Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit het eigen land

7 minuten leestijd

Degenen, die voorspeld hebben, dat na de souvereiniteitsoverdracht de verstandhouding tussen Nederland en Indonesië 'beter zou worden dan zij ooit tevoren was, blijken broodetende profeten, of, •wil men het anders uitdrukken, valse profeten te zijn. Deze verstandhouding geeft toch alleszins aanleiding tot verontrusting en heeft heel veel weg van een soort van koude oorlog.

Kort geleden heeft onze regering tot twee malen toe geprotesteerd tegen zeer ernstige mishandelingen, waaraan Nederlandse arrestanten in Indonesië hebben bloot gestaan. De Indonesische regering heeft deze protesten vrijwel naar de prullemand verwezen, waar zij verklaarde, dat de met name genoemde mishandelingen op fantasie berusten.

Wijst dit reeds op een slechte verstandhouding, in niet mindere mate is hetgeen de Indonesische regering ten aanzien van Nieuw-Guinea in het schild voert.

Stafofficieren van het Indonesische leger zijn toch naar Ambon vertrokken, waar zij besprekingen zullen voeren met het commando van het 25ste Indonesische regiment infanterie, waarvan 43 man een landing op Nieuw-Guinea hebben uitgevoerd.

Er is in Indonesië een bataljon gevormd, dat men daar met de schoon klinkende, maar valse benaming van het „bevrijdingsbataljon" heeft betiteld. Dit bataljon 'beschikt over enkele honderden goed geoefende Papoea-(Nieuw-Guinese) soldaten, die kort vóór de souvereiniteitsoverdracht door Indonesische agenten zijn bewerkt en daarna met prauwen van Nieuw-Guinea naar Indonesië zijn overgebracht.

Door manschappen van dit bataljon is nu dezer dagen een infiltratiepoging in de Etnabaai, deze keer van het zuiden van Dobe op de Aioe-eilanden uit, ondernomen. Dat de infiltratiepoging ditmaal van daar uit heeft plaats gevonden, laat zich verklaren door de Zuidelijke winden, die op het ogenblik in de archipel waaien, waardoor het voor de prauwen van het 25ste regiment infanterie slechts een kwestie van anderhalve dag was om Nieuw-Guinea te bereiken.

Deze infiltratiepoging staat niet op zichzelf. Reeds in 1950, 1952 en 1953 landden kleine afdelingen Indonesische militairen op eilandjes voor de kust van Nieuw-Guinea, met opdracht om contact te zoeken met de ongeveer zesduizend Indonesische arbeiders, die in Barouai bij de Nederlandse Nieuw-Guinese Petroleummaatschappij werkzaam zijn, van wie er inmiddels velen naar Indonesië zijn vertrokken.

Het is gebleken, dat ook ditmaal het commando van het infiltratieleger, dat in de Etnabaai landde, opdracht had om contact te zoeken met de arbeiders, die bij de genoemde petroleummaatschappij werken.

Tevens is uit gevonden documenten gebleken, dat de infiltraties zullen worden uitgevoerd naar het oude model, dat ook in Indonesië aan Soekamo en de zijnen gediend heeft, namelijk om intimidatie op de bevolking uit te oefenen, roof en moord te plegen en de Papoeabevolking tegen het Nederlandse bestuur op te zetten.

Om deze methode nu in de toekomst met succes te kunnen uitvoeren, zijn de Indonesische stafofficieren naar Ambon vertrokken, zodat straks nog meer infiltraties, en dat op steeds uitgebreider schaal, te wachten staan.

Het heeft heel wat te zeggen, dat Ambon juist door de Indonesische regering is uitgekozen om als een soort van springplank naar Nieuw-Guinea te dienen.

Ambon toch is mede met de hulp van Nederlandse strijdkrachten door de autoriteiten van Indonesië ten onder gebracht. Het was het centrum van de repubhek der Zuid-Molukken, welker zelfstandigheid door de bepahngen van de Haagse Ronde-Tafelovereenkomst gewaarborgd was. Desniettemin werd heel kort na de souvereiniteitsoverdracht de republiek Zuid-Molukken door de republiek Indonesië overweldigd.

Instede van toen voor de nakoming van de Haagse Ronde-Tafelovereenkomst op te komen en voor het recht van Ambon in de bres te gaan staan, heeft de Nederlandse regering de zo ergerlijke schending van de te Den Haag gesloten overeenkomst niet alleen maar blauw blauw gelaten, maar heeft zij er zeUs - jammerlijk genoeg - danig aan medegewerkt om het Nederland zo getrouwe Ambonese volk aan de heerschappij van de Indonesische republiek over te leveren. Heeft de Nederlandse regering zulks gedaan om met de Indonesische regering goede maatjes te worden - gelijk zij zo veel gedaan heeft om de vriendschap van de Indonesische regering te kopen - dan heeft deze poging wel danig gefaald, zoals de uitslag ons thans op de allerduidelijkste wijze te aanschouwen geeft. De onderdanige houding, welke de Nederlandse regering, onder goedkeuring van haar medestanders in het parlement, zo vaak tegenover Soekamo en de zijnen heeft aangenomen, noch de bewezen diensten, noch de betoonde overmatige vriendelijkheid, hebben hem ook maar enigermate welwillend tegen Nederland kunnen stemmen. Integendeel. Uit alles blijkt, dat de mede van hogerhand in Indonesië gekweekte vijandschap tegen ons land daar ook na de souvereiniteitsoverdracht even zeer heerst als voordien. Daarbij is het wel heel typerend, dat nu juist Ambon het is, van waaruit de aanvallen op Nieuw-Guinea gericht worden. Zo straft in zekere zin het bedreven kwaad zichzelf.

Wat die aanvallen en infiltratiepogingen aangaat, die kunnen in de toekomst tot allerlei onverkwikkelijke incidenten aanleiding geven. Zij zijn zo gemakkehjk nog niet te keren, daar Nieuw-Guinea een lange kustlijn heeft. Daarenboven kan men er op rekenen, dat die Indonesische regering er alles op zal zetten om de souvereiniteit over Nieuw-Guinea te verkrijgen. Zij heeft daartoe een beroep gedaan op de Organisatie der Verenigde Naties. En daarbij zal zij het waarlijk niet laten.

Bij deze aangelegenheid vallen twee merkwaardige verklaringen van Indonesische zijde te vermelden.

De militaire commandant van Oost-Indonesië, Warrouw, heeft met klem de^ berichten tegengesproken, dat een gewapende Indonesische troep met prauwen in Nieuw-Guinea is geland. Hij veroordeelde daarbij de „provocaties", gelegen in de voorstelling, dat deze gewapende troep uit Indonesië afkomstig is en dat zij deel uitmaakt van het 25e regiment, dat onder zijn bevel staat. Een duidelijke tendenz is volgens deze kolonel aanwezig in deze berichten, om de poging van Indonesië, die gericht is op een vreedzame oplossing van de kwestie Nieuw-Guinea door middel van de Verenigde Naties, te saboteren.

Het is niet alleen kolonel Warrouw, (lie zijn mening over de infiltraties op Nieuw-Guinea te kennen heeft gegeven, oo!; Sudjarwo, de permanente vertegenwooidiger bij de Organisatie der Verenigde Naties heeft zulks gedaan. Hij gaf de hier volgende merkwaardige mening ten beste.

„Daar Nieuw-Guinea volgens Indonesische opvattingen tot het rechtsgebied vaa Indonesië behoort, betekent het feit, dat een Indonesiër naar Nieuw-Guinea gaat, dat hij zich begeeft naar een ander deel van het Indonesisch grondgebied. Het gebruik van het woord „infiltratie" voor een eventuele landing van Indonesiërs qp de kust van Nieuw-Guinea is dus op zijn minst een eenzijdige interpretatie van een dergelijk feit, gesteld dat het zou plaats gevonden hebben".

„Verder kan ik zegen, dat de Nederlandse marine, die volgens haar zeggen Nieuw-Guinea beschermt, een inbreuk maakt op de souvereiniteit van Indonesië in de Indonesische wateren".

Volgens later biimengekomen berichten moet er in het dusgenaamde bataljon, het „bevrijdtngsbataljon", onder de Papoea's, die daartoe behoren, verzet gerezen zijn tegen de infiltratiepoging op Nieuw-Guinea. Een groep van circa 30 Papoea's is er in geslaagd om uit het militaire kampement te ontvluchten, terwijl 18 anderen hunner door de Indonesische militaire politie zijn gearresteerd en onder zware bewaking zijn overgebracht naar een miHtaire strafgevangenis. Daarbij wordt tevens vermeld, dat dit verzet van de Papoea's zijn oorzaak vond in de opdracht, welk© hun gegeven werd, namehjk om na de landing op de kust van Nieuw-Guinea over te gaan tot brandstichting, roof en moord, en op te treden tegen de posten van het Nederlandse bestuur. Dit bataljon moest door zijn landing op Nieuw-Guinea dienst doen om aan de vooravond van de bespreking van de kwestie Nieuw-Guinea in de Organisatie der Verenigde Naties de Indonesische delegatie ruggesterm te geven vooi de jongste verklaring, dat op vele plaatsen in Nederlands Nieuw-Guinea de Papoea-bevolking in verzet komt tegen het Nederlandse bestuur.

Met het doel om de infiltraties voort te zetten, is nu op het vliegveld Latra bij Ambon een aanvang gemaakt met de opleiding van Indonesische strijdkrachten, om hen in de infiltratietaktiek te oefenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken