Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

: iv.

s Nieuw adres door Groen opgesteld in 1842: Aan de Hervormde Gemeente in Nederland.

et Adres der „Zeven Haagse Heren", |vaarover wij de vorige maal één en aner medegedeeld hebben, leverde niet p wat de adressanten, en met hen vele nderen, zo gaarne gewenst hadden. Met og andere adressen stelde de Synode , ok dit Adres in handen van een cominissie, met de opdracht van al deze tukken een beknopt verslag te maken, onder in een beoordeling er van te treen. Toen nu de Synode in 1842 bijeenwam, nam zij alleen inzage van het beiopte verslag, zonder verder enige noitie te nemen van de volledige inhoud oer adressen en verzoekschriften. Het esultaat was, dat de Synode haar standunt van 1841 bleef handhaven en in een enkel opzicht aan het verlangen der

dressanten tegemoet kwam. r. Groen van Prinsterer en de andere es heren sloegen nu een andere weg in. ij wendden zich nu tot de leden der Ned. erv. Kerk in een Adres, dat eveneens oor Groen werd opgesteld en in Feruari 1843 te Leiden werd uitgegeven nder de titel: „Aan de Hervormde Ge-

eente in Nederland". it Adres, dat de omvang van een brohure van 164 bladzijden kreeg, had ten oel om de hervormde gemeenten te aarschuwen tegen de Groninger School, oorts om te wijzen op verkeerde hanelingen der Synode, en vervolgens om e aandacht te vestigen op de verplichng, welke op getrouwe lidmaten der gebeente rast. Het is nog immer de moeiten volle w'aard om dit voortreffelijke waardige geschrift, dat door dezelfde > ven Haagse heren ondertekend was als > t eerstgenoemde Adres, te lezen en te erlezen. Het werd echter vanzelfspreend met gemengde gevoelens ontvanen. Waren er enerzijds velen, die van irte met de inhoud er van instemden. anderzijds was het voor niet weinigen een bron van ergernis. Vooral degenen, die de richting der Groninger School waren toegedaan, gaven aan hun verontwaardiging op allerlei wijze lucht. In Groningen werd door 335 personen uit de hogere klasse een Plechtige Verklaring afgelegd, om daarmede de hoogleraren der Groninger School een votum van vertrouwen te geven tegenover de aanklachten van het zevental Haagse heren. De studenten hielden zelfs een fakkeloptocht met muziek als huidebetoging voor de vrijzinnige hoogleraren in de theologie aan de Groninger universi-

teit, tot wie zij in roerende toespraken woorden van troost richtten over het Haagse Adres, alsook van lofprijzing om hun ijveren voor waarheid en Hefde. Voorts gaven enige leerlingen van één dezer leraren, namelijk Dr. P. Hofstede de Groot, een brochure uit, waarin zij van hun liefde voor en gehechtheid aan deze en de andere theologische hoogleraren deden blijken en waarin zij het Haagse Adres voorstelden als een aanval op de voortgaande verlichting.

Ook te 's-Gravenhage werd een brief uitgegeven, gericht aan de professoren in de godgeleerdheid om deelneming te betuigen met de over hen uitgegoten smaad, laster, veroordeling en vervolging zelfs!

Kortom, in proza en in dichtvorm barstte er over het door hun tegenstanders zo genoemde zevental kettermeesters een stortvloed van bestrijding en kritiek los. De zeven Haagse heren werden daarin onder meer uitgekreten voor een dwepende factie, die geen vooruitgang, maar teruggang; geen licht, maar middeneeuwse duisternis en bijgeloof voorstond. Het laatste Adres der zeven Haagse heren was dus wel ingeslagen. Tevens droeg het er in sterke mate toe bij de anti-Synodale stemming, die vanwege de halfslachtige houding der Synode in vorigen jaren bij velen had postgevat, in geen geringe mate te versterken. De Synode zag zich zodoende voor een moeilijke situatie geplaatst.

Doch daar verschijnt enkele dagen vóór het bijeenkomen der Synode in 1843 eensklaps het geschrift van Mr. Isaac da Costa onder de titel „Rekenschap van gevoelens". Kreten van gejuich gingen

er op. De adressanten werden daarin toch op hun nummer gezet door niemand minder dan door de vriend en geestverwant der zeven Haagse heren zelf. Door Da Costa, de dichter van de „Bezwaren tegen de geest der eeuw". Zelfs deze bleek van de foimulierrechtzinnigheid der adressanten niets te willen weten, omdat daardoor volgens hem het beginsel der Hervorming, namelijk de volstrekte genoegzaamheid van Gods Woord, werd aangerand.

In de pers der hele en halve viijzinnigen werd nu alom over de zeven Haagse heren de staf gebroken, terwijl Da Costa hogelijk geprezen werd. Werd deze de verdediger der gewetensvrijheid genaamd, Groen van Prinsterer werd voor een onverdraagzame formulierknecht uitgekreten.

Da Costa had met zijn geschrift alzo de spanning voor de' Synode gebroken. In plaats van tegen haar, richtte de publieke opinie zich nu tegen de adressanten, in het bijzonder tegen Groen. De Synode ontving voorts van honderden predikan­ ten (474) en gemeenteleden (490) adressen, waarin zij aangemoedigd werd om pal te blijven staan op het door haar in vorige jaren ingenomen standpunt. Dit werd dan ook door de Synode gedaan. Zij besloot „bij haar vroegere verklaring ten aanzien ener betamelijke vrijheid van onderzoek en prediking te volharden" en in geen nadere opheldering te treden.

Zo had dan Da Costa, die van de leer der Groninger School niets moest hebben, ja met alle beslistheid daar tegenover stond, juist de leidslieden dezer richting en hun aanhangers met zijn geschrift een grote dienst bewezen. Voorts had hij er mede bereikt, dat de eendracht tussen de eigen geestverwanten er door gebroken werd, waardoor tevens aan de actie tegen de Synode, die er blijk van gegeven had de aanhangers der Groninger School te willen ontzien, een gevoelige klap werd toegebracht.

Toen Groen de Adressen van 1842 en 1843 opstelde, was het hem reeds bekend, dat Da Costa inzake de Formulieren andere, van hem afwijkende gedachten koesterde. Reeds in 1841 was dit duidelijk aan het Hcht gekomen. Da Costa had toen voorgesteld om slechts een viertal punten aan de Synode voor te leggen en van haar handhaving hiervan te verlangen, namelijk inzake de Drieeenheid; de verzoening en de gerechtigheid door het, geloof; de volstrekte onmacht en aangeboren zonde van de mens en daartegenover de vrije genadeverkiezing Gods, en de Goddelijkheid der Schriften van het Oude en Nieuwe Testament. Groen en de andere heren echter bleven er op staan, dat de door de kerk der Reformatie vastgestelde Formulieren gehandhaafd behoorden te worden. Da Costa heeft toen van het indienen van een adres nog afgezien, maar in 1843 ging hij daartoe helaas over. Met het bedroevende, boven gesphetste resultaat!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken