Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Thomas was niet bij de discipelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Thomas was niet bij de discipelen

9 minuten leestijd

En Thomas, één ixm de twaalve, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam. Johannes 20 : 24

Thomas, de discipel van Jezus, die maar niet geloven kon, dat de Heere Jezus uit het graf verrezen w^as, is wel één van de meest bekenden van Jezus' discipelen. Wij kennen hem ook onder de naam Didymus, waarschijnlijk een Griekse vertaling van de naam Thomas. En deze naam heeft de betekenis van tweelingbroeder. Mijn waarde lezer, wat zal het toch een weldaad zijn, zo wij geestelijk een tweelingbroeder van deze discipel mogen zijn. Want al schimpen velen op de ongelovige Thomas, en al is het juichende Christendom van deze dagen vol van geloof, in plaats van de bestrijding des ongeloofs, vergeet niet, dat Thomas een kind van God was. Thomas was van eeuwigheid gekend; hij was een voorwerp van het eeuvidg welbehagen Gods.

Tliomas was een discipel dos Hecren, die met innige Befde aan de Heere verbonden was. En ook de discipelen, de broeders des geloofs, had hij lief. Maar nu, in de omstandigheden van onze tekst, gevoelde hij zich niet thuis in de kring van de discipelen. Hij was liever alleen. Jezus was weg, gestorven aan het kruis, en daarom was hij tot in het diepst van zijn ziel bedroefd. Twijfel had zich van hem meester gemaakt. Bange twijfel.

Weet gij wat er gaande was met deze discipel? Hij zat in de strikken van het ongeloof. Reeds had hij het vernomen van de andere discipelen, dat de Heere Jezus Zich aan hen had geopenbaard, maar Thomas kon het niet geloven. Hoor hem spreken tot hen: „Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steek in het teken der nagelen, en steek mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven".

Thomas moet zien en tasten eer hij geloven kan. Mogelijk zult gij zeggen: Wat was die Thomas voorzichtig. Zeker, hij was voorzichtig, maar het was ongeloof. Toch mogen wij met grote vrijmoedigheid schrijven, dat deze discipel niet in de staat des ongeloofs was. In de staat des ongeloofs hggen wij allen van nature, in ons verbondshoofd Adam.

Uit die staat worden Gods kinderen verlost en uit die staat des ongeloofs was ook Thomas verlost.

In de levendmaking van de zondaar plant de Heere het geloof in het hart van het voorwei-p Zijner eeuwige liefde. En, wat een zaligheid, dat geloof sterft nimmer. Maar het ongeloof bindt toch de strijd aan in het hart van Gods kind. In de stand van het genadeleven heeft Gods volk veel strijd door de aanvallen van het ongeloof. Gods volk kan het niet altijd geloven. Met Thomas gaan ze veel in het duister. Ze kunnen het maar niet vasthouden; het wordt zo bestreden. Ze kunnen het niet ontkeimen, dat ze wel eens mochten geloven, dat ze op de weg des levens zijn. Dat het voor hen een onmogelijkheid werd om zalig te worden en dat Christus aan hun ziel werd geopenbaard. Ze hebben het toen blijmoedig uitgeroepen: „Ik zal nooit meer twijfelen!" Maar dan ontmoeten wij hen weer zuchtende: „Ik kom als een huichelaar openbaar. Ze kurmen met de anderen niet mee, die daar zo kunnen spreken van heerlijke Godsontmoetingen. Och, bij tijden komt alles in twijfel. Zullen ze alles niet gestolen hebben? Zie hen daar gaan in de eenzaamheid; ze hebben de discipelen verlaten. Een wonderlijk volk! Anderen hebben dan soms zulk een heerlijk Paasfeest gehad, of zulk een heerlijke avondmaalstijd, maar zij zijn als gevangenen.

Sla nog een blik op zulk« bestrcdea rde len. Door Gods genade zijn zij zondaar voor God geworden; ze hebben het door Woord en Geest gezien, dat ze buiten God lagen, dood in zonden en misdaden. En door ontdekkende genade is er plaats gemaakt voor de Heere Jezus. Ze hebben de profetische bediening van de Heere Jezus mogen ervaren, maar hebben toch geen oog voor de priesterlijke bediening van de Heere Jezus. Dan komt met kracht het ongeloof op de ziel aan.... en ze gaan de discipelen verlaten.

Thomas was niet bij de discipelen; zij konden hem toch niet troosten. Zijn hoop was weg. Bedroefd en bestreden zat Thomas daar, moedeloos in de eenzaamheid. Hij had de weg zo anders gedacht. Nooit had hij kunnen denken, dat Christus de dood in zou gaan. Was dat nu Gods weg? Zijn er nog lezers, die daar iets van verstaan? Het Paasfeest is voorbij, en dat het u is als Thomas, en gij in moedeloosheid neder zit. Sommigen van Gods kinderen mogen rijk getuigen van de liefde Gods, maar voor u is het twijfel en ongeloof.

Toch was Thomas niet op zijn plaats; hij hoorde bij de discipelen. Het was ongelovig handelen van Thomas; hij hoorde niet in de eenzaamheid. Ook de discipelen hadden geen licht in het priesterlijke werk van de Heere Jezus. Ze zaten met gesloten deuren om de vreze der Joden, Ach, wat zitten wij vaak met gesloten deuren, wat een vrees voor de vijanden. Maar Jezus kwam en stond in het midden der discipelen en zeide tot hen: „Vrede zij ulieden". De gesloten deuren konden Hem niet tegenhouden.

Weet gij hoe het komt, dat wij zo met gesloten deuren zitten? Dat is onze vijandschap, onze hoogmoed, en wij staan onszelf zo in de weg. De kerk met gesloten deuren, dat brengt een ontzettende 'benauwdheid en strijd. Maar als Jezus in het midden is, dan is er vrede. De discipelen hebben de Heere Jezus gezien en door het geloof omhelsd. Wat heeft Thomas zich toch een schade berokkend door deze moedwilHge onttrekking. Was hij toch gebleven bij de discipelen; dan had hij ook de Heere Jezus gezien.

Treurende kinderen Sions, wat kan de droefheid groot wezen. Hebt gij nooit de lust, soms in het midden van de strijd, om als een kluizenaar te gaan leven? Als gij al dat lasteren hoort en de strijd ziet van broeders, die bij elkander behoren? Wat een oordeel, en dan vanwege de vrees met gesloten deinren. Geeft het satan niet gewonnen, maar voegt u bij de waarheid. Begeeft u toch onder het Woord Gods en zoekt toch Gods kinderen op. Zeker, Jacob is dun, maar de Heere heeft nog een overblijfsel.

Thomas moest eerst weer naar de kerk vóór Hij Christus ontmoette. Acht dagen heeft Thomas het volgehouden. Lezer, hoe lang hebt gij het reeds volgehouden? Thomas was niet verlost van zijn ongeloof, maar hij had zich in de weg der middelen weer bij de discipelen geplaatst. En wat zal het een blijdschap voor de discipelen zijn geweest, toen de Heere Jezus weet in hun midden was.

Christus in het midden; is dat ook zo, bij ons? Het woord van Jezus kwam tot Thomas: „Wees niet ongelovig, maar gelovig". Was dat een bestraffing van het ongeloof? Zeker, Thomas kwam er schuldig uit. Maar, o wonder, de Heere had ook tot Thomas gesproken; „Vrede zij uHeden".

Wat een heerHjk woord. Vrede van eeuwigheid voor Zijn volk! En die vredegroet ging vóór de bestraffing. De Heere had voor hem gebeden. Het was gegrond op de eeuwige liefde, dat de Heere Jezus hem opzocht en de Alwetende betoonde te zijn, daar Hij zeide: „Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde.".

De Heere wilde Thomas brengen tot de volle erkenning en de bevestiging des geloofs. Thomas ging jubelen: „Mijn Heere en mijn God!" Zalige bediening! Hoe klaar mocht Thomas uitkomen in het mijnen des geloofs. De heerlijke wetenschap van deel te hebben aan Christus is aUeen vrije genade. Hoe velen moeten het mis­ sen, die toch geen vreemdelingen van de genade zijn. Ach, velen mijnen wel, maar zij hebben niet de ware grond. Het is gegrond op gemoedstoestanden, op dromen en gezichten. Thomas mocht het doen op de ware grond.

Toch kreeg Thomas nog een les. Jezus sprak tot hem: „Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zahg zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben". Groot was de weldaad voor Thomas, en toch moest hij de diepte in.

Volk van God, zet uw hart niet op uw ervaringen, maar alleen op Christus. Wat worden er velen groot in hun ervaringen, maar genade brengt Gods volk in de diepte. Zuchtende zielen, wat is het een eeuwig wonder, dat de Heere Zijn volk niet verwerpt, ondanks de droeve gestalten van het ongeloof. Wat leven wdj toch gaarne pp ons gevoel, maar wij mochten veel werkzaam zijn om door het geloof te leven.

Onbekeerde medereizigers, de Heere ti-ekt de scheidslijn door het leven. En nu staan wij aan de ene, óf aan de andere kant van die scheidslijn. Het is vóór of tegen Christus, tinnen of 'buiten, er is geen andere weg. Groot is het te mogen leven onder de roepstem van het Evangelie. Het is nog het heden, het is nog mogelijk voor zondaren. Haast u, o zondaar, eer het eeuwig verderf u overkomt. En dat door eigen schuld. Is het reeds eigen schuld? Thomas was door eigen schuld in de stand van het ongeloof. En gij, onbekeerden, zijt door eigen schuld in de staat van het ongeloof.

Wat een heerlijke boodschap, dat de Heere ons nog nog roept door de verkondiging van het Evangelie. Jong en oud, wij reizen allen naar zulk een grote eeuwigheid. Och, staat toch eens stil op uw weg. Dat God Zelf u door Zijn Geest leerde bedenken, wat tot uw eeuwige vrede is dienende. Nu hebt gij geen behoefte om te wezen op de plaats, waar Jezus Zich openbaart. Maar het is een onbedriegehjk kenmerk van genade, als God een mens er buiten plaatst, dat er plaats komt voor de Heere en Zijn dienst. Dan is het: „Ook hij is met de discipelen". Gij ook reeds?

Sioux Center

Ds. C. HEGEMAN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

Thomas was niet bij de discipelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken