Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BUITENLANDS OVERZICHT

9 minuten leestijd

Het jaar 1954 ligt alweder bijna geheel achter ons. De grote vraag mocht voor een ieder onzer wel zijn, of het voor ons het jaar des welbéhagens is geweest, of wi] daarin in een verzoende betrekking met God gekomen zijn of geleefd hebben, of wij daarin iets van de droefheid naar God gekend hebben, welke alleen de ware vreugde en vrede brsngt.

Ach, hoe weinig wordt in onze dagen de zonde als het grootste kwaad gekend en gehaat, en naar God de Heere als het hoogste Goed gevraagd en gezocht. De wereld en haar begeerlijkheden, de aarde en haar goederen, de tijd en zijn zorgvuldigheden, nemen harten en hoofden van zo talloos vele mensen thans geheel en al in beslag. Vergeten wordt maar al te zeer, dat het de mens uiteindeUjk niets dan een jammerlijk verlies, een schrikkelijk verderf zal brengen, al gewint hij zelfs de gehele wereld, en dat hij in de buitenste duisternis nederdaalt. De gedachte daaraan is zelfs bij zo velen in onze donkere dagen geheel zoek. Hoe ontzettend wordt er toch ten onzent naar de wijze der heidenen geleefd, waarbij men zich enkel bezorgd maakt over de vraag: „Wat zullen wij eten? " of: „Wat zullen wij drinken? " of: „Waarmede zullen wij ons kleden? " Het lichaam, de lichamelijke 'behoeften en geneugten maken daarbij slechts de zorgen van de mens uit. Heeft hij op dit punt maar geen zorgen, dat hij zich naar zijn wens kan voeden en Meden en in een door hem begeerde stand kan leven, wordt hij daarbij maar niet gestoord en gekweld door ziekte of ongeval, door oorlog, door oorlogsgevaar of geruchten van oorlog, hij heeft wat zijn hart begeert. Alsdan leeft hij gerust en voldaan, nog al zo veel te geruster als hij gevangen zit in het net van een eigenwIUige godsdienst, waarin de vorst der duisternis hem verstrikt heeft.

Dit alles is nog zo veel te ontzettender, dewijl het leven van een mens zo ras voorbij gaat en de tijd — de uitgang van dit wegstervend jaar predikt het ons ook al — vleugelen heeft. Bovendien is het leven van een mens ieder ogenblik in gevaar, zoals de vele plotselinge sterfgevallen, welke in 1954 hebben plaats gevonden, dit bevestigen.

Alles bijeen genomen, is het zo veel te dwazer en onverantwoordelijker om zo enkel voor het Hchaam te zorgen en 2dch om het heil van de onsterfelijke ziel gans niet te bekommeren.

Doch desniettegenstaande dat dit zo is, kunnen wij waarnemen hoe de overgrote massa der mensen geheel in de zorgen en geneugten van het lichaam opgaat. Het tekent onze jammerlijke tijdgeest zo, dat het lichaam, de tijdelijke behoeften, al de zielsnoden en - behoeften zo geheel op de achtergrond gedrongen hebben, alsook dat daarin alles buiten God en Diens geopenbaarde Woord omgaande van de mens verwacht wordt, met gevolg, dat Die in hemel woont, zal lachen en de Heere hen zal bespotten.

Dit kunnen yfi] in het klein in het particuliere leven van de mens waarnemen, alsook in het groot in dat der volken.

Hoe vele jaren is men nu al bezig om de spanningen onder de volken weg te nemen! De regeringen hebben daarvoor nota op nota uitgezonden, de ene conferentie na de andere belegd, en nog steeds is er ten aanzien van deze spaimingen generlei verbetering aangebracht; ook al niet in weerwil van al de bemoeienissen van de Organisatie der Verenigde Naties en de besprekingen, welke daarin plaats gevonden hebben. De zogenaamde kou­ de oorlog woedt nog maar steeds in hevige mate voort.

Het is hierbij opmerkelijk, dat er eerst een hele wereldoorlog gevoerd is om Duitsland te ontwapenen, en dat de grote mogendheden thans weder bezig zijn om dat land te bewapenen. Het communistische Rusland is daarin voorgegaan. Het heeft Oost-Duitsland in de vorm van een zwaar bewapend politie-leger bewapend, en de Westerse mogendheden zijn thans bezig om West-Duitsland bewapend te krijgen; vooral Amerika en Engeland zetten daartoe aan. Dit brengt grote beroeringen onder de volken. Rusland, daarin gesteimd door het communistische China, poogt met alle mogelijke middelen de herbewapening van West-Duitsland te beletten. Of het daarin za Islagen, kan aan sterke twijfel onderhevig gesteld worden.

Het Italiaanse parlement, waarin de communisten sterk vertegenwoordigd zijn, heeft de Londens-Parijse overeenkomsten waarbij West-Duitsland toegestaan wordt zich te bewapenen en de souvereiniteit wordt toegekend, aanvaard. De regeringspartijen hebben in dit parlement hun stem daarvoor uitgebracht; bepaaldelijk de communisten en de sterk links georiënteerde socialisten hebben er tegen gestemd. Het Engelse parlement heeft de even tevoren genoemde overeenkomsten al aanvaard, terwijl ook niet te verwachten is, dat deze overeenkomsten in de Belgische, Luxemburgse en Nederlandse parlementen op een ernstige tegenstand 2nillen stuiten.

In de Franse Nationale Vergadering wordt er thans over deze overeenkomsten gedebatteerd. Voor zo ver er op dit ogenblik over te oordelen valt, laat het zich aanzien, dat de Franse Nationale Vergadering de overeenkomsten van Londen en Parijs ook zal aannemen, aï schijnen de animo en het enthousiasme daarvoor niet groot te zijn en al dreigen vele, vele afgevaardigden, al zullen zij niet bepaaldelijk tegenstemmen, zich van stemming te zullen onthouden.

De minister-president Mendès-France heeft in een rede van een uur zich daar scherp tegen verzet. Hij verklaarde zelfs, dat een groot aantal onthoudingen van stemmen, ook al werden de overeenkomsten aangenomen, een zeer slechte indruk op de Amerikanen en Engelsen zou maken, en voor hen in zekere zin gelijk zou staan met een verwerping er van.

Ook kwam hij er krachtig tegen op, dat de beshssing over deze overeenkomsten verdaagd en tot latere datum zou worden uitgesteld. Op dit punt boekte hij, mede door zijn krachtig verzet er tegen, een niet onbelangrijk succes. Een motie van een radicale afgevaardigde, waarin verzocht werd de goedkeuring van de overeenkomsten uit te stellen tot de Franse en de Westduitse regeringen overeenstemming hadden bereikt over de uitlegging van het Saarstatuut, werd verworpen met 430 tegen 181 stemmen.

In zijn rede waarschuwde Mendès-France er daarenboven in krachtige bewoordingen voor, dat Frankrijk niet voor de tweede maal zou weigeren West-Duitsland te bewapenen, in welk geval Frankrijk niet meer thuis zou horen in de Noord-Atlantische organisatie, geen enkele politieke invloed meer zou hebben en geen enkele rol zou kuniien spelen bij een poging tot ontspanning.

Ten aanzien van de ontspanning verklaarde hij, dat ook hij, gelijk zo vele anderen, er een grote voorstander van was, dat er met Rusland betreffende de ontspanning onderhandeld zou worden, doch hij was-van gevoelen, dat deze onderhandeling dan eerst plaats moest heb­ ben, als de overeenkomsten waren aangenomen, omdat na de aanneming er van de Westerse mogendheden een veel sterkere positie tegenover de Sovjet-Unie zouden innemen.

En wat de bewapening van West-Duitsland aangaat, zeide Mendès-France, dat de tegenstanders van de overeenkomsten wel moeten bedenken, dat zij deze bewapening toch niet kunnen tegenhouden, want ook bij - de verwerping er van zou de bewapening van West-Duitsland toch doorgang vinden, waarbij hij een beroep op het Franse eergevoel deed, als hij zeide, dat er toch geen sprake van mocht zijn, dat men zou kunnen zeggen, dat de Nationale Vergadering voor Russische dreigementen gezwicht was.

De Saarkwestie betreffende, welke in deze aangelegenheid een gewichtig stuk uitmaakt, bracht hij brieven van de Amerikaanse en Engelse ministers, Dulles en Eden, ter sprake, waarin zij zich bereid verklaarden de naleving van het Frans-Westduitse Saaraccoord te garanderen, en een brief van DuUes, waarin gezegd wordt, dat president Eisenhower bereid is dezelfde belofte voor het handhaven van de Amerikaanse troepen in West-Europa te geven, als hij gedaan had voor het Europese Defensieverdrag. Het verloop van de debatten in de Franse Nationale Vergadering in aanmerking nemende, is men vrij algemeen van oordeel, dat de Londens-Parijse overeenkomsten aanvaard zullen worden door deze vergadering, al wordt wel verwacht, dat er een groot aantal tegenstemmers en ook een aantal onthoudingen van stemmen zal zijn. Evenzeer is men het er vrij algemeen over eens, dat de aanneming, zo die plaats vindt, allerminst van ganser harte geschiedt, maar dat deze overeenkomsten een meerderheid zullen 'krijgen door een berusting in de toestand, oindat deze toch niet te veranderen valt, weshalve de meerderheid nu reeds genoemd wordt een meerderheid van berusting, terwijl er ook velen zijn, die het nog zeer in twijfel trekken of zelfs deze meerdefheid verkregen zal worden.

Bij de aanvaarding van de Londens-Parijse overeenkomsten dient echter vooral niet uit het oog verloren te worden, dat de Saarkwestie nog een geduchte hinder­ paal zal kunnen zijn bij de doorvoering er van, dewdjl er tussen de Westduitse en de Franse regering nog een groot verschil bestaat over de uitlegging van het gesloten accoord.

Aan de commissie van buitenlandse zaken van de Franse Nationale Vergadering heeft Mendès-France laten weten, dat de Franse regering in overleg met en in overeenstemming met de opvattingen van de Saarlandse regering op het standpunt staat, dat het op 23 October van dit jaar ondertekende Saaraccoord definitief is; met andere woorden, dat, indien de Saarlandse bevolking zich volgens dit accoord zal uitspreken vóór europeïsering van het Saargebied, die uitspraak dan definitief is. Men vat dit in de Franse regeringskringen zo op, dat de uitspraak van de Saarlandse bevolking moet gelden als een bindende zaak voor de vredesconferentie, welke ooit wellicht in de toekomst over de eventuele grenzen van een verenigd Duitsland zal beslissen. Deze Franse opvatting houdt niets meer of minder in dan dat het Saargebied voortaan voorgoed van Duitsland gescheiden zal bUjven, indien de Saarlandse bevolking zich straks ten gimste van europeïsering zal uitspreken. Het is te verstaan, dat tegen deze Franse opvatting een sterk verzet in de Westduitse bondsdag is gerezen. Zelfs de bondskanseher dr Adenauer verklaarde zich met de Franse opvatting niet te kunnen verenigen, en tegen het Saaraccoord te zijn, zoals het naar de Franse opvatting wordt uitgelegd.

Nu heeft dr Adenauer een nieuw cmderhoud met Mendès-France aangevraagd. Deze heeft daarin bewólligd, maar bij zijn invdlliging verklaard, dat er in het aooord zelf niet de minste verandering aangebracht mag warden.

Het onderhoud zal dus, indien het plaats vindt, alleen over de uitlegging mogen gaan. Het is niet onwaarschijnlijk, dat dit cmderhoud in tegenwoordigheid van Amerikaanse en Engelse regeringspersonen of vertegenwoordigers van hen zal plaats vinden.

Zo is dan het Saaraccoord opnieuw een twistappel geworden tussen de Duitse en de Franse regering, met gevolg, dat de Londens-Parijse overeenkomsten meer of min op losse schroeven zijn komen te staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

BUITENLANDS OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1954

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken