Bekijk het origineel

Vloek en zegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vloek en zegen

7 minuten leestijd

En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!

Voorts zeide hij: Gezegend zij de Heere, de God van Sem; en Kanaan zij hem een knecht! God breide Jafeth uit, en hij wane in Sems tenten! en Kanaan zij hem een Imecht!

Genesis 9 : 25-27

II.

En Noach ontwaakte. Hierin is van Noachs bekering. Van de afsterving van de oude mens en van de opstanding van de nieuwe mens. Daar lees ik niets van, meent u? We zullen het zo dadelijk wel zien en opmerken.

Afsterven van de oude mens: We bedrijven geen inlegkunde. Wat zal Noach zich doodgeschaamd hebben. Zich geschaamd hebben, dat hij van nature zo dood was in de zonden en de misdaden, en dat hij uit en van zichzelf geen vrucht der bekering en der dankbaarheid kon voortbrengen. Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed wo'ont. Ook mocht Noach echter door genade weten, dat zijn misdaad verzoend was.

En Noach ontwaakte. Dan is er vloek en zegen. Toen Noach ontwaakte, wist hij zich hersteld in Gods gunst en roeping. Hoe zou hij anders deze profetische werkzaamheden hebben mogen verrichten?

Wanneer er zoveel verschrikking ontstaat voor Cham en Kanaan na Noachs ontwaken, hoe zal het dan wel zijn, wanneer de Heere opwaakt! De psalmdichter zingt er van: Toen ontwaakte de Heeie als een slapende, als een held, die juicht van de wijn. En Hij sloeg Zijn wederpartijders aan het achterste; Hij deed hun een eeuwige smaadheid aan". Psalm 78 : 65 en 66. De goddelozsn hebben een grote mond en vrij spel, maar wanneer de Heere opwaakt, zal Hij hun ijdel beeld verachten. Dan blijkt hun „hemels" leven in alle mogelijke ongerechtigheid slechts een droom.

Als een dioom na het ontwaken. Ja, want de goddeloze acht deze wereld voor zijn heilgoed, voor zijn hemel en zaligheid. Daarom klinkt het in de oren van al die millioenen: „Kind, gedenk dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven". Het verschil tussen de vrome en de goddeloze is, dat Gods kind de hemel nog hebben moet, - al ontbreekt het niet aan de voorsmaak, terwijl de wereldling al midden in zijn verdwijnende hemel verkeert. We mogen in alle ernst deze dingen wel Overwegen. Want we maken van Gods lankmoedigheid een vrijbrief, verstrekt om roekeloos zelfs Zijn bestaan in twijfel te trekken en zorgeloos allerhande kwaad te bedrijven. Acht liever de lankmoedigheid onzes Heeren voor zahgheidl Beeft bij de gedachte alleen al, dat de Heere zal opwaken tot het oordeel. Dan is er vloek en zegen. Wel en wee. Wat gaat er met u gebeuren, wanneer de Heere ontwaakt als een slapende, als verweg de Meerdere van Simson, die zich, wakker geworden, zo menigmaal uitschudde als een held, die juicht van de wijn.

Noach ontwaakte en merkte, wat zijn kleinste zoon hem gedaan had. Het is niet onmogelijk, dat hij van het één tot het ander kwam. Hij ontwaarde dan zijn bedekking. Wie had dat gedaan? Wie was er in de tent geweest? Maar waarom hadden Sem en Jafeth zo gehandeld? Wel, had Cham de naaktheid van zijn vader ontdekt en hadden daarom Sem en Jafeth hun vader bedekt?

Zo bezien, is er enige overeenkomst met het verhoor, waarvan Genesis 3 ons gewaagt. „Waar zijt ge? " zo zeide de Heere God tot Adam. „Ik vreesde, want ik btn naakt." „Hoe wist ge, dat ge naakt zijt? Hebt ge van de boom gegeten? " „De vrouw heeft mij gegeven en ik heb gegeten." Tot de vrouw: „Wat hebt gij gedaan? " „Die slang heeft mij bedrogen". Stap voor stap komt de Heere tot het begin. Weest overtuigd, dat het ordentelijk toegaat voor de rechterstoel! Zijt ge het al gewaar geworden soms, toen de vierschaar in uw geweten gespannen werd? Daarna de sententie. Precies in de orde. Eerst de slang vervloekt, vervolgens de veroordeling van de vrouw en tenslotte van Adam. Noach vloekt eerst de schuldige, daarna worden Sem en Jafeth gezegend.

Wanneer Noach ontwaakt, ontwaakt hij ook geestelijk uit de slaap der zonde, waarin hij schuldig verzonken was. Want niet alleen de dwaze, ook de wijze maagden slapen somwijlen. „Ontwaakt gij, die slaapt en staat op uit de doden". Dat is een tekst, waardoor Gods kind zich gedurig mag laten gezeggen.

Hij merkt wat zijn jongste zoon hem gedaan heeft. Gelooft ge niet, dat, al was het een ondeelbaar ogenblik, een vlijmende smart hem door het hart gegaan is? Zeker, Noachs val gaf Cham, verschafte Kanaan geen vrijbrief voor hun schaamteloze gedraging. Maar Chams overtreding, Kanaans mogelijke onheilige nieuwsgierigheid, betekenden ook voor Noach niet, dat hij zich rustig over alles kon heenzetten. Hij had de aanleiding gegeven. Daarvoor werd hij in het gericht betrokken.

We lezen wel eens van kort geding of van kort recht. Gods volk wordt meermalen door de Heere in een kort recht betrokken. Dan wordt er haastig een vonnis geveld. Het laat zich denken, wanneer we deze geschiedenis lezen, dat we verontwaardigd opstuiven en zeggen; Wat een schijnheilige Noach! Nauwelijks de roes uit, of daar vloekt hij zijn kind met de schrikkelijkste vloek: Laat hij naar zichzelf zien, die Noach. Zulke beschuldigingen zijn al wat vaak Gods kinderen naar het hoofd geslingerd.

Nu, wanneer het een huichelaar betreft, is dit verwijt volkomen verdiend. Want het moet eerlijkheidshalve en ter beschaming gezegd worden, dat er heel wat kaf tussen het koren voorkomt en dat er heel wat wereld-en zondevervloekers zijn, die nog nooit zichzelf verdoemden. Zij doen aan de zaak van Gods Koninkrijk onnoemelijk veel schade en het zal voor deze lieden zwaar zijn om zich in de dag der dagen te verantwoorden. Want hun oordeel zal niet mals zijn. Zij brengen de vreze des Heeren verschrikkelijk in discrediet. De goeden moeten ook in deze, bij de wereld althans, met de kwaden lijden. Want Gods volk krijgt meermalen de slagen, die op het hoofd van de geveinsde moesten neerdalen. Huichelarij is een voordelige zaak voor de vorst der duisternis. Het mes snijdt voor de hel van twee kanten. Want allereerst zijn deze rampzalige hypocrieten zelf driedubbele kinderen van het verderf, en bovendien worden door hun handelwijze duizenden afkerig gemaakt van de Heere en Zijn dienst.

Hoe durft Noach? Wel, dit oordeel is "'•erst door zijn ziel heengevaren. Dacht u niet, dat hij eerst zijn eigen doodvonnis moest ondertekenen? Dacht u niet, dat hij moest uitroepen: , , Ik ben Uw gram­ schap dubbel waardig"? Ook doorleefde hij, dat er Eén was, Eén uit dui2M; nd, een Gezant, een Uitlegger, Die voor hem intrad: „Ik heb verzoening gevonden, doe deze niet in het verderf nederdalen". Doch daarover later. Wij wülen u heilig, heilbegerig nieuwsgierig houden.

Dit zwaard van de vervloeking van zijn lieve kleinkind, zijn jongste kleinkind mogelijk, is eerst door zijn eigen ziel gegaan. Gods kinderen worden nog al eens in hun lievelingskinderen getroffen.

Izak moest Ezau vloeken. Jacob werd getroffen in Jozef, David in Absalom, en Eli in Hofni en Pinehas, die hij nimmer zuur had aangezien. Wie weet, beminde Noach zijn jongste zoon bijzonder teer. Als we alleen ons oor te luisteren leggen bij de poorten van Mahanaïm en we horen David wenen in de opperzaal boven de poort, al heen en weer gaande roept hij uit en de klanken worden beurtelings zwakker en sterker, als zeer droef klagende orgeltonen: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware! Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

Te moeten vloeken, dat is voor Noach een zware straf geweest, zoals David wenende in de opperzaal van Mahana'ims por-+gebeuw de droeve oogst binnenhaalt van zijn zonde met Bathseba.

Rotterdam

Ds H, G. ABMA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954

De Banier | 8 Pagina's

Vloek en zegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken