Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

LVI.

Wie was dr. Nuyens? Oordeel over hem van Fruin en Groen.

De vorige keer hebben wij de naam van dr. Nuyens gedoemd en tevens uit zijn belangrijkste boekwerk op historisch gebied aan de hand van Groen's verweerschrift een stukje aangehaald, waarmede zo helder en klaar in het licht gesteld werd, dat pastoor Brouwers er volkomen naast was geweest toen hij in zijn rede beweerde, dat koning Filips II de Nederlanders zo goed gezind was. Daar wij deze dr. Nuyens in het vervolg nog wel eens meer zullen noemen, achten wij het van belang om de lezers eerst eens wat meer over deze door pastoor Brouwers zo hoog gevierde historieschrijver te vertellen om dan vervolgens er bij stil te staan hoe Fruisi en mr. Groen van Prinsterer over die dr. Nuyens "oordeelden.

Dr. Nuyens dan werd op 18 Augustus 1823 te Avenhom bij Hoorn in de provincie Noord-Holland uit Rooms-Katholieke ouders geboren. Hij studeerde te Utrecht in de medicijnen en promoveerde cum laude (met lof) tot doctor in de geneeskunde. Hij vestigde zich vervolgens te Westwoud, een kleine overwegend Rooms-Katholieke gemeente ten westen van Hoogkarspel, dus ook in Noord-Holland. In zijn vrije tijd wijdde hij zich eerst aan het maken van gedichten, die echter naar het oordeel van te dezer zake tot oordelen bevoegden niet zo hoog aangeschreven kunnen worden. Hij hield dan ook al spoedig met dichten op om zioh op de bestudering en beschrijving der geschiedenis te werpen. Hiermede bleek hij meer succes te hebben, vooral toen van zijn hand in 1865 een werk in vier delen verscheen, dat tot titel heeft: „Geschiedenis der Nederlandse Beroerten in de 16e eeuw". Andere door hem uitgegeven werken zijn: „Het Katholicisme in betrekking top de beschaving van Europa", een werk, dat in 1856 in twee delen uitkwam. In 1862 gaf hij zijn „Geschiedenis van de regering van Pius IX", ook in twee' delen. Na zijn bovenvermeld hoofdwerk over de „Nederlandse Beroerten" gaf hij zijn „Vaderlandse Geschiedenis voor de Jeugd" uit, dat in 1870 het licht zag en in 1905 zijn 25ste druk beleefde, wel een bewijs, dat dit geschrift bij de Rooms-Katholieken van die tijd goed aangeschreven stond. Voorts verschenen van zijn hand in 1871 afleveringen over de „Algemene Geschiedenis des Nederlandsen volks", welke tot in 1882 werden uitgegeven. Daarna zag in 1883 een volgend werk van hem het licht namelijk zijn „Geschiedenis van het Nederlandse volk van 1815 tot op onze dagen". Verder werd door hem in 1886 tot 1887 uitgegeven een werk over de „Geschiedenis der kerkelijke en politieke geschillen in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën".

Inmiddels deed hij door de uitgave van de „Katholieke Nederlandse Brochurenvereniging" al het mogelijke om de Rooms-Katholieken, die destijds op staatkundig en maatschappelijk gebied vrijwel zonder enige organisatie waren, voor te lichten. Voor hetzelfde doel richtte hij in 1871, tezamen met zijn jongere vriend dr. Schaepman het tijdschrift „De Wachters" op, dat sedert 1874 onder de naam van „Onze Wachter" verscheen tot 1885. Bovendien verschenen er van zijn hand tal van brochures en artikelen in tijdschriften en bladen. Zoals met zovele vooraanstaande Rooms-Katholieken uit de 19e eeuw het geval was, was dr. Nuyens op het terrein der staatkunde vrij sterk liberaal-gezind. Iets wat niet behoeft te verwonderen daar de RoomSvKatholieken immers van de liberalen zeer veel gedaan konden krijgen.. Men denke slechts aan het herstel der bisdommen in 1853, wat grotendeels het werk is geweest van de liberale minister Thorbecke, die deswege bij Rome zeer hoog aangeschreven stond. Zó hoog zelfs, dat, toen Thorbecke wegens zijn aangenomen houding in dit herstel in alle protestantse districten, waar hij candidaat gesteld was, werd verworpen, door zijn Roomse vrienden in Breda en Maastricht aangenomen werd, zodat de liberaal Thorbecke met behulp van Rome weer zitting in de Tweede Kamer kreeg!

Dr. Nuyens nu was aanvankelijk ook een sterke voorstander van samenwerking met de liberalen, ofschoon hij vóór alles vurig Rooms-Katholiek was. Met de richting van Groen van Prinsterer daarentegen had hij niets op. Met Groen en diens geestverwanten wenste hij niet samen te werken. Ja, in één zijner courantenartil^elen schreef hij in 18'? 1 zelfs, dat de partij van Groen in veel opzichten voor de Rooms-Katholieken gevaarlijker was dan de liberale. Hij was er namelijk ten zeerste beducht voor, dat het Groen's bedoeling was om de Nederlandse hervomde kerk weer terug te brengen in de positie, die zij weleer had gehad. Dat hij deze kerk derhalve weer tot de bevoorrechte kerk wilde maken, zoals dit het geval was geweest in de tijd vóór de Franse Revolutie. Of dit van dr. Nuyens niet juist gezien was, laten wij thans üi het midden, daar de behandeling van deze kwestie ons te ver van ons onderwerp zou doen afdwalen. Wij keren daarom terug tot het bovengenoemde hoofdwerk van dr. Nuyens: „Geschiedenis der Nederlandse Beroerten in de 16e eeuw". Een werk, waarin dr. Nuyens maar al te zeer er blijk van geeft, dat hem de nodige objectiviteit ontbrak. Dit werd hem niet alleen door Groen verweten, maar ook door de meergenoemde liberale historicus Fruin, die aangaande dr. Nuyens ergens opmerkte, dat hij hem bijna altijd zou kunnen weerleggen met de feiten, die hij zelf vermeldde. Zou men hieruit concluderen, dat dr Nuyens dan toch blijkbaar nimmer de feiten verzweeg, dan kan dit slechts onder voorbehoud worden toegestemd. Fruin toch heeft nog meer aangaande dr. Nuyens verklaard en wel dit, dat deze Rooms-Katholieke historieschrijver immer datgene verzweeg wat tot oneer van de Rooms-Katholieke kerk strekte. Voorts merkte Fruin op, dat dr. Nuyens als een goed zoon de gebreken van zijn moeder (de Rooms-Katholieke kerk) met de mantel der liefde bedekte. Een opmerking, waaraan Groen in zijn geschrift ter bestrijding van de rede van pastoor Brouwers, de volgende ontboezeming vastknoopt: „Deze tederheid voor een moeder, onder wier feüen de eis van onfeilbaarheid behoort, is van veruitziende strekking; is althans niet conform het motto, waarmee het werk ook van dr. Nuyens prijkt; met de eerste wet der historie: al wat waar is te durven zeggen en niet van enige voorliefde verdacht te zijn. Ook van de historische waarheid en van deze moeder, voor ons protestanten althans, geldt: „Wie vader of moeder boven Mij liefheeft, is Mijns niet waard".

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken