Bekijk het origineel

De Provinciale Staten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Provinciale Staten

8 minuten leestijd

IV.

Het is uit onze vorige artikelen over de Provinciale Staten reeds gebleken, dat de Staten der Provinciën nog een belangrijk college zijn, en dat het volstrekt niet van betekenis ontbloot is hoe zij zijn samengesteld.

Deze Staten toch hebben over tal van zaken zelf, zonder tussenkomst van anderen of enig ander college te beslissen Om er maar enkele te noemen: de waterschappen, de indijking der polders en de aanleg en het onderhoud van provinciale wegen, en voorts de regelingen, welke getroffen moeten worden bij het exploiteren van een openbaar middel van vervoer, zoals een provinciale boot, tram, autobusdienst en veerdienst. Verder berust bij hen de beshssing over de voorwaarden, die gesteld worden bij het verlenen van steun aan een semi-overheidsbedrijf of particulier bedrijf van tevoren genoemde strekking; alsook hebben zij de beslissing in handen ten aanzien van de voorwaarden, waaronder subsidies gegeven worden, en zelfs of zij al dan niet toegekend zullen worden.

Blijkt reeds uit de genoemde aangelegenheden de belangrijkheid der Staten, zij blijkt niet minder daaruit, dat door de Staten de provinciale ambtenaren en beambten worden benoemd, hun tractementen en lonen worden vastgesteld en hun arbeidstijd en de voorwaarden, waaronder zij hun dienstwerk hebben te verrichten, worden bepaald, waarbij vooral niet vergeten mag worden, dat het de staten zijn, die tenslotte de provinciale begroting hebben goed te keuren, de provinciale financiën en belastingen hebben vast te stellen en him sanctie er aan hebben te verlenen, wanneer er provinciale leningen worden uitgegeven.

Zo hebben wij dan enkele van de werkzaamheden van de Provinciale Staten weergegeven, doch niet alle; maar die wij weergegeven hebben, zijn genoeg om onze lezers te overtuigen, dat deze Staten nog belangrijk genoeg zijn, en dat het allerminst om het even is uit welke leden deze zijn samengesteld en naar welke beginselen daarin gehandeld wordt.

Wanneer wij hier over beginselen spreken, moge dit vreemd in menig oor khnken, daar velen in de waan verkeren, dat deze in de Provinciale Staten in het geheel niet of nagenoeg niet in aanmerking komen. Doch de werkelijkheid is, dat zij in deze Staten zelfs het voornaamste woord spreken, even goed als zij dat in de Tweede Kamer en de Gemeenteraad doen.

Dit komt wel heel overtuigend uit bij de Algemene Beschouwingen, welke ook daarin gehouden worden. En daarin niet alleen, maar evenzeer in andere zaken. Denkt bijvoorbeeld, om iets te noemen, maar aan zulk een belangrijk onderwerp als de heihging van en de rust op des Heeren dag is. En dit onderwerp komt bij herhaling in de Provinciale Staten ter sprake.

Komt dit nu ter sprake, dan kunt gij keer op keer waarnemen, dat de rooms-katholieke, communistische en liberale leden, en ook die van de Partij van de Arbeid, van een wezenlijke heiliging van en rust op Gods dag niets moeten hebben; ja, dan laten zelfs de Christelijk-Historischen en de Anti-Revolutionnaire Jeden die van de S.G.P. alleen staan. En dit op zulk een belangrijk punt als toch de heiliging van en de rust op des Heeren dag is. Hoe werkt dit er hard aan mede, dat ons volk steeds driester en driester Gods dag gaat ontheiligen; dat ons nog al zwaarder oordelen te wachten staan dan die, welke ons reeds getroffen hebben.

De Heere laat een volk toch niet ongestraft zondigen. Hij is immers altijd geweest en nog een grimmig Wreker van het kwaad. Hij straft nationale zonden met nationale straffen. De twee wereldoorlogen, die wij beleefd hebben, leveren ons daar het bewijs van. Heel onze tijd, waarin het ene wee niet weg is of het andere is alweer gekomen, kan ons dit leren. Doch daar is geen opmerken. Vrij algemeen leeft men in de waan, dat het een volk wel goed kan gaan, al schendt het Gods dag op het schrikkelijkst, zoals men dat ten onzent heden ten dage kan zien. Leefde men niet vrij algemeen in deze overtuiging, dan zouden de regeringen van het Rijk en van de Provinciën, en de leden van het Parlement en van de Staten gans anders optreden dan 2dj nu doen. Doch de zonde wordt veelal geacht geen zonde te zijn.

Deswege gedragen de regeringen en zo vele leden van Parlement en Staten zich zo allerjammerlijkst op het stuk van de eerbiediging van Gods dag, dat zij de S.G.P.-ers alleen laten staan als zij daarvoor het pleit voeren.

En dit beschouwe men toch niet als een luttele zaak. Het is toch de eis van Gods wet, dat zowel hoog als laag, overheid als onderdaan. Zijn dag zal eerbiedigen. Gode de Heere vloekt hen, die het niet doen. Hij verkondigt Zijn oordeel aan volk en overheid, die Zijn dag schenden. Is het dan, daarop lettend, niet van het allergrootste gewicht voor het welzijn van ons volk, dat Gods dag geëerbiedigd wordt?

Doch instede dat zulks gedaan wordt, kunt gij ook waarnemen, hoe ans volk in de zonde gestijfd wordt, als daar ook door de Staten subsidies aan voor ons volk zo schadelijke zaken gegeven worden — zoals zij ter bevordering van zogenaamde culturele doeleinden van rijkswege zelfs aan de danskunst gegeven zijn. En wie zijn het, die alleen tegen deze verderfelijke subsidies opkomen? Helaas alleen de Staatkundig Gereformeerden. Gelijk ook zij het zijn, die hun stem verheffen tegen subsidies ter bevordering van sport en spel, waarbij zovele hectaren onttrokken worden aan land-en tuinbouw, terwijl zo vele boeren en tuinders geen grond kunnen bekomen voor het vestigen van een bedrijf, trots al hun moeite, welke zij daarvoor aanwenden.

Is het niet allerdroevigst, dat door het beleid, dat ook in de Staten bedreven wordt, ons volk hoe langer hoe verder gedreven wordt in zondige wegen? Het is toch zo waar, gelijk de Heihge Schrift ons leert: zo de koning, zo het volk.

Doet het niet de zwaarste godsgerichten verwachten aldaar, waar er alles door kan, zonde geen zonde meer is, dat men Gods geboden driestweg schendt? Ja gewis. Waar de zonde is, daar is God toch niet. En zo zeer naar waarheid hebben de ouden gezegd, dat geen ding de bron van de volkswelvaart zo toestopt als de zonde.

Ziet gij dan het beleid der overheid in Rijk en Provinciën en hoe zulks door verreweg het overgrote deel der afgevaardigden van de onderscheidene partijen gesteund wordt, waarbij Gods wet geschonden en Zijn dag niet geëerbiedigd wordt, Zijn Woord en wet niet het richtsnoer zijn, waarnaar gehandeld wordt, en nog, ondanks de grote staatsschuld en de enorme belastingen en lasten zelfs tal van subsidies verleend worden, is er dan niet alle reden voor u om als kiezer bij de aanstaande verkiezingen voor de Provinciale Staten uw stem uit te brengen op één der candidaten van de S.G.P.?

Niet omdat de S.G.P.-er van zichzelf een uitnemender persoon is dan enig ander mens; neen, hij is evengoed als een iegelijk ander in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren, en heeft ook een waarachtige bekering des harten van node, en ook niet omdat de S.G.P.-er niet mede schuldig zou staan aan het grote verval onzer dagen; maar om des beginsels wil.

De S.G.P. toch heeft een program, dat in alle delen op Gods Woord gegrond is. zij roept ons volk, overheid en onderdaan, terug tot Gods Woord en wet.

Haar vertegenwoordigers, ook in de Staten, wekken daartoe op. Zij betonen, wanneer zij daarin alleen staan en daarin vaak een zeer moeilijke positie innemen, dat het hun daarmede volle ernst is. Hoe zeer hebben zij van node, dat zij daarin gesteund en gedragen worden door het gebed dergenen, die de Geest der genade en der gebeden ontvangen hebben.

Kiezers, wilt gij, dat hun stem ook in de Staten der provinciën gehoord blijft, brengt dan uw stem bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten op nummer één van de lijst van de S.G.P. in uw provincie uit.

Kiezers, zo vragen wij nogmaals, wat wilt gij?

Toch niet dat Rome nog al machtiger in ons land zal worden? Vergeet niet, dat onze vaderen eenmaal tachtig jaren gevochten hebben om zich van haar macht en inquisitie te bevrijden.

Toch niet dat de machten van de revolutie nog meer versterkt zullen worden? Is dat het geval, dan zal het bedrijfsleven nog meer geknecht worden, de ambtenarij en de bureaucratie zullen nog meer uitgebreid worden en het reeds zo dure leven nog duurder worden. Daarom uw stem dan ook niet uitgebracht op een man van de Partij van de Arbeid, noch op die der communisten.

Toch ook niet zult gij uw stem uitbrengen op een liberaal, dewijl deze met Gods Woord en wet in het bestuur van land en provincie generlei rekening houdt; en toch ook niet op een candidaat van het verwaterde Christendom, dat met Rome onder één deken slaapt en Rome en de socialisten in hun invloed en macht, door er mede samen te werken, versterkt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954

De Banier | 8 Pagina's

De Provinciale Staten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken