Bekijk het origineel

HET KERSTWONDER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET KERSTWONDER

8 minuten leestijd

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat sij baren zoude. En zij haarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor herdieden geen plaats was in de herberg, Lucas 2 : 6, 7

De wereld viert weder Kerstfeest. Altlians zo joelt ze. Want zij moge op haar wijze feest vieren en zelfs een afgekapte spar tot kerstboom wijden en versieren f V, t lichtjes en geschenken, maar l^erstteest kent ze niet. O arme wereldling! hoe hol is uw kerstfeest; hoe leeg uw vreugde. Niet zonder reden waarschuwden onze Hervormde vaderen tegen de feestdagen. Zij wilden niet meer dan een gedenken van de heilsfeiten door de prediking van Gods Woord, zonder feestgejoel. Dat moge onder ons volk blijven voortleven. Voedt uw kinderen er in op. Het Kerstfeest getuigt yan het Kerstwonder. Het is het feest van Immanuël: God met ons. Hij, de eeuwige Zone Gods, Die waarachtig God was en is en blijft, Hij heeft onze menselijke natuur aangenomen in de beestenstal. Maar wie zal zijn hart op dit wonder zetten? Zal dit zo zijn, dan zal het Kerstwonder door God de Heilige Geest aan onze zielen moeten worden ontdekt; dat wonder, dat de apostel al- ( s beschrijft: God geopenbaard in het v'iees.

Dat wonder is verheerlijkt in Bethlehems stal. Op bevel van de wereldgebieder, keizer Augustus, is ook Maria, de nakomelinge van David, die met haar ondertrouwde Jozef, eveneens van David afstammende, in het hoge Noorden des lands, in Nazareth, woonde, opgetrokken naar Bethlehem. Tot zulk een reis ware de arme Maria nimmer, en zeker niet in haar omstandigheden, gekomen van zichzelf. Doch het keizerlijk woord gebood haar. En zij ging om beschreven te worden.

Zo moest de gebieder der wereld dienen tot de vervulling van de profetie aangaande de geboorte van Christus te Bethlehem, en ook daartoe, dat onwedersprekelijk blijken zoude, dat Hij, de Geborene uit Maria, naar het vlees uit den zade Davids was.

In Bethlehem is het wonder Gods verheerlijkt in een beestenstal. Er was geen plaats voor Maria en Jozef en het onder Maria's hart gedragen Kindeke in de herberg. Daar was plaats voor heel de wereld; niet voor henlieden. Voor Christus is in heel de wereld geen plaats. Ook in onze harten niet. Wij willen tot Hem niet komen om in Zijn Naam het leven te hebben. Er moet plaats in onze zielen bereid worden. En dat geschiedt alleen in de onwederslandelijke ontdekking des Heiligen Geestes. Als wij aan onszelf bekend gemaakt worden als gans verloren zondaren, dan alleen komt er plaats voor Christus, en anders nooit. Door genade alleen zullen wij zo diep leren bukken, dat wij toevlucht zullen nemen tot de geboren Sions-koning in de beestenstal en aan Zijn voeten nedervallsn, om Hem te aanbidden en te eren, gelijk de herders uit Bethlehems velden.

Want het licht der ontdekking doet ons onszelf kennen, gelijk wij waarlijk zijn, schuldig aan aUe Gods geboden en gans onrein. Verdoemelijk en walgelijk voor God, onderworpen aan het oordeel geworden. Hel waardige zondaren zijn wij geworden en de overtuiging des Heiligen Geestes doet ons dan ook hellediep bukken voor God. En voor dezulken nu wordt het diep buigen van de Zone Gods in de beestenstal het wonder, waarin behoudenis voor hen ontsloten wordt. Voor de kleinste, de armste in de genade, is hier toegang; terwijl de verstgevorderde in dit wonder meer en meer zijn eeuwige behoudenis door het geloof zich toeëigenen mag. Groter, altijd groter wordt ons deze verborgenheid: „God geopenbaard in het vlees", indien wij maar enige oefeningen van het oprechte geloof verkrijgen mogen. Dat geloof verenigt ons met Christus en doet ons Hem kennen, zo Hij van de Vader gegeven is, als de volkomen Zaligmaker, Wie alle aanbidding en dankzegging toekomt. Want Hij, Die geboren werd uit een maagd, was eer Hij kwam in ons vlees. Hij is de Zone Gods.

Dat is het grote Kerstwonder. God Zeü nam onze menselijke natuur aan. Hij is God, bovenal te prijzen in der eeuwigheid. Met de Vader en de Heilige Geest is Hij de enige en waarachtige God. In den beginne was het Woord, ea het Woord was bij God; en het Woord was God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. En zie nu het onbevattelijke wonder van Bethlehem. De Schepper wordt als schepsel geboren, als kind, diep afhankelijk; ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde. Geen andere verlosser was in staat Adams zonen en dochteren te behouden van de eeuwige dood, dan alleen Hij, Die waarachtig en eeuwig God is. De verlossing van zondaren was te kostelijk dan dat enig schepsel deze zoude kunnen volbrengen. Aan Gods recht moest volkomen worden genoeg gedaan, en geen bloot creatuur was tot die voldoening in staat. Satans kop moest vermorzeld worden en wederom, die vermorzeling ging de krachten aller schepselen te boven. De zonde moest ontkracht, en nog eens, geen schepsel vermocht die ontkrachting teweeg te brengen. Alleen door God kan de zondaar met God verzoend worden. O, zie dan in Bethlehems stal de Middelaar Gods en der mensen. Gods eigsn en natuurlijke Zoon is nedergedaald en heeft onze menselijke natuur aangenomen. Dit wonder heeft de engelen, die op het verzoendeksel staarden, om te mogen verstaan hoe Gods vloekende wet tot zwijgen gebracht werd, in zulk een verrukking gebracht, dat een menigte des hemelsen heirlegers in de velden van Bethlehem zong: Ere zij God in de hoogste hemelen; vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. En zou dan Gods volk van dit wonder niet zingen? Ja, dat volk zingt hier bij beurte en zal eenmaal eeuvidg zingen van het grote Kerstwonder: God geopenbaard in het vlees.

In het vlees is Hij geoiDenbaard. Hij was naar Zijn menselijke natuur het eigen vlees en bloed van Maria. De kracht des Allerhoogsten heeft haar overschaduwd en wat Maria onder haar hart droeg, was uit de Heilige Geest, Hij heeft in haar scheppend gewrocht. Zo moest het, opdat, waar niemand een reine geeft uit < it^' «Teins, uit deze-iir'StlciKulf Lürtelufc*' •fiKi'A ^et Heilige Gods geboren wor- Isn zou. Maar die geboorte was voor'^s '< i, dat haar dagen vervuld werden, dat •i baren zoude.

Onze Geloofsbelijdenis zegt dan ook zo t'n rechte, dat Christus voor zo veel het vlees aangaat, de voldragen vrucht van Kïaria is; haar eigen vlees en bloed. Tot Oils geslacht moest Hij behoren om de zonden van Zijn uitverkorsnen op Zich tf' nemen. Hoe zou de zonde Adams, die aJ diens nakomelingen toegerekend wordt op Hem kunnen geladen zijn, indien Hij tot ons geslacht niet behoord hadde? Zie Fi^m dan, mens uit de mensen. God en mens tezamen. Die in de plaats van Zijn volk treedt. Och, dat onze ogen geopend werden om de Geborene in Bethlehem te aanschouwen. Wij kennen noch begeren Hem van nature. Maar ook Gods volk ziet maar al te weinig Hem, Die hun in alles gelijk geworden is, doch zonder zonde. Te veel zoeken vidj het leven buiten Hem. Het is wel een kenmerk van donkerheid, die over Gods kerk hangt, dat wij al te zeer Christus kunnen missen. En toch is geen rust en vrede buiten

Hem. O, verdrukten, door onweder voortgedrevenen en ongetroosten, dat in deze Kersttijd Bethlehems stal u geopend worde en gij die enige en volkomen Za-^ ligmaker door het geloof mocht aanschouwen. Gunt uw ziel geen rust vóór ook u die verzekering gegeven worde, die de herders werd geschonken, dat namelijk hun geboren was de Zaligmaker ir de stad Davids. Want in Hem is alles wat tot onze verzoening en verlossing van node is. Om de zaligheid te verwerven, boog Hij zo diep, gelijk Hij deed reeds in Zijn geboorte. In doeken gewonden werd Hij nedergelegd in de kribbe. Ligt in die nederige geboorte airede niet de gehele vernedering van de Heere Jezus? Kan Hij lager bukken dan Hij deed? En waartoe werd Hij in zulk een armoede, uit een geringe maagd, geboren? Opdat Hij Zijn diep gevallen volk do eeuvwge gelukzahgheid aanbrengen zou. Dat volk wordt door Hem behouden. Hij trekt het uit de diepe kuil der ellende en herstelt het in Gods gunst en gemeenschap.

O, onbekeerden van hart, hoe menigmaal hebt gij reeds Kerstfeest gevierd, zonder ooit nog iets van het Kerstwon- "der te verstadri. Htif wooxü liiugii^triTJi Gods genade in uw ziel ingaan, eer het u zijn zal een reuk des doods ten dode. En zo u de rust in de wereld werd opgezegd, en uw ziel geen voldoening vinden kan in uw verandering en zielsgestalten, o, dat gij op deze Kersttijd tot Bethlehem gevoerd worden mocht, om Hem te kennen. Die is de weg, de waarheid en het leven. Geen zondaar is te slecht; niet één te arm om tot de beestenstal te komen. Laat uw ziel naar Christus uitgaan, meer dan naar de zoetste vruchten. Het worde om de Persoon te doen. Die tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen. Dat heeft Hij Zelf betuigd. Waarom zoudt gij dan langer buiten Hem omzwerven? Wilde Hij Zijn beloften aan uw hart toepassen, weet toch, dat Hij Zijn Woord niet breken zal. Houd bij Hem aan. Hij doe u uw leven verliezen, opdat gij het in Hem vinden moogt.

Hij doet overblijven een ellendig en arm volk, maar dat rijk is in Hem. Uit Zijn volheid doe Hij ons ontvangen genade voor genade, tot roem en heerlijkheid van Zijn Naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Banier | 8 Pagina's

HET KERSTWONDER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken