Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

9 minuten leestijd

Hoe vliegt ons leven daar toch henen! Wij zijn alweder de dag genaderd, waarop de geboorte van Christus herdacht wordt. Nog maar een paar dagen en dan staat naar de gewone gang van zaken herdacht te worden, dat de eeuwige en eniggeboren Zoon Gods in die eeuvdg gedenkwaardige nacht te Bethlehem-Efratha de menselijke natuur aannam.

Daarbij wordt gemeenlijk de zang der engelen: , , Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen!" vermeld.

Hierbij wordt maar al te zeer het eerste gedeelte: „Ere zij God in de hoogste hemelen!" klakkeloos, meermalen zelfs opzettehjk onbesproken gelaten; het wonder, dat in het laatste gedeelte: „In de mensen een welbehagen", gelegen is, • wordt niet onderkend, maar het accent gelegd op het gedeelte: „En vrede op aarde". Dit wordt dan uitgebuit voor propaganda voor een algemene wereldvrede; daarbij wordt dan in revolutionnaire en andere kringen smadelijk gezegd, dat het Christendom op een mislukking is uitgelopen, waar na verloop van zo vele eeuwen er nog geen vrede op aarde is.

Deze uitlegging is er wel geheel naast, geeft er blijk van, dat men de engelenzang in het geheel niet verstaat.

De engelen kondigden het aan, dat ter ere van God, met verheerlijking van al Diens deugden, door het geboren Kindeke vrede op aarde zou zijn. En deze is er, want er is vrede door het bloed des krüises; een vrede, welke alle verstand te boven gaat, welke de harten en zinnen in Christus Jezus bewaart; een vrede, welke meermalen door degenen, die hem deelachtig geworden waren, temidden van de vlammen op de brandstapels en bij het opheffen van het zwaard door de scherprechter op de schavotten is genoten. Doch deze vrede is en was er alleen uitgaande van Christus en door Zijn Geest gewrocht. Vandaar dat Christus getuigt: „Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden".

Doch naar deze vrede zoekt de mens van nature niet. Hij kent hem niet en stelt op hem zelfs niet de minste prijs. Wat hij echter wel zoekt, is, dat hij op aarde een bestaan mag leiden, waarop hij naar de uitspraken van zijn hart kan leven, zonder daarin door het geweld van de oorlog of de bedreiging van een oorlog gestoord te worden. En dit buiten Christus om. Zodoende versmaadt hij de ware vrede en wel de hoogste vrede, namelijk die met God. Zonder die zal hij echter nooit de vrede deelachtig worden en zal de aarde een oord van onzalige onrust voor hem blijven.

Het is toch wis en zeker, dat zonder God en met versmading van de vrede, die er in Christus Jezus, de Heere, is, er nooit vrede op aarde gevonden zal worden, trots al de pogingen, welke men daartoe aanwendt. En wat zijn er in de loop der eeuwen daartoe al een pogingen aangewend; wat heeft men zich om zulk een vrede tot stand te brengen ook al niet in onze tijd beijverd. Conferentie na conferentie is daartoe belegd, waarbij het op de ene mislukking na de andere is uitgelopen. Bovendien, wat wordt er in onze tijd al een propaganda gevoerd voor de vrede. Millioenen guldens worden er voor uitgegeven om tot de totstandkoming van de vrede te komen. On­ telbare redevoeringen worden voor dat doel gehouden, milUoenen woorden er voor gewisseld, alleen reeds worden er door de „Voice of America" zeventig millioen woorden per jaar voor de vrede de lucht ingestuurd. En nog laat de vrede op zich wachten en nog bestaan er hevige spanningen onder de volken, die, in weerwü van al het - mensehjke ijveren voor de vrede, niet afnemen.

Dit blijkt wel uit de nota, welke de Russische regering aan die van Frankrijk dezer dagen verzonden heeft. Daarin wordt een bepaald dreigende toon aangeslagen. Frankrijk wordt daarin niets meer of minder aangezegd dan dat de Sovjet-Unie het in 1944 met Frankrijk gesloten verdrag zal opzeggen, als de Londense en Parijse overeenkomsten door het Franse parlement worden aanvaard.

In de nota wordt verklaard, dat de regering van de Sovjet-Unie het noodzakelijk acht de aandacht der Franse regering te vestigen op het feit, dat de handelingen der Franse regering, zoals zij tot uiting komen in de overeenkomsten van Londen en Parijs, volslagen in tegenstelling zijn met de verplichtingen, welke Frankrijk, in het kader van het Frans-Russisch verdrag van 1944, op zich heeft genomen. En voorts wordt daarin gezegd: De Russische regering moet met leedwezen vaststellen, dat Frankrijk weigert deel te nemen aan de organisatie van een gemeenschappelijke veiligheid voor de Europese staten en aan de oplossing van hieruit voortvloeiende dringende vraagstukken, en dat door het verwerpen van de voorstellen der Russische regering en van haar vriendschappelijke waarschuwingen de Franse regering getoond heeft geen rekening te willen houden met haar verplichtingen overeenkomstig 't Frans-Russische verdrag; hetgeen ook geldt ten opzichte van het Russische streven om de vrede te versterken en een gemeenschappelijk veüigheidsstelsel voor de Europese landen te ontwerpen. Hierbij merkt de Russische nota tenslotte op, dat de huidige Franse politiek lijnrecht ingaat tegen die van de Sovjet-Unie en van de andere vreedzame Europese landen.

Dat de Russische nota, al is zij in scherpe, dreigende bewoordingen gesteld, welke dezer dagen aan de Franse regering verzonden is vóór dat de behandeling der Londense en Parijse overeenkomsten door de Franse Nationale Vergadering begint, het door de Russische regering gewenste resultaat zal hebben, wordt algemeen betwijfeld. Zelfs in Frankrijk bekommert men zich weinig om die nota, waarin een pressie op de Fransen wordt uitgeoefend, voornamelijk om de herbewapening van West-Duitsland te beletten. In de Franse pers wordt opgemerkt, dat, indien Frankrijk de overeenkomst van 1944 schendt, de Russische regering haar daarin is voorgegaan door Oost-Duitsland te bewapenen en door dit land zowel politiek als militair onder haar beheer te brengen.

Voorts wordt daarin verklaard, dat Rusland zich bovendien niet om het verdrag van 1944 bekommerd heeft, zelfs in flagrante strijd daarmede gehandeld heeft, toen het tegen de bepalingen van dit verdrag in aan de communistische strijdmacht in Indo-China allerlei oorlogsmateriaal, onder meer zogenaamde Molotof-wagens, leverde. Verder wordt in de Franse pers betoogd, dat door de Russische regering een reeks van handelingen verricht is, welke tegen de geest van het verdrag van 1944 indruisten, waarvan de staatsgreep in Tsjecho-Slowakije het begin was.

Vrij algemeen is men het in de Franse pers daar over eens, dat de Russische nota voor Frankrijk iets kleinerends en vernederends inhoudt, waar zij met dreigementen werkt, en men beschouwt daarin de nota als een poging om de Fransen de schrik ap het hjf te jagen ter ondersteuning van de communistische actie en propaganda, welke beoogt de aanvaarding van de Londense en Parijse besluiten te voorkomen. Men oordeelt in de laatsgenoemde pers, dat het te voorzien was, dat de regering van de Sovjet-Unie na haar campagne tegen het Europese Verdedigingsverdrag alle middelen te baat zou nemen om ook de aanvaarding van de Londense en Parijse besluiten te verhinderen.

Dat echter de Russische nota zulk een indruk op het Franse volk zou maken of gemaakt hebben, dat daardoor de Londense en Parijse overeenkomsten getorpedeerd zullen worden, Avordt door geen enkele Fransman geloofd. Bij een lunch van de buitenlandse persvereniging verklaarde Daniel Mayer, de voorzitter van de Kamercommissie voor buitenlandse zaken, dezer dagen dan ook, dat het onjuist zou zijn de Russische regering te doen denken, dat in Frankrijk een meerderheid tegen de aanneming van de Londense en Parijse overeenkomsten bestaat; niet minder onjuist dan het in October is geweest het Westen te doen denken, dat er een meerderheid vóór de aanneming van het Europese defensieverdrag in Frankrijk bestond.

Toch kan men er wel vrij zeker op aan, dat Mendès-France en zijn regering bij de behandeling van de Londense en Parijse overeenkomsten in de Nationale Vergadering het vuur na aan de schenen zal worden gelegd, want daar zijn nog altijd Fransen, die de herbewapening van West-Duitsland onder geen enkele voorwaarde wensen te aanvaarden. Zo zijn er rechtse afgevaardigden, die zullen trachten bij het debat over de Londens-Parijse overeenkomsten een uitstel van het gehele debat te krijgen, onder het motief, dat de Duitsers niet te goeder trouw handelen inzake de Frans-Duitse Saarovereenkomst. Hierbij komt nog, dat een verklaring van de Westduitse bondskanselier dr Adenauer, dat hij zou trachten nieuwe besprekingen met Mendès-France over de Saarkwestie te openen, vele Franse leden van de Nationale Vergadering gestijfd heeft in hun besluit om de aanvaarding van de Londens-Parijse besluiten afhankelijk te maken van de volledige aanvaarding van de Saarovereenkomst door West-Duitsland.

De Saarkwestie blijkt nog een grote hinderpaal te zijn voor de aanvaarding van de Londens-Parijse besluiten. En dit niet aUeen in Frankrijk, maar ook in West-Duitsland.

De behandeling van deze besluiten is in de eerste lezing in de Westduitse bondsdag besloten. De wetsontwerpen betreffende de goedkeuring er van zijn ter nadere bestudering naar de hierbij betrokken commissies verzonden. De regeringspartijen hebben in het gevoerde debat te kennen gegeven, dat zij hun toestemming zuUen verlenen aan de accoorden aangaande de opheffing van het bezettingsstatuut, het verblijf van uitheemse troepen in West-Duitsland en de toetreding van de Westduitse repubhek tot de West-Europese Unie en het Noord-Atlantische pact. Ten aanzien van de Saarovereenkomst wilden zij hun oordeel opschorten totdat door nadere besprekingen tussen Mendès-France en Adenauer, eventueel door bemiddeling van de Verenigde Staten van Amerika en Engeland, de bezwaren aan Westduitse zijde en de verschillen over de uitlegging van de belangrijkste artikelen zijn opgeheven,

De sociaal-democraten hebben zich hunnerzijds tegen de accoorden uitgesproken. Zij waren van mening, dat de dreiging van de regering van de Sovjet-Unie, dat, indien de Londens-Parijse overeenkomsten aanvaard zullen worden, onderhandelingen over de vereniging van West-en Oost-Duitsland geen zin meer zullen hebben, ernstig moet worden opgevat. Zij bleven en blijven er derhalve op aandringen, dat nog vóór de Londens-Parijse overeenkomsten goedgekeurd zullen worden, er pogingen zullen worden aangewend om door een conferentie van Amerika, Engeland, Frankrijk en de Sovjet-Unie de hereniging van West-en Oost-Duitsland te verwezenlijken. Van die conferentie zal echter wel niets komen, omdat Amerika en Engeland daar niets van willen weten, daar volgens de verklaringen van hun vertegenwoordigers de Sovjet-Unie in de laatste tijd wel wat soepeler en inschikkelijker in haar optreden is geworden, doch dit alleen maar een verandering van taktiek en niet een verandering van standpunt inhoudt.

Trouwens de bondsdag heeft de motie, welke de sociaal-democraten te dezer zake indiende, verworpen, hetgeen ecliter niet betekent dat ten aanzien van het Saarstatuut alle tegenstand bij de overige leden van de bondsdag gebroken is, want een motie betreffende de Saarkwestie werd naar een commissie verwezen, wat inheeft, dat zij nog een brandende kwestie blijft, waarover nadere besprekingen in de bondslag gevoerd zullen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken