Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit het eigen land

7 minuten leestijd

In één der laatste zittingen van de Tweede Kamer, waarin er over beshst zou worden of de souvereiniteit van Indië aan Indonesië zou worden overgedragen, kwamen de voorstanders van de overdracht met het argument naar voren, dat het ons land een slechte reputatie zou bezorgen, indien de overdracht niet ge- schiedde; en ons land de sympathie van de buitenlandse mogendheden zou verwerven, indien het wel geschiedde.

Hoe ongegrond dit argument was, is nu bij het bezoek van Soekamo aan Amerika wel gebleken! Gelijk ook mede door dit argument Nederland het kind van de rekening is geworden, zo is het in tal van andere gevallen dit geworden door het oftverantwoordelijke drijven van de voorstanders van het internationalisme, die met hun actie het buitenland dienen en Nederland schade op schade berokkenen, waar zij buitenlandse belangen boven die van hun eigen land stellen.

Indië is dan cadeau gegeven. Hoe is en wordt Nederland nu daarvoor in het buitenland, bepaaldelijk door Amerika, beloond? Met sympathie voor Nederland? Het is daar even ver vandaan als het Oosten van het Westen verwijderd is. Dit is ook zeer begrijpelijk en had ook stellig door de voorstanders van de souvereiniteitsoverdracht kunnen en dienen begrepen te worden. Nederland is een klein land geworden, waaruit weinig voordeel door het buitenland te halen valt. Indonesië is een groot land, waaruit heel wat te halen valt en bovendien in de strijd, weDce Amerika met de Sovjet-Unie voert, als bondgenoot voor de beide partijen zeer begeerlijk. Zo bezien — en dat is de werkelijkheid — behoeft het volstrekt niet te bevreemden, dat de Amerikaanse regering feitelijk om de gunst van Soekamo, diens regering en land gebedeld heeft, waar zij president Soekamo bij zijn bezoek met buitengewone, in het oog springende huldiging en eerbetoon ontvangen heeft, daarbij niet meer of minder dan een zekere knieval voor hem doende. Daarmede begon de zo opzienbarende huldiging van Soekamo, waarbij Nederlands eer en belangen danig omlaag gehaald werden. Deze had in Washington plaats; in New-York werd zij op een niet minder opzienbarende wijze voortgezet, waar de burgemeester hem namens de stad ook al op een groteske manier overvloedig eerbetoon bracht, wat nog eens dunnetjes werd overgedaan op een officiële lunch, welke Soekamo door het gemeentebestuur werd aangeboden.

Aan die lunch zaten honderden zakenmensen aan, die allen, staande nog wel, Soekarno's rede met een uitbundig applaus beantwoordden. Minister DuUes heeft gezegd, dat Amerika met de houding, welke het tegenover Soekamo en Indonesië aanneemt, geen materiële belangen of handelsbelangen zoekt te dienen. Neen neen, men moet wel een kalf in het hoofd hebben om deze bewering voetstoots voor waar aan te nemen. Waartoe waren die honderden zakenmensen toch eigenlijk aan de lunch uitgenodigd? Waartoe werd Soekarno de eremedaille van de stad New-York en daarenboven nog een speciale oorkonde aangeboden? Een oud Hollands spreekwoord luidt: Om der wille van de smeer likt de kat de kandeleer. Zou dit spreekwoord in deze in het geheel niet toepasselijk zijn? Ook werd Soekamo het ere-doctoraat in de rechten door een Amerikaanse imiversiteit verleend. Zouden degenen, die hem daarmede begiftigden, er totaal onkundig van zijn geweest, dat Soekamo en zijn regering het recht verbogen hebben, waar zij de Indonesische volken beroofden van het in een overeenkomst met Nederland toegekende zelfbeschikkingsrecht, en dit met wapengeweld zelfs aan het volk van Ambon ontnamen en de Unie met Nederland tegen alle rechtsbegrip in eenzijdig verbraken? En er geheel onkundig van geweest zijn, dat in Indonesië onder het bewind van president Soekarno Nederlandse arrestanten, met schending van al wat recht en rechtmatig is, behandeld worden? Dit is niet aan te nemen. Daarom valt heel die huldiging van Soekarno ook niet van ogendienerij vrij te spreken.

Wat is er nu overgebleven van de sym­ pathie van het buitenland, weDce de regering en de Kamerleden, die de souvereiniteitsoverdracht voorstonden ook als reden opgaven, waarom de souvereiniteitsoverdracht zo wenselijk was en diende plaats te vinden? Hoe bedrogen zijn zij met die in wezen zo valse argumentatie uitgekomen!

Wij kunnen in dit opzicht wel zeggen: Arm Nederland! Daarom inzonderheid zo arm, omdat het de God der vaderen de rug heeft toegekeerd.

Ja, arm Nederland, ook betreffende de gang van zaken in en met Indonesië. Het loopt ook nog gevaar Nieuw-Guinea kwijt te raken; te meer waar de Amerikaanse regering in haar houding ten aanzien van Nieuw-Guinea veranderd moet zijn. Luidden de eerste berichten, dat de Indonesische minister van buitenlandse zaken, die Soekamo op zijn reis vergezelt, vruchteloos bij de Amerikaanse regering had aangeklopt om haar steun betreffende de door Indonesië zo vurig begeerde souvereiniteitsoverdracht over Nieuw-Guinea te verkrijgen; werd daarin medegedeeld, dat de Amerikaanse regering verklaard had, dat zij het neutrale standpunt, dat zij in deze kwestie ingenomen had, positief wilde handhaven en dat de Indonesische minister bij de Amerikaanse regering bot gevangen had; de latere berichten luidden wel geheel anders. Deze berichten, welke in steeds groteren getale van verschillende zijden uit Amerika komen, houden in, dat de mogelijkheid bestaat, dat de Amerikaanse regering op den duur steun zal gaan verlenen aan Indonesië om Nieuw-Guinea te bekomen.

Deze steun zal echter niet zo direct — dat zou ook wel een geduchte ommezwaai zijn — door haar verleend worden, doch volgens betrouwbare zegslieden toch in de toekomst aan Indonesië verleend worden. Aan president Soekarno en aan de Indonesische minister van buitenlandse zaken moet de beoefening van wat geduld door de Amerikaanse regering gevraagd zijn, ook al omdat de militaire autoriteiten tegen de overdracht van de souvereiniteit van Nieuw-Guinea aan Indonesië zijn, niet omdat Nederland daarmede in zijn rechten gekrenkt en onrecht wordt aangedaan, maar omdat dezen Nieuw-Guinea van grote strategische betekenis achten te zijn. De Amerikaanse militairen zouden het als een groot verlies beschouwen, wanneer dit belangrijke steunpunt uit de handen van een bondgenoot, van Nederland, dat lid is van het Noord-Atlantische pact, zou worden overgedragen aan een neutrale, met Amerika op generlei wijze verbonden zijnde staat, die bovendien van generlei müitaire kracht is. Zij betogen bovendien, dat Nieuw-Guinea het eigendom moet blijven van een beslist anticommunistisch land en niet onder controle mag komen van een land, dat in de koude oorlog weigert partij te kiezen. Daartegenover moeten de Indonesiërs bij hun bezoek aangevoerd hebben bij de Amerikaanse regering, dat haar anti-communistische schild in de Pacific van weinig waarde zou zijn, indien de 80 miljoen Indonesiërs eventueel vijandig tegenover Amerika komen te staan, omdat de Amerikaanse regering hen inzake Nieuw-Guinea niet steunt.

Men kan zien, dat hierbij met de Nederlandse rechten op Nieuw-Guinea, noch met de belangen en wensen van de bevolking van Nieuw-Guinea, enige rekening is gehouden. Doch hierbij alles beslist wordt door de belangen van Amerika. Nu is het te vrezen, waar Amerika er zo zeer belust op is dat de Zuid-Oost-Aziatische volken aan zijn zijde als bondgenoten komen te staan, dat tenslotte het recht geweld wordt aangedaan en om hals wordt gebracht. En dit is volstrekt niet de enige keer, dat zulks plaats vindt, want ook in de Organisatie der Verenigde Naties is dit schering en in­ slag. Men geeft daarin wel hoog op, dat men de rechten van de mens en de volkeren, zelfs van de kleinste volkeren gehandhaafd wenst te zien, maar als de belangen der grote mogendheden dit eisen, dan betoont men daarin maling te hebben aan het recht. Dat is in de Indische kwestie gebleken, en dat blijkt keer op keer, en nu ook wel heel overtuigend ten opzichte van het bezoek van Soekarno aan Amerika. Nochtans blijven de partijeii ook in de Kamer, tot die van de Anti-Revolutionnairen en de ChristelijkHistorischen toe, maar dwepen met ] internationalisme, waardoor en waaraan I Nederland al zulke zware offers gebractt 1 heeft, Wanneer zullen deze partijen tocl I eindelijk eens hun illusies prijsgeven, aj. I als het een loutere illusie geweest is toen 1 zij verklaarden, dat door overdracht van I de souvereiniteit van Indië aan Indonesië I de sympathie van het buitenland en j, 1 buitenlandse mogendheden verkrei zou worden. Aan zulke illusies wensen I zij zelfs de souvereiniteit van Nederlasd I of een deel daarvan op te offeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1956

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1956

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken