Bekijk het origineel

Correspondentie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Correspondentie

3 minuten leestijd

A. te B. vraagt ons of het niet van dubbelhartigheid getuigt, indien men in zijn leer en leven de Gereformeerde leer der vaderen aanhangt en op het staatkundig terrein deze leer verloochent door de neo-Gereformeerde leer voor te staan en te steunen. Ons antwoord kan geheel naar waarheid geen ander zijn dan dat zulks inderdaad van grote dubbelhartigheid getuigt. Hoe toch kunnen, zonder zich dubbelhartig te gedragen, personen, die op de leer der vaderen gesteld zijn en in hun kerk het onverminkte artikel 36 der aloude Nederlandse Gereformeerde belijdenis be-

hjden, hun stem uitbrengen op A.R. candidaten, wier program in flagrante strijd met dat atrikel is, daar het geheel op de neo-Gereformeerde theorie gebaseerd is, een theorie, die de overheid, Hjnrecht tegen het onverminkte artikel 36 in, ter handhaving van de zuivere Gereformeerde religie, geen roeping toekent, waar zij leert, dat de overheid op religieus gebied maai heeft te laten groeien wat groeit en zelfs een kerk van atheïsten moet dulden. Daarvoor toch zijn onze Gereformeerde vaderen het schavot niet opgeklommen en hebben zij hun goed en bloed niet geofferd, opdat de overheid zodanige goddeloze bandeloosheid zou drijven, dat zij ongestraft zou toelaten, dat Gods heihge Naam in een kerk van atheïsten zou kunnen gelasterd worden. En deze lastering nu moet naar het A.Ri program door de overheid maar ongehinderd gedoogd worden. Gehjk het ook overeenkomstig het A.R. program door de overheid niet verboden mag worden, dat er vergaderingen gehouden worden, waarin God op het schrikkelijkst gelasterd wordt. Evenals er weder overeenkomstig het A.R. program, getuige de wet-Donner, waarbij de lastering van Gods heilige Naam als zodanig niet strafbaar is gesteld geworden, maar slechts in zo verre strafbaar is gesteld, als daardoor een mens in zijn gevoelens gekrenkt wordt — geen wet door de overheid uitgevaardigd mag worden, waarin het lasteren van Gods Naam als belediging en ontering van de allerhoogste majesteit Gods strafbaar gesteld wordt.En ook al moet de overheid volgens het A.R. program het ongestraft en ongehinderd toelaten, dat het deïsme, pantheïsme en atheïsme onder ons volk gepropageerd worden — hoe hebben daarvoor in het Parlement de Anti-Revo lutionnaire en Chr.-Hist. afgevaardigden niet gepleit voor hetgeen zij het hoge goed der vrijheid hebben genoemd, maar wat met de ware vrijheid niets uitstaande heeft, maar niet dan een deksel der boosheid is en wat geheel indruist tegen hetgeen onze vaderen gedaan hebben, toen zij de geschriften van de pantheïst Spinoza en van anderen, die het deïsme, socianism© en atheïsme leerden en propageerden, verboden hebben. Wie dan ook de belijdenis onzer vaderen op het punt van het onverminkte artikel 36 der aloude Nederlandse Gereformeerde belijdenis voorstaat, kan, indien hij niet vierkant tegen zijn behjdenis wil ingaan, niet Anti-Revolutionnair of Christelijk-Historisch stemmen, maar heeft ook door zijn stem de S.G.P. te steunen in haar strijd voor de naleving van de beginselen onzer Gereformeerde vaderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1952

De Banier | 8 Pagina's

Correspondentie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1952

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken