Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

cccv.

In de driehonderdste brief is geschreven, dat het niet gemakkelijk is voor de hoofdredacteur om „De Banier" telkens gevuld te krijgen, omdat ook de één wat anders wü dan de ander.

Ook is melding gemaakt van de verantwoordelijkheid, want als het eenmaal op papier staat, dan is het aan de openbaarheid en critiek blootgesteld en dient dus alles wel gegrond te zijn.

Nu, ook daarvan ondervindt uw briefschrijver reeds iets.

Dezer dagen is door hem een brief ontvangen over die vermelde brief, en daarin wordt hem niet minder verweten dan dat het door hem gemelde om elk wat te geven, „elck wat wils", niets anders is dan revolutionnair.

Zie, daar kan hij het wel mee doen. Laat hij maar ophouden met schrijven, want een revolutionnaire brief behoort zeker niet in „De Banier".

Nu weet ik niet of de schrijver meent, dat zij, die meer op ander terrein, voornamelijk op godsdienstig terrein, voorlichting willen, het revolutionnaire zoeken. „Elck wat wils" is nog iets anders dan elk laten regeren.

Ziet de schrijver misschien de noodzaak om voor allen eenzelfde kleding voor te schrijven? Ook daarin is verscheidenheid. Ook daarin „Elck wat wils".

Revolutionnair? Dan eenheidskleding, eenheidsvoeding, alles gelijk!

Nog erger is echter, dat in „De Banier" aankondigingen van predikbeurten voorkomen van allerlei groeperingen, die overeenkomstig de artt. 28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis de naam „kerk" niet eens mogen dragen.

die moeten ge­ Dus, hoofdredacteur, weerd worden!

Verder worden er boeken van recensies voorzien en tijdredes aangekondigd

U ziet, er is niet veel over wat goed is, Dat neemt maar ruimte weg voor de zo broodnodige voorlichting op pohtiek gebied.

Voor die voorHchting moeten dan nog andere mensen gezocht worden, want de tegenwoordigen hebben daarvoor geen tijd.

Nu, het is niet weinig hoor, wat nu ge. vraagd wordt.

Verder wordt mijn mening gevraagd, en nog wel in het openbaar in „De Banier". De nood zou zijn opgelegd, en velen zouden in die nood leven.

Nu gelooft uw briefschrijver, dat het nog wel meevallen kan.

Onze vaderen hebben ook in hun preken, voomamehjk op de bededagen, het volk voorlichting gegeven over de poli. tieke vraagstukken. Dus daardoor is niet iedere tijdrede te veroordelen.

Ieder is verpUcht zich bij de ware kerlt te voegen. Dat staat in artikel 27 van de Nederlandse GeloofsbeHjdenis.

De valse kerk wordt in artikel 29 getekend. Liever neem ik die leidraad dan het gevoelen van een persoon. Er zijn personen, die menen, dat zij zo fijn kunnen onderscheiden, dat alleen het hunne goed is.

Wat het aantrekken van personen of een persoon betreft, die dan „De Banier" wel eens vullen zal met voorlichting, leert de praktijk wel, dat veel voorzichtigheid nodig is.

Een eenvoudig volk moet worden geleid. Om dat volk te leiden, moet gekend worden waaruit dat volk leeft. Niet de enkele blote wetenschappelijke beschouwing, al mag die dan ook nog niet onjuist zijn, zal ingang vinden. Och, er is een volk, dat gauw aanvoelt of het wetenschap of beleving is, of de zaken uit het hart of uit het hoofd komen.

Er zijn personen, die menen, dat zij wel de gave hebben om dat werk te doen. Welnu, hef is ook uw briefschrijver bekend, dat de hoofdredactein: niet ongenegen is wat goeds op te nemen. Maar, dan moeten wij wel de nadruk leggen op „wat goeds". Het komt wel voor, dat verhandelingen worden aangeboden, die niet dat stempel kunnen krijgen en diensvolgsns niet kunnen worden opgenomen. De beste stuurlui staan ook hier menigmaal aan de wal. Dan is het gemakkelijk het scheepje te sturen. Midden in de branding is de zaak wel wat anders. Is er dan geen voorlichting nodig? Zee: zeker. Ook dat heeft uw briefschrijver wel vermeld. Lees no. 304 maar.

Maar men moet nooit opdringen. Is er lust tot onderzoek? Och, dan geeft „De Banier" ook wel wat. Niet alles tegelijk, dat kan ook niet. Maar kan iemand dat alles ineens opnemen? En al zijn er personen, die inderdaad wel meer tegelijk kunnen verwerken, anderen hebben die gave niet, en die hebben al genoeg aan een beetjê-tegelijk.

Dan maar weer „Elck wat wils"? Och, in een gemeenschap zal de één zich toch moeten richten naar de ander, daarin kan niet ieder zijn zin hebben. Niet ieder heeft dezelfde gave en hetzelfde aanvoelen.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken