Bekijk het origineel

Meer verlof voor militairen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meer verlof voor militairen

5 minuten leestijd

Blijkens een Dinsdag 6 October uitgegeven legerorder krijgen de militairen meer verlof.

Bij de parate onderdelen der Koninklijke Landmacht wordt voortaan elke Zaterdag aan hoogstens 50 procent der tot de sterkte behorende militairen bewegingsvrijheid verleend van 13 uur af tot de daarop volgende Maandag 24 uur.

Bij de opleidingsdepots en onderwijsinrichtingen, behalve die van de Koninklijke Marechaussee, de Hogere Krijgsschool, de Koninklijke Militaire Academie en de Onderofficierenschool, krijgen alle dienstdoende militairen bewegingsvrijheid van Zaterdag 13 uur tot Maandag 24 uur.

Bovendien wordt in de 4e, 12e, 20e, 36e en 44e pefenweek van elk kalenderjaar een bewegingsvrijheid van vier dagen (inclusief Zondag) verleend. Tot zover het bericht uit de pers.

Al geeft dit meerdere verlof niet wat wij zo dikwerf zowel in het openbaar als in particulier onderhoud bij de regering, inzonderheid bij de minister van Oorlog en Marine, bepleit hebben, namelijk, dat elke militair bij zijn verlof des Maandagmorgens met de eerste reisgelegenheid naar zijn garnizoen terug kan keren, toch verblijden wij ons er over als een stap in de goede richting, inzonderheid voor de militairen bij de Landmacht. Het is een belangrijke verbetering, dat de militairen van de parate onderdelen van de Landmacht, alsmede alle militairen, die bij de opleidingsdepots en onderwijsinrichtingen zijn, behalve de in de legerorder genoemde uitzonderingen, hun verlof met betrekking tot de dag des Heeren belangrijk uitgebreid krijgen.

Wat de eerstgenoemde militairen betreft, dezen kunnen om de veertien dagen het genoemde verlof bekomen, terwijl de laatstgenoemden dit elke week ten deel valt.

Te betreuren hierbij is, dat het verlof alleen toegekend wordt aan de parate Landmachttroepenonderdelen en niet aan alle bij de Landmacht betrokken zijnde militairen, alsook dat hierbij uitzonderingen zijn gemaakt, en niet minder dat, afgaande op de berichten in de pers, dit uitgebreide verlof niet toegekend is aan de militairen, dienende bij de Lucht-en Zeemacht.

Dit zou toch zeer wenselijk zijn en een eis van rechtvaardigheid bovendien, terwijl het ook jammer is, dat het uitgebreide verlof alleen aan de parate troepen wordt toegekend, en niet aan hen, die pas onder dienst zijn gekomen.

Menige militair heeft bij de thans zo langdurige diensttijd bij zijn dienstvervulling al zulke zware offers te brengen, dat er wel redenen te over bestaan, behalve die van religieuze aard, welke hierbij het allerzwaarste hebben te wegen, om de militairen de diensttijd zo aangenaam mogelijk te maken.

Daartoe zou stellig veel bijdragen als alle militairen, ook degenen, die pas onder dienst zijn gekomen, bij meerder verlof des Maandagsmorgens naar hun garnizoen konden terugkeren. Doch ondanks alle moeite, welke de S.G.P. Kamerleden daarvoor aangewend hebben, is dit nog helaas geen algemeen gelden- De uiteindelijke beschikking daarover berust thans bij de korpscommandanten. Nu zijn er onder hen gelukkig, die daarin grote welwillendheid jegens de onder hun bevel staande militairen betonen.

Vooral wanneer zij er zich van overtuigd zien, dat deze militairen geen gehuichelde bezwaren hebben om op Gods dag te reizen, maar werkelijk principieel godsdienstige.

De ervaring heeft toch geleerd, dat er militairen zijn, die bij hun komst in de dienst principieel godsdienstige bezwaren voorwenden, louter om wat langer thuis te kunnen zijn, maar die, als hun korpscommandant hun verlof weigert te geven om des Maandagsmorgens naar hun garnizoen terug te keren, op des Heeren dag dan maar gaan reizen. Dat een korpscommandant, dit waarnemende, de godsdienstige bezwaren van zulke militairen niet als ernstig aanneemt. Iaat zich verstaan, alsook dat hij hun beslist weigert des Maandagsmorgens naar de kazerne terug te keren.

Doch er zijn helaas ook korpscommandanten, die absoluut aan geen enkele militair willen toestaan om des Maandagsmorgens naar hun kampement terug te keren. Dit is wel heel erg.

Nog te erger, wanneer de militairen zich in een plaats bevinden, waar zij niet ter kerk kunnen gaan. En die gevallen zijn er maar al te veel. Nu is het ons wel eens gelukt in zulke gevallen door de door ons bij de minister van Oorlog en Marine aangewende pogingen en verzoeken voor de betrokken militairen overplaatsing te verkrijgen naar een garnizoen, waar zij ter kerke kunnen gaan en dat dichter bij hun woonplaats gelegen is, maar toch volstrekt niet in alle gevallen. Meermalen wordt het geweigerd en als reden van weigering dienstbelangen opgegeven.

Wat ons betreft, wij zien deze zaak anders. Wij achten het in het belang van eerbiedigd wordt. Zo niet, wat heeft men dan anders te wachten da^ Gods toom en oordelen?

Bovendien bevordert het de goede geest onder de militaĆ¼en, wanneer hun zodanig verlof gewaarborgd wordt, waarbij zij des Zondagsavonds in de huiselijke kring kunnen doorbrengen.

Talloze militairen toch, die zich om God noch Zijn gebod bekommeren, of er althans niet het minste bezwaar in zien om op des Heeren dag te reizen, begeren des Maandagsmorgen naar hun garnizoen te kunnen gaan. Die begeerte leeft zelfs zeer sterk onder de miUtairen. En stellig zou het ook de goede geest ondei de militairen bevorderen, indien aan die begeerte voldaan werd. Doch zo is het bij de thans bestaande toestand niet. Zoals reeds gezegd, berust thans de beslissing bij de korpscommandant, en zo lang dit zo is, kunnen de Kamerleden der S.G.P. daaraan niets doen dan verzoeken tot de minister richten en bij hem bepleiten wijziging in de bestaande toestand aan te brengen, hetgeen door hen bij voortduring gedaan is en wordt. Evenzeer hebben zij ook bij voortduring bepleit, dat de militairen zo dicht mogelijk bij hun eigenlijke woonplaats in garnizoen worden geplaatst. Want ook op dit punt zal er nog zeer veel gedaan kunnen worden, waardoor de goede geest in onze weermacht bevorderd wordt. Zoals het nu gaat, zien wij militairen, afkomstig uit het Noorden, Oosten en Westen des lands, ondergebracht in garnizoenen in het Zuiden des lands, waarbij zij zich ver van hun naaste verwanten bevinden en meermalen geen gelegenheid hebben ter kerk te gaan. Is het laatste voor sopimigen hunner al een soort van straf, voor verreweg de meesten is het een reden, waardoor zij hun diensttijd in erge mate veronaangenaamd zien. Waren zij toch dicht bij huis gestationneerd, dan zouden zij ook na het vervullen van hun diensttijd 's avonds

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1953

De Banier | 8 Pagina's

Meer verlof voor militairen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1953

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken