Bekijk het origineel

DE FORMATIE VAN HET NIEUWE KABINET

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE FORMATIE VAN HET NIEUWE KABINET

8 minuten leestijd

Mr Donker heeft zich tijdens zijn werkzaamheden als formateur van een nieuw kabinet bijzonder zwijgzaam gedragen. Nochtans heeft hij nog te veel gesproken. Het was bij die gelegenheid, toen hij, eens een Iceer sprekende, zeide, dat de formatie van een extra-parlementair kabinet mogelijk was en dat de bezetting van verschülende posten nog wel enkele dagen in beslag zou nemen.

Vrijwel heel Nederland maakte uit die verklaring op, dat de formatie van het nieuwe kabinet door mr Donker nu wel verzekerd was.

Doch hoe gans anders is het verlopen. Nadat mr Donker — het zijn zijn eigen woorden — zich eerst als een broedende kip gedragen had, heeft hij, ook al naar zijn eigen woorden, deze rol verwisseld met die van een hengelaar, die uit vissen ging.

Doch noch de ene, noch de andere van deze door hem vertoonde rollen heeft ten slotte enig succes gehad.

Gelijk het bij de pogingen van dr Drees en die van prof. Beel op een volslagen mislukking is uitgelopen, zo ook al met die van mr Donker.

Hoe men ook overigens over zijn pogingen moge oordelen, zeker is het, dat het hem daarbij niet aan ijver ontbroken heeft en dat hij wel alles aangewend heeft om tot een formatie te komen. Dat hij uiteindelijk niet tot een formatie kon komen, ligt dan ook niet aan zijn ijver of bekwaamheid.

Doch het is aan gans andere oorzaken te wijten, dat zo vele als toekomstige excellenties gedoodverfde personen, van wie wij in ons vorig artikel er enigen met name hebben genoemd, die naar zeer veler oordeel als toekomstige ministers aan te merken vielen, thans, althans weer voorlopig, velen hunner mogelijk wel voorgoed, voor het bekleden van het ministeriële ambt van de baan zijn.

Dit is in de diepste grond aan heel iets anders te wijten.

Dit heeft zijn oorzaak in de zucht van de partijen naar ministeriële zetels. Daardoor is er een onverkwikkelijke koehandel gedreven geworden; een koehandel, die sommige bladen onaangenaam, andere minwaardig en nog weer andere weerzinwekkend genoemd hebben, waarover ook niet dan met scherpe afkeuring gesproken kan worden; een koehandel, waarbij men met ministerzetels leurt, handelt en kwanselt, al vrijwel op gelijke wijze als de koopman op de markt met waar en vee, of de venter langs de huizen met zijn koopwaar dit doet.

Acht weken heeft die zo jammerlijke vertoning nu al geduurd; acht weken is men hu al doende om een ministerie te formeren; acht weken lang is men nu al druk aan het loven en bieden; acht weken ruziën de daarbij betrokken partijen nu al.

Waarom?

Om enig beginsel? Weineen!

De Anti-Revolutionnairen en Christelijk- Histerischen maken daarbij ook nu weer het fiere woord van mr Groen van Prinsterer: „In ons isolement ligt onze kracht", te schande.

De Christelijk-Historischen vergenoegen zich met de zetel van de minister van Oorlog en Marine en die van de minister van Overzeese Gebiedsdelen; en de Anti-Revolutionnairen hebben zich tevreden verklaard als zij de ministeriële zetels van Verkeer en Waterstaat en voornamelijk die van Economische Zaken door hun mannen bezet mogen zien, verklarende, dat zij bepaaldelijk medezeggingschap willen hebben in de economische belangen van óns land; alsof daarom door mr Groen van Prinsterer en de Anti-Revolutionnairen en Christelijk-Historischen in vroeger dagen de zware politieke strijd was ingezet.

Voorts gaat de strijd om de zetels inzonderheid tussen rood en rooms.

De Partij van de Arbeid wil, gezien haar door de uitslag der Tweede Kamerverkiezingen versterkte machtspositie, de door haar mannen thans bezette ministeriële zetels, beslist de zetel van Sociale Zaken, niet afstaan; de K.V.P. heeft zich bereid verklaard de door de weigering van minister van den Brink om als minister van Economische Zaken aan te blijven, vacante zetel af te staan, doch niet belangeloos, maar onder beding, dat zij daarvoor schadeloos gesteld zal worden door de toewijzing van een of twee andere ministeriële zetels.

En zo is men dan bij de formatie van het nieuwe ministerie aan het schikken en plooien, loven en bieden, dingen en afdingen gedurende op een paar dagen na al twee maanden lang. Het was daarbij mr Donker bijna gelukt op deze manier een extra-parlementair kabinet samen te stellen, misschien meer naar waarheid gezegd in elkander te draaien.

Hij had daartoe als schadevergoeding voor het verlies van de ministeriële zetel van Economische Zaken, met behoud van de vijf door de Partij van de Arbeid thans bezette zetels en met toekenning van de reeds vernoemde vier ministeriële zetels, waarvan elk twee aan de A.R. en C.H., zes ministerzetels aan de K.V.P. toegekend, waaronder twee zetels van Buitenlandse Zaken.

Op deze twee zetels nu zijn al de pogingen van mr Donker gestrand. Het is daarbij wel enigzins vreemd toegegaan.

Eerst waren van rooms-katholieke zijde, naar alle waarschijnlijkheid door bemiddeling van het r.k. Eerste Kamerlid Beaufort, zes door de K.V.P. als ministers van buitenlandse zaken begeerde personen met name opgegeven. Ook de formateur mr Donker begeerde ze en bood hun de portefeuilles aan, maar deze zes weigerden allen diens aanbod te aanvaarden.

Daarna werden mr Donker eveneens van rooms-katholieke zijde de namen van zes andere personen genoemd, welke personen de K.V.P. als ministers van Buitenlandse zaken geschikt en wenselijk achtte.

Doch mr Donker dacht over hen geheel anders. Hij achtte geen hunner voor die functies geschikt en aanvaardde niet één hunner. Ook zijn fractie van de Tweede Kamerleden aanvaardde hen niet. En daar had je de poppen aan het dansen.

Het strekt mr Donker tot eer, dat hij niet om des lieven vredes wil en om maar een kabinet samen te stellen, als ministers aan de Koningin voordroeg degenen, die hij voor het waarnemen van het voor ons volk zo belangrijke ambt van minister van Buitenlandse Zaken niet geschikt achtte.

Maar hierbij heeft zich toch wel iets vreemds voorgedaan.

Volgens rooms-katholieke bladen bevon­ den zich onder de eerste zes van r.k. zijde voorgedragen personen onder meer prof. Romme, prof. Beel en de demissionnaire minister van Economische Zaken prof. van den Brink, die mr Donker wel als toekomstige ministers van buitenlandse zaken aanvaard en geschikt gevonden had.

Nu willen wij ons verder niet uitlaten over de bekwaamheid van deze professoren, maar geen hunner heeft er ooit blijk van gegeven, dat zij ten aanzien van buitenlandse zaken de nodige kunde en bekwaamheid hebben en dat zij deswege geschikt waren om als minister van buitenlandse zaken te fungeren. Integendeeh

Als wij bedenken hoe prof. Romme het accoord van Linggadjati eerst uitgekleed en daarna weder aangekleed heeft en hoe jammerlijk prof. Beel zich in de Indische kwestie als minister-president gedragen heeft, dan betwijfelen wij het — om maar geen sterkere uitdrukking te gebruiken — in zeer hoge mate of deze personen wel geschikt zijn om als ministers van buitenlandse zaken te fungeren en kunnen wij ons om deze en andere principiële redenen niet anders dan verblijden dat de zaak zo verlopen is als zij verlopen is.

Het zelfde geldt ook ten opzichte van de later van de r.k. zijde voorgestelde zes personen, onder wie zich volgens r.k. bladen het Tweede Kamerlid mej. mr Pcmpé bevond. Zonder ook maar een woord van enige geringschatting voor hun personen of hun bekwaamheden te bezigen, verheugen wij ons, dat geen van deze zes door mr Donker als ministei van buitenlandse zaken aanvaard is geworden, al kunnen wij het niet anders dan vreemd vinden dat de eerste zes wel en de laatste zes niet door de formateur en de Partij van de Arbeid als toekomstige ministers van buitenlandse zaken aanvaard zijn. Wij vermoeden, dat daar iets anders achter moet zitten.

Met de door mr Donker in deze aangenomen houding was zijn kans om een ministerie te vormen ook schoon verkeken.

Wel heeft hij nog nadien getracht een ministerie samen te stellen. En wel zo, dat dan als eerste minister een politiek neutraal persoon als minister van buitenlandse zaken zou aangewezen worden en als tweede minister een rooms-katholiek, terwijl dan bovendien de K.V.P. het ministerie van Wederopbouw ten deel zou vallen en mr Donker zelf het ministerie van Justitie zou gaan bezetten.

Deze wijziging aanvaardde de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid, maar die van de K.V.P. wees haar af, omdat alsdan de positie van de r.k. in het ministerie te zeer verzwakt zou zijn.

Deze afwijzing had tengevolge, dat mr Donker na zo vele dagen van handel en onderhandeling zijn opdracht aan de Koningin terug gaf.

Zo kwam er dan aan de zo onverkwikkelijke ruilhandel een einde.

Deze ruilhandel is nog te onverkwikkelijker als men weet, dat het program, waarop deze geschiedde, een nietszeggend regeringsprogram was, waarop men alle kanten uit kon, elk principe er aan ontbrak, en zo opgesteld was, dat het er louter op berekend was om maar ministers uit vier partijen, waarop de K.V.P. nadrukkelijk gesteld was, in één ministerie te verenigen. Hij heeft ons te zien gegeven, hoe zeer de partijen op macht belust waren, zo zelfs, dat heel het landsbelang daarbij totaal op de achtergrond geraakt is, het partijbelang hoofdzaak en het landsbelang een onbetekenende bijzaak was.

Over het verdere verloop van de minister-crisis valt verder weinig met zekerheid te zeggen.

De Koningin heeft, nadat mr Donker zijn opdracht teruggegeven had, eerst prof. Romme en daarna ir Staf ontvangen. Velen zien in ir Staf de toekomstige formateur, doch ook dr Kortenhorst, de voorzitter van de Tweede Kamer, wordt door weer anderen als de zodanige genoemd.

Ook ten aanzien van het toekomstige kabinet kan er slechts gegist worden.

In sommige kringen is men van oordeel, dat er nu een kabinet, steunende op drie partijen, geformeerd moet worden, in andere, bepaaldelijk in r.k., dat geprobeerd dient te worden in de lijn van mr Donker voort te werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1952

De Banier | 8 Pagina's

DE FORMATIE VAN HET NIEUWE KABINET

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1952

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken