, zoo ik geloof dat het er is, dan late men ons vrij, geheel vrij, en legge men ons geen belasting op."

Zie hier het vervolg van hetgeen ons in de brochure van Ds Kersten beschreven staat. In een volgend artikel wensen wij het slotgedeelte van deze brochure weer te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Banier | 8 Pagina's

De Beginselen der Staatkundig Gereformeerde Partij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1951

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken