Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit het eigen land

9 minuten leestijd

Er is nog vrij plotseling een einde gekomen a, an de Geneefse conferentie tussen •-de Nederlandse en de Indonesische delegaties. Trots de zo hoog geroemde geest van Geneve, waarvan zo velen een grote verwachting hadden, is ook deze conferentie op een grote mislukking uitgelopen. Zo is dan het aantal van de in Geneve mislukte conferenties weder met één vermeerderd.

Deze was er één met horten en stoten. Op 10 December 1955 begonnen, werd zij op 7 Januari 1956 geschorst en op 7 Februari voortgezet. Zij vertoonde dus wel een dramatisch aanzien, ja, zij was bepaald een drama; een drama, begonnen met de Indische kwestie, voortgezet in de souvereiniteitsoverdracht, en tot op de dag van heden nog niet beëindigd, al is dan de conferentie zelf tenslotte na een zo slepend verloop wel beëindigd.

Dat dit drama nog niet beëindigd is, blijkt uit de verdere ontwikkeling. Zoals dat in de meeste drama's het geval is, zijn de partijen, die daarin betrokken zijn, er OD uit de schuld van het drama op de tegenpartij af te schuiven. Daarmede is de Indonesische delegatie in Geneve reeds begonnen, en daarin is zij gevolgd door de Indonesische regering en door de Indonesische pers. Daardoor is de hetze tegen Nederland nog in hevigheid toegenomen. Ofschoon hierbij erkend moet worden, dat de oppositiepers zich ook niet zuinig tegen het ministerie Harahap keert. Deze heeft twee pijlen op haar boog. Enerzijds richt zij op Nederland haar pijlen; anderzijds wordt zij al evenmin moede deze op het kabinet Harahap af te schieten. Dit verwijt zij, soms in scherpe bewoordingen, dat het de conferentie op touw gezet heeft, waartoe het achtens haar niet bevoegd was; en ook al niet minder, dat het die voortgezet beeft. Het kabinet Harahap heeft het deerlijk bij haar verbruid. Volgens haar kan het maar één ding doen, dat onvoorwaardelijk goed is, namelijk, dat het aftreedt. Ja, het had zulks volgens haar al veel eerder 'rehoren te doen. Tevens acht de oppositiepers, uiting gevend aan wat in de oppositiepartijen leeft, het kabinet Harahap ook onbevoegd om verder enig besluit te nemen.

Men kan uit de politieke geschillen en twisten van de Indonesische partijen al heel duidelijk zien, dat deze een sterke invloed hebben uitgeoefend op het verloop van de Indonesische conferentie, waarbij en waarmede elke Indonesische partij op haar beurt haar positie heeft zoeken te versterken; dit ook met het oog op het straks te vormen kabinet, dat gevormd zal moeten worden als het onlangs gekozen parlement in Indonesië zijn zittingen aanvangt.

Minister Luns

Het laat zich zeer gemakkelijk verstaan, dat minister Luns, de leider van de Nederlandse delegatie bij de Geneefse conferentie, zich ook geroepen gevoelde om het zijne over het verloop en de mislukking van de Geneefse conferentie te zeggen. Hij deed zulks op de plaats, waar dit behoort, en wel in het parlement, in de Tweede Kamer, bij de aanvang der vergadering op Dinsdag 14 Februari. Hij legde daarover in sobere bewoordingen een vrij korte verklaring af. Hij begon met op te merken, dat de berichten in de ochtendbladen omtrent het besluit van de Indonesische regering om de Unie met Nederland op te zeggen, nog niet ter kennis van de Nederlandse regering waren gebracht.

Voorts gaf hij een overzicht van het verloop der onderhandelingen, waarbij hij zeide, dat de Nederlandse delegatie nog op 1 Februari aan de Indonesische delegatie had voorgesteld, met verdere besprekingen te wachten tot er een nieuw kabinet in Indonesië zou opgetreden zijn. De Indonesische delegatie bleef echter aandringen op voortzetting van de conferentie.

Als feitelijke oorzaak van de mislukking der conferentie noemde minister Luns de weigering van de Indonesische delegatie om een wel gefundeerde geschillenregeling te aanvaarden.

De Nederlandse regering zal de verdere ontwikkeling afwachten en geen overhaaste stappen doen — zo besloot de minister.

Op deze verklaring, welke zo onverwacht kwam, volgde geen debat in de Kamer, hetgeen niet wil zeggen, dat er te gelegener tijd in de Kamer niet over deze kwestie gedebatteerd zal worden.

Op dezelfde middag, nadat minister Lum zijn verklaring in de Kamer had afgelegd, heeft hij ook in een persconferentie op het ministerie van Buitenlandse Zaken een enigszins meer uitvoerige verklaring afgelegd. Daarin legde hij nogal sterk de nadruk op de bijzondere factoren, die op de conferentie van invloed waren geweest, verklarende, dat degenen, die hebben gezegd, dat Nederland een ultimatum is opgelegd, wel eens gelijk konden hebben, en dat het in Geneve scheen, alsof de pohtieke strijd in Indonesië op de ruggen der Nederlanden werd uitgevochten.

Zoals minister Luns reeds in de Tweede Kamer had verklaard, verklaarde hij ook in deze persconferentie, dat de conferentie mislukt was op het stuk van de geschillenregeling, hetgeen volgens hem te wijten was aan het feit, dat de Indonesische delegatie geen geschillenregeling wenste. De Indonesische regering heeft nimmer een werkelijke arbitrageregeling voorgesteld. Wat zij te dien aanzien heeft voorgesteld, bood Nederland geen waarborgen, terwijl daarentegen het Nederlandse voorstel dienaangaande klaar en helder was.

Voorts bestreed hij de mededeling van minister-president Harahap, dat er op 7 Januari reeds een geschillenregeling tei tekening had gereed gelegen, welke mededeling hij als geheel onjuist kenschetste. Het tegendeel was het geval, dewijl toch op deze aangelegenheid het gezamenlijke communiqué van die dag sloeg, dat het overleg betreffende overblijvende punten steeds moeilijker werd.

Minister Luns kwam er vervolgens zeer positief tegen op, dat, zoals van Indonesische zijde de voorstelling is gewekt, ook de kwestie Nieuw-Guinea tot het mislukken van de conferentie zou hebben geleid. Daarover had minister Anak Agoeng nog met minister Luns gesproken, nadat de conferentie reeds ten einde was — zo verklaarde minister Luns.

Ten aanzien van de Nederlandse arrestanten in Indonesië wees hij er tenslotte op, dat men te dezer zake geen stap gevorderd was, en dat de uitwisselingskwestie nog door de Indonesische regering op haar uitvoerbaarheid moet worden onderzocht, waarbij bij de vrees uitsprak, dat de Nederlandse arrestanten de dupe zouden worden van de mislukking van de conferentie.

De Unie door de Indonesische regering opgeheven

Verklaarde minister Luns in de Tweede Kamer, dat, gelet op de berichten uit Indonesië — de regering had er toen n-og geen mededeling van ontvangen — het scheen, dat de Indonesische regering de Unie met Nederland had opgezegd, een dag later bleek dit werkelijk alzo te zijn. Aan de morgen van die dag toch heeft de algemene adviseur van buitenlandse zaken op het hoge commissariaat er kennis van gegeven, dat de Indonesische regering de Unie als opgeheven beschouwt Dat is dan het spoedige einde van de Unie, waarvan de voorstanders bij en ter verdediging van de souvereiniteitsoverdracht zo hoog hebben opgegeven, als 2xni daarmede een hechte band tussen Nederland en Indonesië zijn gelegd. Wat zeer wel te voorzien was, en wat destijds door Ds. Zandt voorspeld is, is dan thans een feit geworden. De Unie behoort tot het verleden. Zij is als een mooie zeepbel uit elkander gespat en is in werkelijkheid ook nooit anders geweest dan een zeepbel. Zij heeft moeten dienen om de souvereiniteitsoverdracht voor vele Nederlanders v/at aannemelijker te maken. Degenen die zich daar destijds blij mee gemaakt hebben, moeten thans toch wel lelijk op hun neus kijken. Zij staan als 0iisIeiden aan de dijk.

En bij de opheffing van de Unie zal het nog we! niet blijven. De Indonesische regering besloot toch tezamen met de regerin'^spartijen ook tot opheffing van de Haagse Ronde Tafel-overeenkomsten, waarvan de financieel-economische overeenkomst de belangiijkste is. Doch dit besluit zal nog niet ten uitvoer gebracht worden alvorens de Indonesische delegatie in Indonesië is teruggekeerd. De bedoeling schijnt te zijn, dan meteen een gedragslijn vast te stellen ten opzichte van de financieel-economische aangelegenheden, welke dan tegelijkertijd met ' de opzegging van de thans bestaande overeenkomst aan Nederland kunnen worden medegedeeld.

De Indonesische minister van voorlichting heeft een beroep gedaan op de oppositieüartijsn, om in deze eensgezind tegen Nederland op te trekken. Hij verklaarde, dat het thans het meest geschikte moment was om de overeenkomsten van de Haagse Ronde Tafelconferentie op te zeggen. Eenzijdige stappen hiertoe konden niet worden uitgesteld tot de formatie van een nieuw kabinet. Alleen de Nederlanders zouden er, volgens hem, wel bij varen, als de oppositie de regering in deze zou aanvallen.

Daarmede gaan de oppositiepartijen — al willen ook zij de Haagse Ronde Tafelovereenkomsten opgeheven en de Unie verbroken hebben — echter niet accoord. De voorzitter van de oppositiepartij, de P.N.I. heeft daarentegen nog eens weer herhaald, dat het kabinet Harahap niet in staat geacht kan worden zulke vérstrekkende beslissingen te nemen, terwijl de kleine oppositiepartijen in het parlement een motie hebben ingediend, waarin het aftreden van het kabinet Harahap geeist wordt.

Wat de gevolgen van het opheffen van de Unie en het verbreken van de overeenkomst van de Haagse Ronde Tafelconferentie betreft, daarvan verwacht men een sterke afknijping van de transfers, een verscherping van de moeilijkheden met het uitzenden van het Nederlands personeel, en nog andere moeilijkheden. Men betwijfelt het echter, of het mogelijk zal zijn de nationalisatie van bedrijven op grote schaal door te voeren, aangezien dit 'n aantal vitale bedrijven lam zou leggen, waarvoor Indonesië noch de fondsen, noch het personeel, de ervaring bezit.

Doch wat de gevolgen daarvan uiteindelijk zullen zijn, daarvan valt op het ogenblik, dat wij dit schrijven, niets met volkomen zekerheid te zeggen. Men kan er alleen naar raden en gissen. Alleen staat dit wel vast, dat de verhouding van Indonesië tegenover Nederland nog nimmer zo ongunstig is geweest als thans. De hetze tegen Nederland is in Indonesië in volle gang, hetgeen niets dan kwaads voorspelt. Dit blijkt ook al uit de demonstraties, welke er tegen de arrestanten Jungschlager en Schmidt plaats hebben, waarbij zelfs hun verdedigster, mevrouw Mr. Bonman, niet ontzien is, en niet minder uit het feit, dat de andere Nederlandse arrestanten tegen ruiling van de op Nieuw-Guinea gevangen Indonesiërs niet vrijgelaten worden. Indien de door de Indonesische regering aangekondigde nieuwe overeenkomsten met Nederland niet op het allerscherpst tegen Nederland en de Nederlandse belangen genomen zullen zijn, dan zal dit zeker niet uit enige referentie tegen Nederland 2djn voortgesproten, maar omdat Indonesië zichzelf op die wijze zwaar zou treffen; en ook al met het oog op haar repu­ tatie in andere landen, en niet minder omdat men dan in andere landen beducht zou worden om kapitalen in enig Indonesisch bedrijf te beleggen. De zo hoog opgelaaide hetze zou er echter in staat toe maken om Nederland, tegen alle recht en reden, tegen alle fatsoen in, zo zwaar mogelijk te treffen. Afwachten blijft derhalve ook thans weder de boodschap, zoals dat reeds van de aanvang van de Indonesische kwestie af gedurig het geval is geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 23 February 1956

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van Thursday 23 February 1956

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken